vrijdag 26 oktober 2012

Virtueel congres The Science and Religion Dialogue

Vandaag heb ik een aantal lezingen gevolgd van het congres The Science and Religion Dialogue, dat dit weekend plaatsvindt in de Universiteit van Heidelberg.
Ik heb dat vanuit mijn studeerkamerstoel gedaan, de presentaties werden via internet gestreamd. Het is me goed bevallen. Wanneer je even geen zin hebt ga je wat anders doen, en je eigen koffie smaakt altijd beter. Het enige wat je mist is het netwerken met de andere congresgangers. Dat geeft toch ook vaak veel genoegen.
Het begon vanochtend niet goed: het streamen werkte niet goed, waardoor er een voortdurende afwisseling was van de actuele presentatie, en fragmenten van zojuist daarvoor uitgezonden beelden. Daardoor was het betoog absoluut niet te volgen. Ik had op de congres-site een e-mailadres gezien van het bedrijf dat de techniek (video, audio, streaming) verzorgde, en heb hen een e-mail gestuurd met mijn klacht. Nog voor de ochtend-koffiepauze voorbij was, had ik al een reactie van een technicus van het bedrijf. Ze hadden inderdaad een probleem, in de pauze hadden ze instellingen gewijzigd, en of ik kon controleren of het nu goed was ? Enfin, na nog een paar e-mails heen en weer en enkele testen waren in de middagpauze de problemen verholpen.

Dan nu het congres. Vanmiddag heb ik zes lezingen gevolgd, elk zo'n twintig minuten lang. Om een indruk te geven van de onderwerpen:
  •  astronomie-1: over exoplaneten (buiten het zonnestelsel). De laatste jaren zijn er honderden ontdekt. We kunnen ze nu fotograferen, wat een technisch hoogstandje is, gezien de felheid van het licht van de moederster. Exoplaneten roepen onmiddellijk de vraag op naar de mogelijkheid van buitenaards leven. Daar werd het spannend, maar toen was de tijd op
  • astronomie-2: over een training cosmologie aan Tibetaanse monniken in India. Een onderhoudend verhaal met weinig toegevoegde waarde voor het congresthema: de dialoog tussen wetenschap en religie
  • wiskunde-1: over intuïtieve versus klassieke logica en de voordelen van het eerste voor theologische argumentaties. Dit begreep ik niet zo goed
  • wiskunde-2: over de noodzaak van extreme oneindigheden voor het doen van uitspraken over het eindige. Een briljante wiskundige was nog maar net begonnen met de betekenis van het werk van Gödel toen zijn tijd op was. Deze presentatie kon ik beter volgen, maar nog minder goed snappen
  • natuurkunde-1: over de quantum arrow of time. Een ingewikkeld verhaal over volgtijdelijkheid in de quantummechanica
  • natuurkunde-2: over de realiteit van quantumstates: bestaan ze echt, of zijn het denkconstructies ? Een grondig verhaal van nanotechnoloog Andrew Briggs. Met name zijn behandeling boeide me. Na afloop van de presentaties  heb ik wat bijgelezen over hem: een briljante fysicus en een toegewijd christen. Als je de tijd hebt, lees dan deze lezing van hem eens.
Mijn eerste indruk: Merendeels grondige verhalen van capabele wetenschappers. Allemaal hebben ze iets met het thema: Wetenschap en religie, dat is duidelijk. Tegelijkertijd is er een bonte variëteit aan onderwerpen, wijze van benaderen, vaktaal en vakterminologie. Dat maakt dat de verbinding ontbreekt, het heeft weinig samenhang en komt dus gefragmenteerd over.
Misschien dat dit morgen anders is, omdat dan niet vanuit de vakwetenschappen maar vanuit het congresthema nagedacht gaat worden.

maandag 15 oktober 2012

Maakt internet dom ?

