Posts tonen met het label zonne-energie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zonne-energie. Alle posts tonen

zaterdag 8 februari 2014

De postcoderoos en Oene

Burgercollectieven krijgen korting op hun energiebelasting wanneer ze gezamenlijk duurzame energie produceren, zo staat te lezen in het vorig jaar gesloten Energieakkoord.
Het gaat om 7,5 cent per kWh. Eén van de voorwaarden is dat de deelnemende burgers in de postcoderoos wonen. De postcoderoos bestaat uit het 4-cijferige postcodegebied waarin zich de productiefaciliteit bevindt - het zonnedak of de windmolen - en de aangrenzende postcodegebieden. Wat betekent dat voor de werkgroep zonneparkEpe: wordt het nu aantrekkelijk om ergens in de gemeente een groot dak vol met zonnepanelen te leggen en gezamenlijk kosten en baten te delen ?
Ik heb de kaart er maar eens bijgepakt.
 
Postcoderoos met Epe als centrum
Het blijkt slimmer te zijn om als centraal postcodegebied het dorp Epe te nemen. Dan valt ook Heerde binnen de postcoderoos en is er dus een groot aantal burgers die kunnen deelnemen.
Het is niet mogelijk om de hele gemeente Epe te bestrijken met de postcoderoos. Wanneer Emst wordt gekozen als centrum valt Oene en een deel van Vaassen er buiten (Berkenoord). Wanneer Vaassen wordt gekozen als centrum valt Epe er buiten.
 
Laten we aannemen dat we ergens een groot dak of een niet gebruikt bouwperceel gaan vinden. Waar moeten we dan overal aan denken?  Hier Opgewekt heeft daar een goed dossier over opgebouwd. Ik haal er een aantal in mijn ogen belangrijke zaken uit.
  1. Er moet een coöperatie of een Vereniging van Eigenaren komen die economisch en juridisch eigenaar is van de productiemiddelen. Als leden komen alleen burgers in aanmerking, ondernemingen mogen niet deelnemen. Huurders kunnen deelnemen wanneer ze zelf hun energierekening betalen. Het economisch en juridisch eigenaarschap impliceert dat lease- of huurkoopconstructies niet in aanmerking komen voor de korting.
  2. De kosten van deelnemers zitten in het realiseren en exploiteren van de productievoorziening. Er moet worden geïnvesteerd in zonnepanelen en bijbehorende techniek, in een windmolen, of in een biogasinstallatie. Er zal onderhoud moeten worden gedaan en wellicht zijn er personeelskosten. De baten zitten in de verrekening van de korting op de energiebelasting. Die vindt plaats via het energiebedrijf van de leden van de coöperatie. Jaarlijks stuurt de coöperatie per lid een ledenverklaring naar het betrokken energiebedrijf waaruit blijkt hoeveel kWh groene energie geproduceerd is voor dat lid. Het energiebedrijf verrekent dan de korting. Hier schuilt een eerste addertje onder het gras: het energiebedrijf mag voor deze extra administratie kosten in rekening brengen.
  3. De opgewekte stroom zal worden terug geleverd aan een energiebedrijf. De coöperatie ontvangt daarvoor de afgesproken vergoeding. Daar wordt vooraf over onderhandeld. Momenteel wordt er veel goedkope stroom geleverd door o.a. Duitsland. De interconnectiviteit tussen de nationale stroomnetten wordt steeds meer uitgebreid, zodat er gemakkelijker met stroomoverschotten binnen Europa kan worden geschoven. Daardoor zal stroom goedkoper worden, en zullen lokale coöperaties dus minder voor hun lokale groene stroom krijgen.
  4. Voor de teruglevering van groene stroom is een aparte aansluiting verplicht. Netbeheerders staan vaak maar één aansluiting per WOZ-object toe. Er zal dus een geschikte constructie moeten worden bedacht, b.v. kadastrale splitsing, om de nieuwe aansluiting te kunnen realiseren.
  5. De overheid garandeert een geldigheidsduur van 10 jaar voor de korting op de energiebelasting. Er is dus geen zekerheid hoe de regeling er daarna uit zal zien. Dat is vervelend, want de investingen voor de productiemiddelen worden vaak over langere perioden afgeschreven.
  6. Een belangrijk bezwaar tegen deze regeling is de betaling ervan door de overheid. Die gaat namelijk inkomsten derven door de terugvallende inkomsten uit de energiebelasting. Dit gaat de overheid over enkele jaren compenseren door een minieme stijging van de energiebelasting in te voeren. Oftewel: alle burgers in Nederland gaan meebetalen aan de opwekking van groene energie.
Voor de liefhebbers: Sven Pluut heeft een gedetailleerde businesscase uitgewerkt voor een postcoderoos initiatief. Er is op gereageerd door professionals met een hart voor lokale initiatieven en er is een schat aan informatie te vinden.
Inmiddels vind ik de business case voor groene stroom initiatieven binnen de postcoderoos niet sterk meer. Het rendement is laag, er is geen toekomstvast scenario, en er zijn nogal wat financiële en administratieve onzekerheden.
Niet getreurd, er blijft genoeg over. Onze zonneparkEpe groep is druk bezig met plannen voor het voorjaar. Bewustwording,  lokale ondernemers die aanhaken, jullie horen er meer van.

