woensdag 26 september 2018

Museum Singer Laren

Deze middag zijn H. en ik naar Singer Laren geweest om twee nieuwe exposities te bekijken: De laatste impressionisten en En plein air. Ik had enige moeite het museum aan de buitenkant te herkennen. Het is in 2017 aanzienlijk uitgebreid: er is een nieuwe vleugel bijgekomen met een theaterzaal, en ook is de tuin opnieuw ingericht en als beeldentuin vrij toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. Je komt er via de hoofdingang en het museumcafé.


Beide exposities zijn zeer bij me in de smaak gevallen. De laatste impressionisten waren schilders die een realistische en intieme weergave van de werkelijkheid nastreefden. Ze schilderden in impressionistische stijl, gericht op het vastleggen van de impressie, dus met duidelijk te onderscheiden verfstrepen of stippen. Hun doel was om ook de intieme wereld achter de directe waarneming tot uitdrukking te brengen. Ik heb dus heel veel portretschilderijen gezien. Ook hebben ze veel landschappen geschilderd in naturalistische stijl, met veel aandacht voor detail en een rijk gevoel voor kleurgebruik.
Ik kende deze stijlgroep niet, namen als Henri le Sidaner, Gaston la Touche, en Henri Martin waren me onbekend.
Wat me opviel was dat lichtval heel anders gebruikt wordt dan mij vertrouwd is uit de schilderijen van Rembrandt, de koning van de licht- en schaduwwerking. Eigenlijk zie ik meestal een "egale  verlichting" van de voorstelling, en is niet te zien waar het licht vandaan komt.
Een tweede verrassing was dat deze schilderijen werden gemaakt in dezelfde periode als het Kubisme van Picasso, Gris, en Braque. Schilderstijlen volgen elkaar niet netjes op, maar bestaan tegelijkertijd. De ene stijl verdwijnt, de ander wint terrein.


En plein air - 100 jaar buiten schilderen is een expositie van tientallen landschapsschilderijen. Er zijn een flink aantal werken van Nederlandse meesters te zien: Jozef Israëls, Anton Mauve. De meeste zijn in een realistische stijl geschilderd. In de laatste zaal hangen een klein aantal landschappen met een meer expressionistische stijl.


Beide exposities bieden veel kijkplezier, met een realistische schilderstijl en rijk kleurgebruik. De schilderijen zijn toegankelijk voor interpretatie. Kortom: het is heel ontspannend om door deze beide exposities te wandelen en de schilderijen op je te laten inwerken

Als laatste ben ik door de beeldentuin gewandeld. Deze is vorig jaar opnieuw ontworpen door de  tuinarchitect Piet Oudolf. De tuin is compact, maar biedt toch een verrassende variatie van stijlen: strak-geometrische paden met bloemvakken gevuld met grassen en bloemen, en een gazon met slingerpaden. De kas die ooit in de tuin gestaan heeft is opnieuw gebouwd en biedt ruimte voor ontvangsten en recepties. En natuurlijk overal beelden, in verschillende stijlen. Een mooi glas kunstwerk is hieronder te zien.

dinsdag 21 november 2017

Netflix-serie: Bloodline (2015)

We're not bad people, but we did a bad thing.... 

Daarmee begint een briljant donker verhaal over de familie Rayburn. Ze proberen het zwarte schaap van de familie, broer Danny, weer op te nemen in het familiebedrijf. En dat blijkt niet zo maar te gaan, want er is een verleden dat alle familieleden belast.

De setting van het verhaal is prachtig: de stranden van Florida, een idyllisch hotel gerund door de familie Rayburn, het oogt paradijselijk. De Rayburns zijn close met elkaar. Pa Robert heeft samen met zijn vrouw Sally het hotel van de grond af opgebouwd. Hij is veeleisend en dominant.
Hun kinderen John, Meg, en Kevin werken in de family business of in de buurt. En dan zijn er nog het op jonge leeftijd verongelukte zusje Sarah en Danny, het zwarte schaap van de familie....
Something is gonna go terribly wrong....
Het verhaal begint met een familiereünie. Plotseling verschijnt Danny ten tonele. Iets donkers begint te dreigen en John voelt onafwendbaar onheil naderen:
Sometimes you know something's coming. You feel it in the air, in your gut. You don't sleep at night. The voice in your head's telling you that something is gonna go terribly wrong. And there is nothing you can do to stop it. That's how I felt when my brother came home....