Dat is de vraag die Nicholas Carr aan de orde stelt. Ik vind het geruststellend om te merken dat andere mensen met dezelfde vragen tobben. Eén zo'n prangende vraag is  het effect van internetten op je gezondheid. Het gaat dan over allerlei vormen van internetten: de sociale media, e-mailen, surfen, gamen, en daar kun je vervolgens van alles van krijgen: vereenzaming, een slecht concentratievermogen, gok- of pornoverslaving, te weinig beweging, en RSI.
Enkele weken geleden las ik iets over Nicholas Carr en zijn boek The Shallows. Dat trok mijn aandacht. Zijn stelling is dat het internetten onze hersenen anders laat functioneren waardoor deep thinking wordt vervangen door, u raadt het al, shallow thinking.


Ik merk al langere tijd dat geconcentreerd lezen me meer moeite kost. Voor het grondig bestuderen van een hoofdstuk of een artikel moet ik me bewust in de goede stand zetten. Wat vanzelf gaat is het diagonaal lezen of snellezen en klikkend langs allerlei links naar interessante brokjes informatie springen. Gaat dat goed komen ?

Ik ben eens stevig in de materie gedoken en heb de afgelopen dagen rustig en gedegen (jawel) de discussie over het boek van Carr gevolgd. Hij schrijft zelf het volgendeI was inspired to write the book after I realised that I was losing my own capacity for concentration and contemplation. Even when I was away from my computer, my mind seemed hungry for constant stimulation, for quick hits of information. I felt perpetually distracted.
Carr voert in The Shallows bewijsmateriaal aan uit de neurowetenschappen en de psychologie om aan te tonen dat we door het internetten op een andere manier onze hersenen gaan gebruiken. De winst: we leren snel informatie te verwerken. De rekening die we betalen: ons vermogen om geconcentreerd en creatief te denken wordt ernstig aangetast. Overigens: voor- en tegenstanders van Carr zijn het er over eens dat hij een evenwichtig beeld geeft van de sociale en mentale effecten van internet

Een typerende reactie is deze boekbespreking van Jonah Leher in de NY Times. Met andere wetenschappelijke resultaten wordt aangetoond dat onze hersenen op vele manieren baat hebben bij gamen en internetten: we gaan sneller denken en kunnen beter beslissen.
Het zal waar zijn, maar zo blijven we wel hangen in de sfeer van de onbesliste wedstrijd.

Ik vind de hoofdstelling te instrumenteel en daarom te beperkt. Het internet zou iets doen met onze hersenen, en dat heeft dan vervelende sociale en mentale gevolgen.
Gartner blogger Mark McDonald reageert  nuchter op de constateringen en de bezwaren: We kennen een lange geschiedenis van negatieve reacties op nieuwe technologieën. Dat begon al bij Socrates en het herhaalde zich bij de uitvinding van de boekdrukkunst, de telegrafie, radio en tv, en dan nu internet. Maar de wijze waarop wij zelf omspringen met de nieuwe technieken is evenzeer bepalend voor de effecten er van. Geconcentreerd lezen is toch ook een kwestie van zelfdiscipline, en deep thinking kun je bevorderen door je tijd als shallower binnen de perken te houden.
Carr heeft een nuttige discussie aangezwengeld: Ik ga weer eens kritisch kijken naar bepaalde sociale gevolgen van internet en probeer mijn leesstijl evenwichtiger te verdelen tussen shallow en deep, en dat is mooi winst.

donderdag 11 oktober 2012

Klooster - GTD

Getting Things Done in het klooster is weinig spectaculair, aards, dagelijks, haast vanzelfsprekend. De kracht ervan zit in  de dagelijks beoefende discipline, bedoeld voor de groei en bloei van de kloostergemeenschap.

Ik ga dit toelichten aan de hand van het prachtige boekje van Wil Derkse: Een levensregel voor beginners - Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven. Het verscheen in 2000 en beleeft inmiddels al zijn twaalfde druk.
Wil Derkse slaagt erin om de praktische kloosterspiritualiteit van de Benedictijnen te vertalen in alledaagse adviezen voor mensen die aan hun levensstijl willen werken. Daarbij speelt de stilte een heel bijzondere rol. Ze is van geheel andere aard dan de Isolator tool uit 1925 die ik aantrof in de blog van Edwin Mijnsbergen, met dank aan Edwin:


In het klooster is stilte niet bedoeld om jezelf van anderen af te zonderen. Ze wil je veel meer helpen om de subtiele signalen van anderen op te vangen. Geen onbelangrijk leerpunt voor mij.