donderdag 26 september 2013

Groene fabels

Toen ik student was, discussieerden we over de melkfles. Wat is nu beter voor het milieu: een pak melk kopen en de verpakking weggooien, of melk in de fles nemen en die weer inleveren ? Bij het reinigen van de flessen wordt het milieu ook belast.... Ja, daar kwamen we natuurlijk nooit uit, en uiteindelijk gingen we de droge kelen maar smeren met een beugeltje Grolsch.


Dit akelige dilemma duikt steeds weer op. Het boek Green Illusions - the dirty secrets of clean energy and the future of environmentalism staat er vol mee.
Schrijver Ozzie Zehner is een Amerikaanse wetenschapper die in talrijke bladen publiceert over de sociale, economische, en politieke contexten van energiebeleid.
Hij heeft aan de Universiteit van Amsterdam een MSc-graad gehaald en doceert nu aan Berkeley Univeristy in Californië.

Green Illusions imponeert door zijn dwarse meningen. En die worden dan ook nog eens een keertje onderbouwd met een overweldigende hoeveelheid feitenmateriaal. Ozzie Zehner gaat niet over één nacht ijs....
Hij begint met een systematische behandeling van verschillende vormen van duurzame energiebronnen: zonne-energie, windenergie, energie uit biomassa, waterstof, "schone" steenkolen.
Van elke energiebron wordt aangegeven welke verwachtingen reëel zijn, en welke niet:
  • zonne-energie uit de Sahara of de Nevada-woestijn ? De investeringen om de stroom te transporteren zullen gigantisch zijn. De politieke stabiliteit in Afrika is twijfelachtig. De publieke opinie in de VS zal zich verzetten tegen gigantische zonneparken. Wanneer je de energie nodig voor de productie van de zonnepanelen meeneemt in de rendementsanalyse wordt het plaatje minder aantrekkelijk
  • windenergie dan ? Hier noemt Zehner de invloed van NIMBY-groeperingen (Not In My BackYard) die eindeloze procedures aanspannen tegen de aanleg van grootschalige windparken. Daarnaast weten de bestaande energieleveranciers handig te opereren door windenergie weliswaar "kleinschalig" te propageren, maar de ontstane goodwill bij de overheid te gebruiken om krachtiger stimuleringsbeleid te voorkomen. En kleine windmolentjes ? Daarvan is maar zeer de vraag of de CO2-balans tussen productie en gebruik positief uit valt.
  • Biobrandstof misschien ? Zehner laat zien welke desastreuze gevolgen de productie van biobrandstof uit mais heeft op de wereldvoedselhuishouding. En door ontbossing t.b.v. landbouwgronden voor biobrandstof in Indonesië wordt uiteindelijk meer CO2 geproduceerd.
Het verhaal van Zehner is in sterke mate toegeschreven op de Amerikaanse situatie. Dat neemt niet weg dat soortgelijke analyses ook in de Europese of de Nederlandse context gedaan kunnen worden. En dan zullen ook de Nederlandse groene fabels voor de dag komen....
De conclusie van Zehner is dat we niet radicaal genoeg zijn in onze aanpak van het energieprobleem. We blijven namelijk zoeken naar technologie-oplossingen die het ons mogelijk maken om steeds grotere hoeveelheden energie te verbruiken. Ons eigen gedrag blijft onbesproken.