Danny wil meewerken in het hotel. De anderen weten niet of ze dit een goed plan vinden. Robert laat de keus over aan John, Meg, en Kevin. Die besluiten dat Danny mag blijven, maar John vertelt aan Danny dat Robert wil dat hij weggaat. John's eerste leugen met goede bedoelingen.
Danny blijft, gaat aan het werk in het familiehotel, maar begint ook samen met zijn criminele vriend Eric aan een foute klus die veel geld oplevert.
De spanningen nemen toe, en door regelmatige flashbacks naar de kinderjaren van de Rayburns ontdek je hoe dit gezin is getekend door een verzwegen familiegeheim.

Het loopt helemaal vast bij de Rayburns. Je ziet het gebeuren en je vraagt je als kijker af wat je zelf zou doen met al deze morele dilemma's en sterke passies en belaste herinneringen.
Danny is een geniale manipuleerder, hij is wat mij betreft de fakkeldrager van dit verhaal. Zonder hem blijft er weinig speciaals over en zou het een alledaags serietje geworden zijn. Maar nu.... als hij acteert wordt het verhaal spannend, creepy.
John probeert de familie-eer te redden, maar is op cruciale momenten een grote leugenaar die kiest voor zichzelf.
Deze familie kruipt in je eigen wereld. Ze zijn zo alledaags dat je je gemakkelijk in hun leven verplaatst, en tegelijkertijd is het hun unieke verhaal dat je uitdaagt om je eigen antwoorden te geven. Hoe maakbaar is het leven, hoe verantwoordelijk ben ik ? Maar ook: mag ik me verschuilen achter mijn eigen tekorten, het niet-anders-kunnen-doen ?

Een jaar of wat geleden publiceerden de filmrecensenten van Christianity Today jaarlijks een top-10 van Most Redeeming Movies.
Bloodline zou wat mij betreft in zo'n top-10 passen, maar niet omdat het een most redeeming movie is. Op sterke wijze wordt geen verlossing getoond, maar toenemende duisternis. Er is enkel ellende, en die neemt alleen maar toe. John voelt dat het misgaat, onafwendbaar, maar het is voor hem een noodlot. En als hij op verschrikkelijke wijze faalt en schuldig wordt,  doet hij er alles aan om het te verbergen. In het leven van de Rayburns lijkt God geen rol te spelen. Ze moeten het zelf oplossen. Dat maakt hun leven harverscheurend en uitzichtsloos.




donderdag 9 november 2017

Boek: En de aarde bracht voort - Gijsbert van den Brink

Dit is een spraakmakend en grensverleggend boek. In lange tijd is niet zo'n grondige studie verschenen over het bekende thema Christelijk geloof en evolutie, de subtitel van het boek. Er worden congressen en forumdiscussie georganiseerd, het is the talk of the town onder protestantse christenen van gereformeerde overtuiging.
Gijsbert van de Brink doet als eerste een poging om evolutietheorie - als wetenschappelijke theorie, niet als geloofsovertuiging - en christelijk geloof met elkaar te verzoenen. Hij is duidelijk over zijn uitgangspunt. Dat is de vraag: wat gebeurt er met de klassieke geloofsuitspraken over schepping, zondeval, en verlossing wanneer we aannemen dat de evolutietheorie waar is ?