Elk klooster onderschrijft en praktiseert een kloosterregel, een soort van huishoudelijk reglement. Eén van de meest bekende is de Regel van Benedictus, uit de zesde eeuw.

De Regel van Benedictus is een boekwerkje van een kleine honderd pagina's. Het wordt alom geprezen vanwege zijn evenwichtige benadering van het gemeenschapsleven in het klooster en er zijn vele, vele studies aan gewijd.

Wil Derkse geeft in zijn boek een geslaagde vertaling van het Benedictijnse kloosterleven naar de dagelijkse praktijk van managers en leidinggevenden. Ik  geef een aantal citaten van Wil Derkse die dit goed illustreren:

In Benedictijnse kloosters worden drie geloften afgelegd. Ze zijn ook buiten het klooster goed toepasbaar:
  • stabilitas: erbij blijven, niet weglopen
  • conversatio morum: dagelijks verandermanagement
  • obedientia: elkaar gehoor geven
Stabilitas
Een monnik heeft zich verbonden aan het klooster van zijn keus. Het gaat hier om een bestendig en volgehouden commitment aan de kloostergemeenschap, niet op basis van plicht, maar van harte.
Op allerlei manieren kun je los raken van die aangegane band. Stabilitas daagt je uit om niet weg te lopen, maar erbij te blijven. Het gaat erom te groeien en te bloeien waar je je geworteld hebt, met juist die partner, of precies in die organisatie, of met je eigen kinderen.

Conversatio morum
Het doel is het veranderen van je gewoonten en je leefstijl. Dit is dagelijks verandermanagement op microniveau, bij jezelf. De aanpak is niet langer alles moet anders maar elke dag zet ik een kleine stap.
Het sluit wonderwel aan bij recente resultaten van sociaal psychologisch onderzoek: mensen handelen en kiezen voor een groot deel met hun onderbewuste. Om je gedrag werkelijk te veranderen moet je heel gericht de gewenste gewoonte aanleren.
De Amerikaanse psycholoog Timoty Wilson heeft er een interessant boek over geschreven, dit is een review: Strangers to ourselves: discovering the adaptive unconscious.
    Obedientia
    Letterlijk is dit gehoorzaamheid. Het gaat echter niet om plat luisteren en dan doen wat je gezegd wordt, maar om luisteren met je hart. Je probeert te horen wat de zin is in de situatie waarin je je bevindt, in het gesprek dat je voert, in de vraag of de reactie van de ander.
    Deze gehoorzaamheid is bevrijdend: je komt los van de gerichtheid op jezelf, en le leert je open te stellen voor de ander en opmerkzaam te zijn. Deze gehoorzaamheid kan door iedereen  in de praktijk gebracht worden, of je nou CEO bent, of op de werkvloer verkeert.

    donderdag 4 oktober 2012

    Smartphone uit, nu bidden

    De afgelopen week heb ik vier goede dagen doorgebracht in Abdij Tongerlo. De bomen staan nog volop in het blad, de eerste herfstkleuren zijn hier en daar te zien. Het is er dan aangenaam wandelen: een klein rondje om de abdijterreinen heen, of langere wandelingen rondom Tongerlo en Westerlo.
    Er was weer genoeg te beleven met de andere gasten. We treffen elkaar bij de maaltijden, of 's avonds in de gastenhuiskamer waar we dan een Tongerlo Prior inschenken, santé. Voor je het weet ben je een paar uur verder, luisterend naar elkaars verhalen.

    Poortgebouw van de abdij, achter de tak mijn gastenkamer
    Deze keer wil ik wat dieper ingaan op mijn dagprogramma. Ik neem steevast een laptop mee, en ga dan soms een paar uur aan het werk voor baas VGZ. Het was me nog niet bekend, maar inmiddels is er een werkkamer waar je kunt inprikken op het kloosternetwerk en dan kunt internetten. Dat gaat prima, en ik kan dan mooi bij blijven met de mail en soms ook verder werken aan rapporten of verslagen.