In het tweede deel van Zehner's betoog komt hij met voorstellen hoe duurzaamheid beter kan landen in en geaccepteerd worden door de samenleving en het bedrijfsleven. Duurzaamheidsprojecten moeten realistisch en haalbaar zijn, ze moeten leiden tot verbeteringen van de levensstandaard, en ze moeten appelleren aan het "welbegrepen eigenbelang" van grote groepen mensen.
Hij geeft vervolgens vele voorbeelden, waarvan sommige me verrassen. Voorbeelden:
  • Vrouwenrechten. De ongebreidelde groei van de wereldbevolking moet tot staan worden gebracht. Een krachtig middel daarvoor is de wereldwijde educatie van vrouwen en het tegengaan van uitbuiting en uitsluiting van vrouwen in het democratische proces
  • Consumptie. De drang tot consumeren is enorm. Slimme marketing speelt hier handig op in, speciaal bij kinderen. Om dit te bestrijden moet de marketingmachine aan banden worden gelegd. Daarnaast moet het in de VS aantrekkelijk worden gemaakt om minder te gaan werken en meer vrijwilligerswerk te gaan doen. Daarnaast moet het verbruik van goederen (voedsel !) worden belast, in plaats van inkomsten en/of bezit te belasten.
  • Inrichting van de openbare ruimte. Amerikaanse suburbs kenmerken zich door een hoog ruimtebeslag en de noodzaak van een uitgebreid wegennet om woon-werkverkeer mogelijk te maken. Zehner pleit er voor om wonen en werken dichter bij elkaar te brengen, en het openbaar vervoer beter te ontwikkelen. Hij pleit voor "fietsbare" steden, wat zonder twijfel geïnspireerd zal zijn door zijn verblijf in Amsterdam. Dit lijkt op luchtfietserij, maar dat is ten dele waar. In Azië worden gloednieuwe megasteden ontwikkeld waar de nieuwste concepten voor duurzame inrichting een rol spelen.
Het is een genot om dit boek te lezen. Het analyseert scherp, ontmaskert, maar geeft ook richting en mogelijkheden. Het gaat over persoonlijke keuzes en gedrag, maar ook over politiek beleid over grenzen heen.
Dat dit op onverwachte plekken herkent wordt, blijkt uit de visie en de activiteiten van de World Business Council for Sustainable Development. Hierin werken CEO's van grote multinationals samen aan de ontwikkeling van een duurzame mondiale toekomstvisie. Peter Bakker, oud-topman van TNT, is er sinds 2012 President en CEO.





maandag 29 april 2013

Zonnepark - 4

In mijn vorige blog over het lokale zonnepark in september schreef ik dat er twee belangrijke obstakels waren om verder te komen  met ons lokale burgerinitiatief:
  • we hebben niet voldoende tijd beschikbaar om stevig door te pakken
  • de businesscase voor een zonnepark is niet goed rond te krijgen omdat zelflevering (salderen) niet toegestaan is
Vanwege deze patstelling hebben we maar eens een stevige winterslaap gehouden, dat schijnt best duurzaam te zijn. Geen vergaderingen, geen gereis, geen verslagen tikken, allemaal prima natuurlijk. 
 
Of moeten we toch naar de keramische brandstofcellen ?
In februari zijn we weer van start gegaan, met een nieuwe samenstelling van de werkgroep. Duurzaamheidsmaat AvT had enkele enthousiastelingen weten te strikken. Dat heeft uitstekend gewerkt, wat een gezonde portie begeestering niet te weeg kan brengen !
In een strak ritme van tweewekelijkse overleggen hebben we de zonnepark ideeën van vorig jaar ontstoft, nog eens kritisch bekeken, en toen de conclusie getrokken dat onze volgende stap het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie moest gaan worden.
Die moet duidelijk gaan geven over de mogelijke risico's en blokkerende factoren. In het haalbaarheidsplan worden "grofmazig" een aantal thema's onderzocht, zoals:
  • business case / het ondernemersplan
  • lokatie en ruimtelijke ordening
  • techniek
  • stakeholderanalyse
  • juridische aspecten
  • milieuzaken
Wanneer er een positief advies wordt gegeven in de eindrapportage van de haalbaarheidsstudie kan de volgende fase beginnen: het uitwerken van een definitief businessplan. Daarin worden bovenstaande thema's in detail verder onderzocht.
 
Om het haalbaarheidsplan te kunnen maken is expertise  nodig, of geld om die in te kunnen kopen in de vorm van adviesuren. Daarom hebben we inmiddels met de gemeente Epe en met het Veluws Centrum voor Technologie contacten gelegd om te overleggen over financiële ondersteuning. Als dat lukt kunnen we gaan beginnen met de haalbaarheidsstudie.
 