Dat doet hij op een grondige en eerlijke manier: nauwgezet behandelt hij de standpunten van voor- en tegenstanders en weegt de argumenten. Tot slot geeft hij dan zijn eigen mening, niet om daar discussies mee te beslechten, maar om klare wijn te schenken over zijn positie.
De discussie wordt nogal eens versimpeld tot clichés: Wie gelooft er nu dat de mens van de apen afstamt ?" of "Geloven dat de aarde in zes dagen geschapen is is achterhaald". Van den Brink doet recht aan de materie en stelt geduldig de belangrijke detailvragen vast. Hij onderscheidt drie belangrijke thema's, elk met eigen vragen:

Voortgaande of progressieve schepping. Het leven op aarde is gedurende vele miljoenen jaren ontstaan. Dit leidt tot de volgende vragen:

  • Hoe lezen we de bijbelteksten die wijzen op een recente schepping in zes dagen ?
  • Hoe zit het met het evolutionaire kwaad als er gedurende miljoenen jaren al lijden en dood waren ?
Gemeenschappelijke afstamming. Alle levensvormen zijn ontstaan uit één en dezelfde bron. Dit brengt de volgende vragen met zich mee:
  • Hoe uniek is de mens, wanneer hij afstamt van de dieren ?
  • Hebben Adam en Eva echt bestaan, en zo niet: hoe zit het dan met de (erf)zonde ?
Natuurlijke selectie door toevallige mutaties. Dit brengt ons bij de volgende vragen:
  • Kunnen we nog van de voorzienigheid Gods spreken als er sprake is van natuurlijke selectie ?
  • En is er dan nog wel sprake van moraliteit ?
Van den Brink heeft een ongelofelijke hoeveelheid bronnenmateriaal verwerkt. Elke vraag wordt zorgvuldig besproken, en de  diverse standpunten worden weergegeven. Het geeft de lezer een goed beeld van het wetenschappelijke debat.  Ook wordt het duidelijk dat wetenschappelijk inzicht nooit objectief is, maar ontstaat en groeit in een gemeenschap van experts met overtuigingen die dieper liggen dan rationele argumenten.Het gewicht dat iemand aan de verschillende argumenten toekent wordt  mede bepaald door die dieper liggende overtuigingen.

Daarmee kom ik bij mijn eigen bevindingen: wat heeft het lezen van dit boek me gebracht ?
Ik heb hier eerder over geschreven, zie hierIk sta in hetzelfde kamp als Gijsbert van den Brink, en ik heb grote bewondering voor dit knappe en eerlijke boek.

Toch kreeg ik gaandeweg het lezen een onbehaaglijk gevoel. Dat heeft denk ik te maken met de wijze waarop het boek geschreven is: het is door en door "wetenschappelijk". Door het gekozen uitgangspunt: "Wat als de evolutietheorie waar is?" is de toonzetting bepaald: die van een wetenschappelijk debat, op basis van argumenten gevoerd.
Maar geloofstaal, en ook de taal van de daarmee samenhangende dogma's, is van een andere hoedanigheid. Geloofstaal is soms ook suggestief, verwijzend, en heeft besef van verwondering en mysterie, van dingen die je wel kunt duiden maar niet kunt beschrijven. Ik heb dus regelmatig gedacht: Wil ik het allemaal zo uitgebeend hebben ? En overtuigt het dan wel echt ?

De tijd zal het leren. Voorlopig zullen er nog vele avonden over Evolutie en Geloof worden belegd en dat is goed bestede tijd. Te vaak raken met name jonge mensen hun geloof kwijt door de verouderde opvatting dat wetenschap bron van objectieve kennis is en in tegenspraak is met geloof in God en bijbel.
Ik zing nog steeds met volle overtuiging en uit volle borst psalm 19, en ben daarnaast van mening dat ik dat wonder met de evolutietheorie enigszins kan begrijpen.

maandag 3 april 2017

Voorjaarsretraite abdij Tongerlo

De afgelopen week ben ik weer in abdij Tongerlo geweest. Een retraite kan me soms diep raken, door een gesprek, door iets in de liturgie. Twee jaar geleden was ik er in de Paasweek, vanaf Tweede Paasdag ' s avonds. In die week zijn de vespers van een ongekende schoonheid: in processie lopen de broeders al zingend door de kerk. Het is prachtig om mee te maken en ik heb er zeer van genoten.