    Toen ik hiervan melding maakte in een berichtje op Twitter en Facebook - ja, dat gaat ook door hè - kreeg ik reprimandes van meerdere collega's: zet die smartphone uit en laat je laptop thuis. Zoiets doe je niet in een klooster, daar heerst rust en stilte, en kom je tot jezelf !
    Natuurlijk kan ik dat laatste onderschrijven: er heerst een aangename stilte in de abdij, en die is bevorderlijk voor de rust in je hoofd. Er is dan ook niets mis mee om op die manier in het klooster te logeren. Wanneer je opgefrist weer naar huis gaat, dingen in je hoofd op een rijtje hebt kunnen zetten, en misschien weer mentaal evenwicht hebt gevonden dan is dat pure winst. Ik wens dat elke kloosterbezoeker toe.

    Het is echter niet het belangrijkste dat ik zoek in het klooster. Veel mensen denken dat een klooster een andere wereld is dan de dagelijkse wereld van werk en gezin. Zoiets als een geestelijke wereld waar God centraal staat en zonder problemen gediend kan worden, tegenover de aardse wereld waar andere zaken tellen, en waar God afwezig is.
    Dat is niet mijn beeld van het kloosterleven, en het is ook niet wat ik zie wanneer ik een paar dagen in het klooster logeer. Het is ook niet zo bedoeld geweest.
    Een belangrijke regel voor het kloosterleven is ora et labora, bid en werk. Monniken zijn niet de hele dag aan het bidden of aan het mediteren. Nee, er is een fraai gebalanceerd dagritme waarin gebedstijden en uren om te werken elkaar afwisselen.
    In Tongerlo is er een gezamenlijk ochtendgebed om zeven uur en een avondgebed om halfzes. Rond het middaguur is er een korte Eucharistieviering met aansluitend het middaggebed. That's it. Dat laat heel wat uren over om aan het werk te gaan, en dat doen de paters dan ook.
    En so do I. Netzo als de paters probeer ik dagelijks werk en dagelijks bidden heel dicht bij elkaar te houden. Dat maakt mijn leven één geheel. Er zijn niet twee werelden, eentje met God om te bidden of een kerkdienst te bezoeken en eentje zonder God waar ik samen met mijn collega's aan de slag ben, of dingen doe met vrouw en kinderen. Nee, als ik werk wordt dat een praktisch maken van mijn gebed, en als ik bid gaat dat over de dingen waar ik aan werk. Dat geeft een stevig en betekenisvol fundament onder de dag, dat kan ik je verzekeren. Misschien zou dat in Happinez  integrale levensstijl of holistisch leven worden genoemd, maar ik noem het maar gewoon navolging van Jezus.

    vrijdag 28 september 2012

    Film: Copie Conforme (2010)

    Houd je van actie, snelheid, en een good guy en een bad guy, sla dan vooral deze film over. Dit is totaal anders: lange dialogen en rustig camerawerk. We zijn in een Toscaans stadje, er zijn veel bruin-tinten en bloemenkleuren. Ga er rustig voor zitten,en maak mee hoe een man en een vrouw, echtelieden, een dag lang met elkaar optrekken. De vrouw probeert nieuw leven te blazen in de versukkelde relatie. De man lijkt die weg niet meer op te willen gaan.


    Juliette Binoche en de Britse opera-bariton William Shimell spelen de naamloze zij en de Britse schrijver James Miller.
    Ze ontmoeten elkaar in Toscane, waar Miller een lezing geeft over zijn boek Certified Copy. Daarin beargumenteert hij dat originaliteit niet bestaat: elke kopie heeft een eigen originaliteit, en zelfs het origineel is een kopie van zichtbare of onzichtbare beelden. Zij is er ook, wil graag gesigneerde exemplaren van zijn boek, maar moet eerder weg omdat haar zoontje niet langer wil blijven. Ze laat haar telefoonnummer achter.

    Miller en zij ontmoeten elkaar weer in haar antiquariaat. Ze gaan autorijden. Er is meteen een bepaalde vertrouwelijkheid tussen de twee. Ze voeren een lang, soms filosofisch getint gesprek. Zij rijdt naar een stadje en ze bezoeken een museum. Daar wordt ze gebeld door haar zoon. Ze valt uit tegen Miller, omdat hij partij kiest voor de jongen.
    In een café gaan ze koffiedrinken. Daar wordt Miller gebeld. Zij wordt aangesproken door de cafébazin die haar complimenteert omdat ze een goede echtgenoot heeft.