Omdat er honderden inititiatieven voor de lokale opwekking van schone energie zijn, is er al heel veel uitgezocht. Op de sites van HierOpgewekt en e-Decentraal is een ruime keus aan seminars, workshops, en factsheets te vinden. Het is natuurlijk zaak om al tijdens de haalbaarheidsstudie hier goed gebruik van te maken.
In januari heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een rapport gepubliceerd getiteld Lokaal Energiek: decentrale duurzame energie. De centrale onderzoeksvraag in dit rapport luidt: Wat gebeurt er als 50% van de huishoudens in Nederland hun eigen elektriciteit decentraal duurzaam opwekken?
Hierin worden een business case voor lokaal opgewekte energie en een MKBA (maatschappelijke kosten en baten analyse) uitgewerkt.
In de samenvatting van het rapport staan o.a. de volgende conclusies: Onder het huidige fiscale regime is de business case financieel rendabel voor de alternatieven Windenergie,Zonnepark en Zon-PV eigen dak.
Om de MKBA te kunnen beoordelen zal ik me stevig moeten verdiepen in de gebruikte methoden, deze benadering is me niet vertrouwd. Duurzaamheidsblogger Henri Bontenbal heeft de MKBA kritisch becommentarieerd in dit duidelijke artikel. Zoiets helpt de beginneling op weg.

Al lezend ontdek ik ook de kritische en goed onderbouwde tegengeluiden. Er valt nogal wat af te dingen op de positieve effecten van wind- en zonne-energie. Theo Wolters beschrijft op climategate.nl de effecten van decentrale energie-opwekking op 's lands economie. Dat zijn fundamentele bezwaren.....

dinsdag 29 januari 2013

Rekenmodel terugverdientijd zonnepanelen

Natuurlijk willen we allemaal weten wanneer we de investering in onze zonnepanelen hebben terugverdiend. Ik heb er een eenvoudige rekenmodel voor gemaakt in Excel, en stel die beschikbaar voor de geïnteresseerden.
 In het rekenmodel worden twee scenario's vergeleken:
  1. investeren in zonnepanelen en sparen met de jaarlijkse opbrengst
  2. sparen of beleggen met het investeringsbedrag
In het rekenmodel worden deze beide scenario's vergeleken gedurende 30 jaren. Er kunnen een aantal instelwaarden worden gekozen. Deze bepalen wanneer de zonnepanelen zijn terugverdiend.


Het rekenmodel werkt als volgt:
In kolom B worden in de oranje vakken een aantal parameters ingesteld. Ik behandel ze één voor één.

Allereerst worden de technische instelwaarden gekozen:
  1. B5: de opbrengst per paneel, in Wattpiek. Deze waarde is terug te vinden in de technische specificatie van de zonnepanelen, en kan ook zijn vermeld op de offerte of factuur
  2. B6: het aantal vierkante meter per paneel. Deze waarde heb ik toegevoegd om snel een indruk te krijgen van de totale oppervlakte van een groot aantal panelen, bijvoorbeeld op platte daken, of in een zonnepark
  3. B7: het totale aantal zonnepanelen dat u aanschaft
  4. B8: het jaarlijkse efficiencyverlies door slijtage van de panelen, zie de technische specificatie van de zonnepanelen
  5. B9: het rendement van de omvormer, zie de technische specificatie van de omvormer
  6. B10: de omrekenfactor van Wattpiek naar KWh. In Nederland worden waarden tussen 0,85 en 0,88 gebruikt
  7. B13: een eenmalig bedrag voor verwerving van grond of voor een plaatsingsrecht. Deze waarde wordt nu nog niet gebruikt in de berekeningen
Dan volgen een aatal financiële instelwaarden:
  1. B16: de prijs per paneel
  2. B17: de eenmalige inrichtingskosten, bijvoorbeeld van de installateur. Hier kunnen ook de kosten voor de omvormer worden  meegenomen. Deze kunnen ook worden verrekend in de kosten per paneel in B16
  3. B18: voor grotere installaties: een bedrag voor eventueel jaarlijks onderhoud
  4. B19: idem, nu voor lokatiekosten, bijvoorbeeld huur of pacht
  5. B20: het stroomtarief. Dit wordt overgenomen in kolom G en kan indien gewenst per jaar worden aangepast 
  6. B21: het rente- of rendementspercentage voor scenario 2: sparen of beleggen. Ook deze waarde wordt overgenomen, nu in kolom H, en kan daar van jaar tot jaar worden gewijzigd.
  7. B24: ingeval van een investeerderscollectief kan hier het aantal deelnemers worden vermeld. Wanneer het een privé-installatie betreft moet deze waarde natuurlijk op 1 gezet worden
Vervolgens worden er een aantal waarden berekend:
  1. B27: de totale opbrengst per jaar in KWh. Dit is het produkt van de opbrengst per paneel in B5, het aantal panelen in B7, en de omrekenfactor in B10
  2. B28: het totale oppervlak van de zonnepanelen. Dit is het produkt van het oppervlak per paneel in B6 en het aantal panelen in B7
  3. B29: het  totaal van de kosten van de zonnepanelen
  4. B30: de totale investeringskosten. Dit is de som van de inrichtingskosten in B17 en het totaalbedrag voor de zonnepanelen in B29
  5. B31: de kosten per investeerder. Dit wordt berekend door de totale investeringskosten in B30 te delen door het aantal investeerders in B24
  6. B32: de kosten per kWh. Deze worden berekend door de totale investeringskosten in B30 af te schrijven over 30 jaren en de aldus berekende jaarlijkse afschrijving te vermeerderen met de jaarlijkse exploitatie, onderhouds, en lokatiekosten in B18 en B19. De kosten per kWh worden bepaald door dit bedrag te delen door de jaarproduktie in B27 
Met deze instellingen is het rekenmodel nu bepaald.
Ik bespreek vervolgens de kolommen in beide scenario's:

Scenario 1: investeren in zonnepanelen
  1. E: hierin is het efficiencyverlies van de zonnepanelen verwerkt. De startwaarde in E3 is gelijk aan de berekende totale energieproduktie in B27. In elke volgende cel van de kolom wordt het jaarlijkse efficiencyverlies uit B8 gebruikt voor de berekening van de opbrengst van de panelen van jaar tot jaar
  2. F: hier wordt het rendementsverlies van de omvormer verwerkt.De output van de zonnepanelen in kolom E wordt per cel vermenigvuldigd met de rendementsfactor van de omvormer in B9
  3. G: het stroomtarief. Dit wordt overgenomen uit B20, maar kan handmatig gewijzigd worden per jaar
  4. H: het rentetarief. Dit wordt overgenomen uit B21, en kan ook per jaar handmatig gewijzigd worden
  5. I: de eerste financiële kolom: hier wordt berekend hoeveel euro u bruto per jaar verdiend, door de produktie in dat jaar in kolom F te vermenigvuldigen met het stroomtarief in kolom G
  6. In kolom J staan de onkosten per jaar. Dit is de som van de jaarlijkse onderhouds, exploitatie, en lokatiekosten in B18 en B19
  7.  in kolom K staat de netto opbrengst per jaar. Dat is de bruto opbrengst uit kolom I verminderd met de onkosten per jaar in kolom J
  8. L: hier wordt het cumulatief effect van de jaarlijkse netto opbrengst berekend. Dit is de som van het bedrag van het voorgaande jaar, inclusief spaarrente, en de netto opbrengst van het beschouwde jaar. De startwaarde in L5 wordt uit K5 overgenomen. Daarna wordt in elke volgende cel de hierboven vermelde berekening uitgevoerd 
  9. M: dit is het cumulatieve effect per deelnemer
Scenario 2: sparen
  1. P: De startwaarde is het totale investeringsbedrag uit B30. Daarna wordt elk jaar rente-op-rente toegevoegd.
  2. Q: het spaarscenario per investeerder
In de kolommen L en P, of M en Q kunnen nu de beide scenario's worden vergeleken.

maandag 21 januari 2013

Zonnepanelen op mijn dak

Afgelopen vrijdag was het dan zover: de zonnepanelen gaan het dak op. Hieronder enkele sfeerplaatjes van een winters dagje klussen.
Technische details:
  • 18 Canadian Solar panelen, elk 245 Wp
  • Piekvermogen 4410 Wattpiek
  • Verwachte jaaropbrengst: ruim 3700 kWh, zo'n 80 % van mijn huidige verbruik
  • omvormer: SMA Sunny Boy 4000 TL
 Dit leek me een gevaarlijk onderdeel van de installatie. Gelukkig zijn er maar een paar kleine schuivers geweest zonder nare gevolgen. Op de schuur liggen dakplaten. De framerails worden rechtstreeks op de sporen vastgezet.