Het poortgebouw met gastenverblijven op de eerste verdieping
Deze retraite was veel "gewoner". En daar moet ik dan ook maar tevreden mee zijn. Ik herinner me opeens de vele gedachten die Etty Hillesum in haar boek  Het verstoorde leven wijdt aan dit fenomeen, dat zich ook in de liefde voordoet: je leeft niet steeds op hoogtepunten van ervaring. De liefde is vaak ook "rustig", of "gewoon". Ze gaat dan twijfelen aan haar gevoelens voor haar geliefde Julius Spier. Ze overwint dat door te accepteren dat het nu eenmaal zo gaat, dat het erbij hoort, en dat het de momenten van sterke verbondenheid of van passie des te waardevoller maakt.

In de omgang met God gaat het net zo. Een retraiteweek is niet als vanzelf een hoogtepunt van geloofservaring. Daarom houd ik me aan de dagelijkse routines van het abdijleven, want die creëren op verrassende wijze steeds weer momenten waar God dichterbij komt.

Ik krijg 's morgens vroeg steeds beter rust in me bij het ochtendgebed. De lange stilte na de eerste lezing vond ik de eerste jaren moeilijk te hanteren. De gedachten dwaalden alle kanten op. Het lukt me inmiddels veel beter om me te blijven richten op het bidden: het spreken met God zoals met een vriend. Voor ik het weet gaat de abt al weer staan en zetten we de volgende beurtzang in.

Een andere routine is het lezen van een opbouwend boek, een eye opener, dat je uitdaagt om dingen anders te gaan doen.
Ik heb niet altijd zo'n boek bij de hand, maar deze keer vond ik er een in de abdij-boekhandel. Ik was de titel al eens tegengekomen: The Jesuit Guide to (almost) everything. A spirituality for real life van de Amerikaanse Jezuïet James Martin.
Mijn eerste vermoeden dat dit een populair Amerikaans zelfhulp boekje is blijkt niet te kloppen. Het is een interessante en vlot geschreven kennismaking met de spiritualiteit die Ignatius van Loyola, de stichter van de Jezuïeten uitwerkte in zijn meest bekende werk de Geestelijke Oefeningen. Ik heb daar in mijn vorige blog over abdij Tongerlo al over geschreven. In de afgelopen wintermaanden heb ik het volgen van een stilteretraite in Gent niet langer overwogen. Dit boek daagt me opnieuw uit om mijn gebedsleven te verdiepen.
Ik wil dingen die mij geraakt hebben citeren. Allereerst enkele vragen waar Ignatius van Loyola antwoorden op probeerde te geven:
  • Hoe weet ik wat ik moet doen, en wie ik wil zijn  ?
  • Hoe maak ik goede keuzes ?
  • Hoe ga ik om met lijden, en hoe word ik gelukkig ?
  • Hoe kan ik bidden en hoe kan  ik God vinden ?
Nu, vijfhonderd jaren later, zijn deze vragen nog steeds ook onze vragen.
Om enigszins een beeld te krijgen van deze spirituality for real life noemt James Martin vier karakteristieken:
  1. God vinden in alle dingen. je leven bestaat niet uit compartimenten met ergens een vakje voor God. Hij wil deel uitmaken van je hele leven, met al zijn hoogte- en dieptepunten
  2. Bezinning en actie combineren. Leven met God betekent niet dat je je in een klooster moet opsluiten. Het zoeken van rust en vrede en fundament in je bestaan kan heel goed samengaan met een actief en aan medemensen toegewijd leven. 
  3. God zien in het geschapene: God is niet ver weg, in een onbereikbare hemel. Hij is overal om ons heen te bespeuren met onze zintuigen. Ooit was Hij zelfs lijfelijk bij ons
  4. Vrijheid en onthechting zoeken: we worden pas echt vrij en gelukkig als we niet langer gebonden zijn door onbelangrijke zaken
Het boek staat vol met levenswijsheid die je dichter bij God brengt, en het wordt op een aangename en verfrissende manier gepresenteerd.

maandag 13 maart 2017

Veertigdagentijd en topsport

Laat ik er maar geen doekjes om winden: het valt me niet mee om de Veertigdagentijd binnen te laten komen. Daar draait het natuurlijk wel om: zes weken van voorbereiding op het Paasfeest. Weken van versobering en concentratie op dat wonderlijke verhaal over de dood van Jezus.
Geen alcohol, geen versnaperingen hebben we ons weer voorgenomen in huize Dijkgraaf. En we houden ons er aan. Het kan ook echt niet zonder dit soort keuzes van ontzegging, en het maakt niet zoveel uit wat het dan is, zolang het je maar stilzet in je dagelijkse ritme, en tot luisteren brengt.