    Hier maakt de film een wending. Zij vertelt de vrouw dat haar man er nooit is en dat ze geen goed contact met hem heeft: hij gaat helemaal op in zijn werk. De cafébazin geeft haar levenswijsheid over een goed huwelijk aan haar door. Als kijker ben je even in de war: Speelt zij nu een spel, of zijn Miller en zij echt getrouwd ? Miller komt terug en het tweetal wandelt verder. Op de markt schiet zij een echtpaar aan om hen naar hun mening te vragen over een beeldhouwwerk. De man ziet hoe Miller met haar omgaat en neemt hem apart. Nu krijgt hij ongevraagd advies hoe zijn vrouw voor zich te winnen. Miller is er niet van gediend.
    Ze gaan eten. Dat wordt een grote teleurstelling. Miller keurt de wijn af, wordt bozer en bozer over de bediening en over van alles en nog wat, en de twee krijgen slaande ruzie. Miller loopt naar buiten.

    Opnieuw krijgt de film een wending: Miller en zij lopen verder en komen bij het hotel waar ze de huwelijksnacht hebben doorgebracht. Zij herinnert zich alles, het brengt haar in een romantische stemming. Op de kamer waar ze overnacht hebben, probeert ze hem voor het laatst voor zich te winnen: blijf bij me ! Maar hij herhaalt zijn opmerking van de ochtend: mijn trein vertrekt om negen uur vanavond.

    Tot zover de plot van het de film. In  de dialogen zitten veel prachtige opmerkingen over kunst, over (echt) kijken, over de idealen en de hoop van het leven en het verdorren daarvan.
    Er zitten prachtige scenes in de film. Bijvoorbeeld het moment waarop zij in het restaurant naar het toilet gaat en voor de spiegel haar lippen stift en oorbellen in doet, vol verwachting glimlachend.
    Een tweede scene die ik schitterend vind, is het tevoorschijn komen van een stokoud echtpaar. Ze verlaten een kerk, zij komt hen achterna. Het oude echtpaar loopt de camera als het ware in, en je ziet steeds beter hun eenheid-in-ouderdom.
    Het is genieten van het spel van de beide hoofdrolspelers. Juliette Binoche weet op onnavolgbare wijze jeugdige speelsheid en rijpe vrouwelijkheid te combineren. William Shimell straalt afstandelijkheid en koelheid uit, maar ook autoriteit. Je wordt nieuwsgierig: wat gaat er met hen gebeuren: vuur en water, gaat het samen of blijven het gescheiden werelden ?

    In het begin van de film is het niet duidelijk wat hun relatie precies is, wel dat er iets vonkt bij haar. Het gesprek blijft nog wat algemeen: zij stelt vragen en probeert hem te begrijpen of voert tegenargumenten aan wanneer ze met hem van mening verschilt.
    Ik zie drie delen in de film. Na de koffie in het café wordt de toon persoonlijker. De twee lijken getrouwd te zijn. Ze maken ruzie, over het zoontje, over het verleden, over wat er mis is gegaan.
    In het laatste deel, bij het hotel waar ze hun huwelijksnacht doorbrachten, overheerst bij haar de romantische herinnering. Maar bij hem lijkt de liefde doodgegaan.
    Kenden ze elkaar, waren het echtelieden, of was het een spel, een kopie ?

    donderdag 27 september 2012

    Trendrede 2013

    De burger van Stavast: ferm van karakter betekent dat. Vorig jaar kwam ik deze omschrijving voor het eerst tegen, in de Trendrede 2012. Ik heb er toen over geschreven en gemeld dat ik de trendrede een zeer waardevolle bijdrage vond aan de gedachtenvorming over het wel en wee van de samenleving. Bekende Nederlandse trendwatchers delen hun visie over de grote ontwikkelingen in ons land en proberen die te duiden.
    foto www.trendslator.nl

    De Burger van Stavast is de moderne Nederlander die niet langer wacht op actie van de overheid, maar zelf het heft in handen neemt en zijn zaakjes gaat regelen. Hij neemt zelf het initiatief, lokaal, of met vakgenoten, of met soulmates waar dan ook vandaan.