De zonnepanelen zijn in 2 groepen van elk 9 panelen gelegd, een linker en een rechterblok. Daardoor kan elk blok optimaal profiteren van ochtend- of avondzon.


De schuur staat nagenoeg oost-west en heeft dus een gunstige oriëntatie voor maximaal rendement. Ook de hellingshoek van het dak is prima: een kleine 30 graden.

In de schuur staat de omvormer. Op het display zijn uur, dag, en maandproduktie af te lezen. Die gegevens kunnen ook draadloos worden uitgelezen met een Bluetooth verbinding en verder worden verwerkt in bijvoorbeeld een eigen Excel overzicht.
De opgewekte stroom wordt via een aparte groep in de electriciteitsmeter teruggevoerd. Als de produktie groter is dan het verbruik wordt het overschot teruggeleverd aan het net. Dat zal nog wel een paar maanden duren.




woensdag 21 november 2012

Duurzaamheidscongres HierOpgewekt in Amersfoort

Vorige week donderdag 15 november werd in de Rijtuigenloods aan de noordzijde van station Amersfoort het Evenement Hier opgewekt gehouden. Het congres was een initiatief van de HIER klimaatcampagne, e-Decentraal, en werd gesponsord door energieleverancier Greenchoice.
Het doel van het Evenement was het ondersteunen van de vele lokale energie initiatieven door kennis en ervaring bijeen te brengen. Op dit moment zijn er enkele honderden initiatieven om lokaal de productie van duurzame en betaalbare energie ter hand te nemen. Vaak gebeurt dit in coöperatieve samenwerkingen van bedrijfsleven en burgers. Veel van die initiatieven verkeren in een prille startfase. Op veel plaatsen wordt dus kennis opgebouwd. Door de veelheid van activiteiten wordt ook vaak het wiel opnieuw uitgevonden, of worden startersfouten nodeloos vaak gemaakt. Alle reden dus voor een dergelijk initiatief.


Met zijn tweeën, duurzaamheidsmaat AvT en ik, zijn we naar deze dag geweest. Ik had 100-200 bezoekers verwacht, het bleken er ruim 600 te zijn !
De Rijtuigenloods bleek gelukkig een prima lokatie te zijn voor een dergelijke grote groep. Er was een ruime beursvloer, een grote zaal voor de plenaire sessies, en de workshops werden in historische rijtuigen gehouden. Voor de sprekers wellicht een crime, want je hebt je gehoor in smalle rijtjes van 4 voor je, voor de bezoekers goed te doen.

Sebastiaan van 't Erve, wethouder Duurzaamheid bij de gemeente Amersfoort, was de dagvoorzitter. In het plenaire deel aan het begin van de dag kwamen enkele voortrekkers aan het woord:
Wethouder Duurzame Ontwikkeling Thijs de la Court van de gemeente Lochem vertelde over de stand van zaken in Lochem. Daar is nu een energiecoöperatie LochemEnergie van start gegaan. LochemEnergie levert groene stroom en gas, en ondersteunt bij de aanschaf van zonnepanelen door particulieren.

De Rijtuigenloods bij station Amersfoort
Daarna kreeg Werner Frohwitter uit het Duitse dorp Feldheim het woord. Hij bleek verbazingwekkend goed Nederlands te spreken. In Feldheim is een samenwerkingsverband tussen gemeente, burgers, en overheid erin geslaagd om het dorp te voorzien van duurzame energie. Deze wordt opgewekt in een windmolenpark en een biogasinstallatie. Werner Frohwitter vertelt over de ups en downs van het traject. Naast de successen zijn er ook doodlopende wegen ingeslagen, volgens hem is dat niet te voorkomen bij dit soort initiatieven.