Maar het in acht nemen van je eigen gekozen stijl van vasten is geen garantie voor dat "gaan luisteren met het hart".  Ik merk dat dit jaar weer heel duidelijk, en ik weet ook wel waar het aan ligt: het hoofd zit te vol. Met mijn boeiende baan als informatiebeveiliger, met cloud security, met de CDA verkiezingscampagne, met muzikale voorbereidingen voor de zondagen, met steeds weer vollopende email-postvakken, thuis en op het werk,met tientallen klusjes die om aandacht vragen.
Moet ik dan maar zes weken naar de hei gaan ? Het zal zonder meer helpen, maar ik vind het een zelotenoplossing. Hert is moeilijker, maar ook waardevoller om de komende weken die rust te veroveren door de agenda wat schoner te poetsen (gaat lukken vanaf week 4) en het hoofd leger te maken.
En tijd te nemen om te luisteren met het hart. Misschien hoor ik de stem van God dan wel. In de dagelijkse bijbeltekst van Ignatiaans bidden, want daar wil ik het zoeken en nergens anders. Want hoe vaker ik deze weken meemaak en het Paasfeest vier, hoe groter wordt mijn verbazing en mijn vreugde over dit verhaal van Jezus, gedood en opgewekt uit het graf, Redder en Heer.

De afgelopen maanden heb ik regelmatig een paar bladzijden uit de Navolging van Christus van Thomas à Kempis gelezen. Eén van de meest gelezen christelijke boeken uit de geschiedenis. Het valt me op hoe hij met een ongekende radicaliteit zijn doel van dichterbij God komen najaagt. Het beheersen van de lichamelijke behoeften speelt een belangrijke rol. Voor sex is natuurlijk geen enkele plaats: Thomas à Kempis is priester. Maar ook de behoefte aan eten en drinken, aan warmte en rust, alles wordt naan banden gelegd.
Bij Ignatius de Loyola vind je in de Geestelijke Oefeningen dezelfde adviezen. Eerlijk is eerlijk: soms denk ik bij het lezen: niet van deze tijd.
Sharon van Rouwendaal wint de 10 km zwemmen in open water
Totdat ik me de verslagen en de interviews herinnerde van onze jonge olympische helden en heldinnen. Ze hebben zich volledig toegewijd aan hun doel: het leveren van die ultieme sportprestatie die hun olympisch goud zal gaan opleveren. Ze zonderen zich af, trainen uren en uren per dag, onderwerpen zich aan strenge diëten, laten de alcohol staan, en hebben geen tijd voor het onderhouden van sociale contacten. Ik heb het even opgezocht: hier zie je de laatste minuten van de 10 km zwemmen in open water gewonnen door Sharon van Rouwendaal. Drie jaren lang had ze op haast onmenselijke wijze getraind in het Franse Narbonne. Dagelijks beulde ze zich af, alleen, en ver weg van familie en vrienden. En toen won ze de gouden medaille.

De Veertigdagentijd: misschien ook wel topsport.

vrijdag 3 maart 2017

CU-congres "Rijnland werkt"

Vrijdagochtend 24 februari heb ik mijn oudste zoon vergezeld naar het minicongres van de ChristenUnie over Rijnland werkt.
Op het congres werd de gelijknamige studie van het Wetenschappelijk Instituut van de CU overhandigd aan VNO-NCW voorzitter Hans de Boer.
Een prettige en interessante ochtend. Een jaar of tien geleden maakte ik voor het eerst kennis met de begrippen Rijnlands en Angelsaksisch ondernemen. Ik vond het meteen een nuttig begrippenpaar:
  • Rijnlands ondernemen staat voor samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, en samenleving, belangenafweging van werkgever en werknemer, continuïteit, en lange termijn
  • Angelsaksisch opndernemen staat voor winstmaximalisatie, aandeelhouderswaarde, efficiency en meetbaarheid, en een korte termijn focus op aantoonbare resultaten
Een alleraardigste uitleg staat in Cruijff is een Rijnlander, Van Gaal een Angelsaks.