    Op 11 september 2012 is de trendrede 2013 uitgesproken en gepubliceerd. Ik was natuurlijk nieuwsgierig en heb de rede rustig en goed doorgelezen.
    De grote lijnen van vorig jaar komen terug. Dat lijkt me normaal: het is een trendrede, en trends plegen niet elk jaar als paddestoelen uit de grond te schieten. Hier en daar vind ik het verhaal te zweverig worden. Laat de quantummechanica en nanotechnologie er liever buiten. Het klinkt wel hip, maar voegt niet zo veel toe aan de kracht van het betoog.

    Ik noem de Trendrede-zaken die ik opmerkzaam en/of inspirerend vind:
    • We verlaten de jaren van het Grote Ik en krijgen meer oog voor samenhang in de maatschappij.  We gaan bijdragen in plaats van weghalen, opwekken in plaats van onttrekken. Van zelfredzaamheid bewegen we ons naar samenredzaamheid (zie de blog van Pieter Hilhout)
    • We gaan dus van ik naar wij. De Trendrede precisieert dat: het wij is een gelegenheidswij, een heel geslaagde karakterisering. Ik zie het volop in het vrijwilligerswerk gebeuren. We willen best iets doen, maar een poosje. Het is moeilijk om mensen te vinden die zich een paar jaar als kartrekker willen verbinden aan een vereniging of club. Bestuursfuncties zijn moeilijk te vervullen. Ik vind dat een negatieve ontwikkeling, naar mijn mening kun je belangrijke maatschappelijke activiteiten niet goed draaiende houden op basis van  een paar maand meehelpen
    • We willen weer begrip van en greep krijgen op onze wereld. Besturen moet eenvoudiger, weg met al die managementlagen. We willen weten wat we eten, waar het vandaan komt en hoe het geproduceerd is. We krijgen meer en meer respect voor vakmanschap en toewijding aan professionaliteit. Ranomi Kromowidjojo en Epke Zonderland met hun gouden plakken zijn onze helden.
    • Informatie is haast onbeperkt voorradig, en steeds meer op elk moment en op elke plaats beschikbaar. Dat willen we ook, we kunnen niet meer zonder onze smartphones en onze vrienden op Facebook. Niets willen we missen. Tegelijkertijd willen we onthaasten, en gaan we naar een meditatiecursus.
    • Alles is met alles verbonden, in steeds wisselende constellaties. Het is een ingewikkelde en onoverzichtelijke wereld geworden, en daar moeten we een weg in zien te vinden.
    De Trendrede signaleert op heldere wijze de maatschappelijke ontwikkelingen. De betekenisgeving schiet voor mij te kort. Die blijft toch hangen in een humanistisch mensbeeld met hier en daar een vleugje vage spiritualiteit. We gaan het zelf doen, als we maar slim genoeg zijn om te willen veranderen !
    Ik ben christen en dus onderweg naar het beloofde Godsrijk. Hoe dat er precies uitziet weet ik niet. De bijbel spreekt er beeldend over: het wordt een feest. Dat stemt me hoopvol en geeft me steeds weer energie om er tegenaan te gaan. Want het wòrdt een keertje tof, en daar zorgen wij niet voor, maar God.   

    donderdag 20 september 2012

    DE coöperatie

    Zomaar een afkorting: Duurzame Energie Coöperatie, het zou ook DEC kunnen worden dus. Er schijnen honderden lokale initiatieven te zijn om gemeenschappelijk duurzame energie door wind of door zonlicht te produceren. Slechts enkele functioneren ook echt in die zin dat er werkelijk geproduceerd wordt op basis van een rendabel bedrijfsmodel.
    Ik heb eerder geschreven over lokale duurzame energieproductie in de blogs over het zonnepark. In Zonnepark-2 heb ik de hoofdlijnen van het plan voor een lokaal zonnepark gepresenteerd.