Daarna beginnen de workshops. Allereerst bezoek ik de workshop Plannen maken en in de wereld zetten van Martijn Messing (Energie Dongen) en Gerwin Verschuur (Thermo Bello) Ze vertellen over het opstarten van de coöperatie Energie Dongen in het afgelopen jaar. Hun voornaamste advies is om gewoon te beginnen, te kiezen voor goed afgebakende projecten die vlot resultaten zullen opleveren, en vanaf het begin een breed draagvlak te zoeken. Martijn Messing weet hier heel enthousiasmerend over te vertellen.
Mijn volgende workshop gaat over de spanning tussen vrijwilligersorganisatie en professionele organisatie. Bijna alle initiatieven rond lokale duurzame energie starten als vrijwilligersinitiatief. Vaak is er veel goodwill van lokaal woonachtige professionals die een dergelijk initiatief in hun gemeente of omgeving willen ondersteunen. In de opstartfase kan er dan ook tegen geringe kosten veel werk worden verzet. Daarna volgt echter een lastige doorstartfase. De zakelijke partners verwachten een professionele organisatie die continuïteit biedt. Dat betekent dat er financiële middelen moeten zijn om betaalde professionals in de coöperatie aan het werk te zetten. Het dringend advies is om van meet af aan met deze groeifasen rekening te houden.
Op de beursvloer bezoek ik nog een aantal standhouders. De KEMA is bezig met micro smart grids oplossingen. Die worden momenteel in een aantal woningen in Hoogkerk beproefd. Met slimme besturing worden de energiebehoeften in het huis zo efficiënt mogelijk afgedekt.
Tot slot praat ik nog even met de mensen van het Klimaatverbond. De Europese milieufederaties zijn al 20 jaren lang bezig om de lagere overheden te stimuleren zich bezig te houden met het ontwikkelen en uitvoeren van een klimaatbeleid. Mijn gemeente Epe blijkt nog niet te zijn aangesloten, ik heb iets te doen.

donderdag 20 september 2012

DE coöperatie

Zomaar een afkorting: Duurzame Energie Coöperatie, het zou ook DEC kunnen worden dus. Er schijnen honderden lokale initiatieven te zijn om gemeenschappelijk duurzame energie door wind of door zonlicht te produceren. Slechts enkele functioneren ook echt in die zin dat er werkelijk geproduceerd wordt op basis van een rendabel bedrijfsmodel.
Ik heb eerder geschreven over lokale duurzame energieproductie in de blogs over het zonnepark. In Zonnepark-2 heb ik de hoofdlijnen van het plan voor een lokaal zonnepark gepresenteerd.


Na een paar maanden zomerreces ga ik de draad weer oppakken. Inmiddels is wel duidelijk dat de techniek geen probleem is. Zonnepanelen functioneren stabiel en er wordt volop geïnnoveerd. De vraag is dan ook niet òf je instapt, maar veel meer wanneer je dat doet. Als privé-persoon heb ik in de afgelopen zomer meegedaan met de subsidie-aanvraag voor zonnepanelen. Begin juli kon daar op ingetekend worden. De belangstelling was zo massaal dat de website dagenlang onbereikbaar was. Desondanks heb ik wel een subsidie in de wacht gesleept en in dit najaar ga ik de zonnepanelen bestellen en op het dak van de schuur plaatsen.

Economisch wordt het steeds aantrekkelijker om je spaarcenten te investeren in zonnestroom. De prijs van zonnepanelen is het afgelopen jaar met tientallen procenten gedaald. Kwade geruchten doen de ronde dat China beneden kostprijs exporteert en dat de Europese markt beschermd moet worden.
De terugverdientijd van een investering in zonnepanelen zakt daardoor steeds verder richting tien jaar en dat begint veel mensen natuurlijk aan te spreken.
De voornaamste reden om een gemeenschappelijk initiatief te starten is het mobiliseren van zoveel mogelijk betrokkenheid van zoveel mogelijk mensen in een buurt, wijk, dorp, of gemeente. Niet iedereen heeft een geschikt dak voor zonnepanelen, terwijl de bereidheid om mee te doen misschien groot is. Een gemeenschappelijk initiatief biedt daarvoor de mogelijkheid.

Ik heb innmiddels vastgesteld dat er twee grote obstakels overblijven.

Het eerste is een klassieker: tijd. Voor een gemeenschappelijk initiatief, bijvoorbeeld een DE-coöperatie, zijn aanjagers nodig die de tijd hebben om het regelwerk ter hand te nemen: er moet een bedrijfsplan met een goede financiële paragraaf komen, er moet een geschikte rechtsvorm worden bepaald, er moet een marketingplan worden geschreven en daarna uitgevoerd, en als de belangstelling voldoende is moet de techniek worden ingeregeld en daarna onderhouden. Dat is veul wark.