het studierapport van de CU
Het leek me meteen duidelijk dat, hoewel mijn sympathie bij Rijnlands ondernemen lag en nog steeds ligt, beide aanpakken hun sterke en zwakke kanten hebben. Je moet daarom altijd naar de optimale mix voor jouw bedrijf zoeken. Rijnlands en Angelsaksich ondernemen bieden mij een gereedschapskist om te kijken of ik de zaken goed aanpak.
Het aardige is dat je het ook goed gebruiken kunt in het besturen van vrijwilligerswerk. Daar is een Angelsaksich instinct nog wel eens nuttig. Doelen zijn niet altijd helder, mensen verliezen zich in operationele taken en bewaken de hoofdlijnen niet meer, en de vraag of het nog nuttig is wat je aan het doen bent wordt vergeten.

De aftrap gisterochtend was voor Dirk Duijzer, directeur Coöperatie, Bestuur en Duurzaamheid bij de Rabobank. Hij liet o.a. zien hoe het Rijnlandse denken verweven is in de uitgangspunten van het beroemde Nederlandse poldermodel. Dat stempelt tot op de dag van vandaag het debat tussen overheid, bedrijfsleven, en burgers:
  1. Brede kennisdeling en scholingsmogelijkheden voor iedereen
  2. Sociale vangnetten voor de minder bedeelden
  3. Verkleining van de afstand tussen arm en rijk
  4. Zeggenschap en betrokkenheid van werknemers
  5. Integrale verantwoordelijkheid van bestuurders
Hans de Boer nam daarna de studie in ontvangst en gaf er zijn commentaar op:
  • Vereenzelvig "Rijnlands"niet met "christelijk-sociaal": "Angelsaksisch" floreert in Amerika, en dat is één van de meest christelijke landen van de wereld.
  • Werken collectiviteiten altijd beter dan individuen ? Hebben we altijd en voor alles CAO's nodig, of kunnen we meer overlaten aan het individu ?
  • De politiek is te veel gericht op de actuele onderwerpen en biedt geen samenhangende visie op de toekomst, Maar daar heeft het bedrijfsleven wel behoefte aan.
Carola Schouten bedankte alle ondernemers die aan het boek hebben meegewerkt. Ook zij wilde "Rijnlands" niet christelijk noemen, maar verwachtte wel dat het christenen zou aanspreken, en dat het nu nodig is naar een nieuwe invulling te zoeken. Er is meer behoefte aan individueel maatwerk, maar de samenhang blijft wel nodig. De CAO's kunnen niet overboord.
 
Hans de Boer, Cartola Schouten, en Dirk Duijzer in debat op het CU congres Rijnland werkt
De ochtend werd afgerond met een debat tussen de forumleden onderling, en met de zaal. Er was een levendige discussie over de vraag hoe we bedrijven naar Nederland krijgen. Hans de Boer gaf aan dat dit een belangrijk speerpunt voor hem is en dat hij bedrijven uit Londen naar Amsterdam probeert te krijgen. Daarbij wordt hij gehinderd door Nederlandse regels over de hoogte van de bonus, en van de Nederlandse vennootschapsbelasting. Niet iedereen was het eens met de pragmatische benadering van aanpassing aan Angelsaksische voorkeuren. Bonussen stimuleren het eigenbelang, welke captains of industry willen we binnenhalen ? We zijn op zoek naar lange termijn investeerders, die niet voor het snelle geld gaan.
De benadering van Hans de Boer kan ik wel waarderen: een no-nonsense en doelgerichte aanpak, met de bereidheid om compromissen te sluiten en je voorkeuren en overtuigingen te doseren. Dat vinden principieel ingestelde mensen maar niks, en dat bleek dan ook in de discussie.

dinsdag 14 februari 2017

Film: Ex Machina (2015)