    Na een paar maanden zomerreces ga ik de draad weer oppakken. Inmiddels is wel duidelijk dat de techniek geen probleem is. Zonnepanelen functioneren stabiel en er wordt volop geïnnoveerd. De vraag is dan ook niet òf je instapt, maar veel meer wanneer je dat doet. Als privé-persoon heb ik in de afgelopen zomer meegedaan met de subsidie-aanvraag voor zonnepanelen. Begin juli kon daar op ingetekend worden. De belangstelling was zo massaal dat de website dagenlang onbereikbaar was. Desondanks heb ik wel een subsidie in de wacht gesleept en in dit najaar ga ik de zonnepanelen bestellen en op het dak van de schuur plaatsen.

    Economisch wordt het steeds aantrekkelijker om je spaarcenten te investeren in zonnestroom. De prijs van zonnepanelen is het afgelopen jaar met tientallen procenten gedaald. Kwade geruchten doen de ronde dat China beneden kostprijs exporteert en dat de Europese markt beschermd moet worden.
    De terugverdientijd van een investering in zonnepanelen zakt daardoor steeds verder richting tien jaar en dat begint veel mensen natuurlijk aan te spreken.
    De voornaamste reden om een gemeenschappelijk initiatief te starten is het mobiliseren van zoveel mogelijk betrokkenheid van zoveel mogelijk mensen in een buurt, wijk, dorp, of gemeente. Niet iedereen heeft een geschikt dak voor zonnepanelen, terwijl de bereidheid om mee te doen misschien groot is. Een gemeenschappelijk initiatief biedt daarvoor de mogelijkheid.

    Ik heb innmiddels vastgesteld dat er twee grote obstakels overblijven.

    Het eerste is een klassieker: tijd. Voor een gemeenschappelijk initiatief, bijvoorbeeld een DE-coöperatie, zijn aanjagers nodig die de tijd hebben om het regelwerk ter hand te nemen: er moet een bedrijfsplan met een goede financiële paragraaf komen, er moet een geschikte rechtsvorm worden bepaald, er moet een marketingplan worden geschreven en daarna uitgevoerd, en als de belangstelling voldoende is moet de techniek worden ingeregeld en daarna onderhouden. Dat is veul wark.

    Het tweede is de politieke onwil van de landelijke overheid om decentrale en duurzame energieproductie te stimuleren.
    Voor één huishouden, met één electriciteitsaansluiting, is er niets aan de hand. Wanneer je met zonnepanelen zelf energie opwekt, mag je een overschot (bijvoorbeeld op een zonnige zomerdag)  terugleveren aan het net. Dit wordt dan weggestreept tegen je afname van het net. Dit heet salderen achter de meter. Financieel betekent dit dat je voor de geleverde stroom hetzelfde terugbetaalt krijgt als wat je voor afgenomen stroom betaalt, momenteel ruim 20 eurocent per kWh.
    So far, so good. De situatie wordt anders wanneer je de stroom niet achter je eigen meter opwekt, maar voor de meter, elders dus. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je als appartementbewoners gezamenlijk zonnepanelen op het dak van de appartementenflat plaatst en met een Vereniging van Eigenaren de opbrengsten deelt. Een ander voorbeeld is een gezamenlijk zonnepark. Wanneer de stroom niet achter maar voor je eigen meter teruggeleverd wordt, geldt de verrekening zoals hierboven beschreven niet. In plaats daarvan krijg je een veel lager tarief, en daarmee is de terugverdientijd veel hoger. Geen aantrekkelijke investering dus. Lees hier een toelichting op het salderen en zelflevering.
    Aan de regering is begin dit jaar gevraagd om lokale energiecoöperaties te ondersteunen. Een antwoord is er nog niet.

    Gelukkig gaat de ontwikkeling van lokale en duurzame energieproductie door. Er zijn inmiddels partijen die hierin ondersteunen. ZonopNederland ondersteunt lokale initiatieven. Ik ga binnenkort eens met ze kennismaken.
    Energie Dongen heeft de verening VEC (verenigde Energie Coöperaties) opgericht. Dit is bedoeld om lokale coöperaties te bundelen om zodoende beter een vuist te kunnen maken naar de politiek en naar de energieleveranciers en netbeheerders.