Ex machina is een prima aanvulling op mijn blog over robots en AI. Ik heb deze film met veel plezier bekeken: minimalistisch, mooi gespeeld, en de effecten beperkt tot het hoogst noodzakelijke. De film zit boordevol ideeën en dilemma's zonder dat het verhaal daardoor overbelast wordt, de rust blijft.
Caleb Smith, een jonge en slimme programmeur, wordt door zijn baas Nathan Bateman uitgenodigd om een week op bezoek te komen. Nathan is de schatrijke CEO van de populaire internet zoekmachine BlueBook, maar leeft teruggetrokken in de wildernis. Caleb is niet voor de leut uitgenodigd: Nathan wil dat Caleb een Turingtest doet met zijn nieuwste AI-product: de als vrouw vormgegeven robot Ava.


Caleb accepteert de opdracht en maakt kennis met Ava. Al gauw ontwikkelt zich een emotionele relatie tussen Caleb en Ava, ondanks het scherpe bewustzijn van Caleb dat hij een robot met superieure AI aan het testen is. Behalve zijn gevoelens voor Ava groeit bij Caleb ook de achterdocht. Naarmate de week vordert begint hij steeds meer te vermoeden dat de motieven van Nathan niet geheel zuiver zijn....

In de film komen belangrijke vragen aan de orde, bijvoorbeeld: wat maakt ons als mens uniek ? Is er wel iets ? Kan superieure AI het menszijn evenaren ? Nathan heeft Ava gemaakt in een poging dat te verwerkelijken: hij schept nieuw leven, en vindt zichzelf dan ook een god.
Zijn schepping is in zekere zin ook naar zijn evenbeeld: Nathan is een seks-verslaafde dronkaard die zijn gast willens en wetens bedriegt, en Ava.... Is Ava de onschuldige jonge robot-vrouw die razendsnel haar identiteit ontwikkelt door haar gesprekken met Caleb, of is ze een berekenende femme fatale ?
Je geloof bepaalt hoe je de wereld ziet en waardeert en het geloof van Nathan lijkt alleen door een bepaald soort wetenschap te worden bepaald. Maar ook hij ontkomt niet aan de confrontatie met het eigen leven en de keuzes die je gemaakt hebt. We horen Nathan in een dronken bui de kernfysicus Oppenheimer citeren, en die had het uit de Bhagavat Gita gehaald: the good deeds a man has done before defend him.
Iedereen moet bepalen of hij een goed of een slecht mens geweest is, en het antwoord komt uit je diepste overtuigingen over God, oordeel, en vrijspraak.

Een tweede cluster van vragen gaat over de mogelijkheden van AI. Al snel is het niet alleen Caleb die Ava vragen stelt, maar ook andersom: Ava bevraagt Caleb. En dan gaat het over identiteit en geborgenheid: wie ben ik ? Houd je van me ? Wie bepaalt wat goed voor me is, dat doe ik toch zelf ?
Ik vraag me af of we deze mate van autonomie in AI kunnen realiseren. En als het zou kunnen, of we het dan moeten willen.
AI is en blijft door mensen ontwikkelde programmacode met daarin opgeslagen beslisregels, of ruimte voor het kunstmatig ontwikkelen van beslisregels. Ook die laatste categorie is nog steeds begrensd door de keuzes van de bouwers van AI. Ik geloof dus niet in AI die autonoom een menselijke mate van zelfstandigheid en identiteit ontwikkelt.

Je kunt op allerlei manieren naar deze boeiende film kijken. In Wired staat een mooie recentie die focust op de problematische rol van de vrouwelijke identiteit in de film.
Een andere invalshoek wordt gevormd door de overvloedig aanwezige bijbelse beeldspraak: Nathan was profeet ten tijde van koning David. Caleb verkende met Jozua het beloofde land. Ava is een andere vorm van Eva, onze oermoeder. Er zijn zes sessies tussen Ava en Nathan, zes scheppingsmomenten waarin Ava haar identiteit ontwikkelt.
En dan is er de titel. In de Griekse theaters vond de ontknoping soms plaats door acteurs die als goden uit de hemel neerdaalden met behulp van technische constructies:  theos ek mekhanes. In deze film is er geen Deus meer nodig, ex machina is voldoende, machines volstaan....