Het tweede is de politieke onwil van de landelijke overheid om decentrale en duurzame energieproductie te stimuleren.
Voor één huishouden, met één electriciteitsaansluiting, is er niets aan de hand. Wanneer je met zonnepanelen zelf energie opwekt, mag je een overschot (bijvoorbeeld op een zonnige zomerdag)  terugleveren aan het net. Dit wordt dan weggestreept tegen je afname van het net. Dit heet salderen achter de meter. Financieel betekent dit dat je voor de geleverde stroom hetzelfde terugbetaalt krijgt als wat je voor afgenomen stroom betaalt, momenteel ruim 20 eurocent per kWh.
So far, so good. De situatie wordt anders wanneer je de stroom niet achter je eigen meter opwekt, maar voor de meter, elders dus. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je als appartementbewoners gezamenlijk zonnepanelen op het dak van de appartementenflat plaatst en met een Vereniging van Eigenaren de opbrengsten deelt. Een ander voorbeeld is een gezamenlijk zonnepark. Wanneer de stroom niet achter maar voor je eigen meter teruggeleverd wordt, geldt de verrekening zoals hierboven beschreven niet. In plaats daarvan krijg je een veel lager tarief, en daarmee is de terugverdientijd veel hoger. Geen aantrekkelijke investering dus. Lees hier een toelichting op het salderen en zelflevering.
Aan de regering is begin dit jaar gevraagd om lokale energiecoöperaties te ondersteunen. Een antwoord is er nog niet.

Gelukkig gaat de ontwikkeling van lokale en duurzame energieproductie door. Er zijn inmiddels partijen die hierin ondersteunen. ZonopNederland ondersteunt lokale initiatieven. Ik ga binnenkort eens met ze kennismaken.
Energie Dongen heeft de verening VEC (verenigde Energie Coöperaties) opgericht. Dit is bedoeld om lokale coöperaties te bundelen om zodoende beter een vuist te kunnen maken naar de politiek en naar de energieleveranciers en netbeheerders.

donderdag 31 mei 2012

Zonnepark - 2

In februari heb ik in Zonnepark - 1 voorbeelden gegeven van locale initiatieven voor de opwekking van duurzame energie. Mensen die in Duitsland hebben gereisd, vertellen me over de grote hoeveelheden zonnepanelen die links en rechts langs de snelweg te zien zijn. Voor de duidelijkheid wil ik dat aanduiden met de term industriële zonneparken: op een klein terrein worden zoveel mogelijk zonnepanelen geplaatst, keurig in het gelid.

Kosmisch geweld: zonnevlammen maart 2012
Ik heb een ander idee gekregen, en dat zijn we met een klein werkgroepje van o.a. CDA-Epe aan het uitwerken. Het basisidee is om lokaal, vanuit bijvoorbeeld een dorpsgemeenschap, landschapsbeheer en productie van zonne-energie en recreatie te combineren in een natuur-zonnepark.
De ziel van het plan is het bewust je verantwoordelijkheid nemen als lokale gemeenschap voor je eigen schone energie. Omdat we nou eenmaal niet door kunnen gaan om fossiele brandstoffen op te stoken, het roer moet om, en dat kunnen we met elkaar fixen.

Ik heb mijn eigen dorp als praktijkvoorbeeld genomen. We zijn met een kleine 400 huishoudens. Gemiddeld gebruiken Nederlandse gezinnen 3500 kWh per jaar aan stroom. Dat is per jaar 1.400.000 kWh. Met de huidige (kristallijne) zonnepanelen heb je ruim een ha. nodig aan zonnepaneel-oppervlak voor de opwekking van die hoeveelheid energie. Wanneer je een recreatief zonnepark wilt, en uitgaat van 10 % bedekking van het parkoppervlak door zonnepanelen, is een totale groote van 10 ha. nodig. Dit is een berekening op de achterkant van de sigarendoos, bedoeld om een eerste inzicht te geven in de omvang van het park.

Natuurlijk wil iedereen weten hoe het dan zit met de financiën. Het basisidee is dat je geen eigen zonnepanelen meer hoeft aan te schaffen, maar dat je deelneemt aan het zonnepark, daarvoor een nog te bepalen bedrag betaalt, en dan gaat terugverdienen omdat je kosten voor electrische stroom omlaag gaan. De terugverdientijd lag tussen de 10 - 15 jaren. Omdat de prijzen van zonnepanelen steeds zakken, wordt de terugverdientijd ook minder.
Natuurlijk stelt iedereen de vraag: Wanneer stap ik er dan in ? Dit dilemma is te vergelijken met de aanschaf van een nieuwe PC. Die machines worden ook elk jaar goedkoper, dus wat is het goede moment om een nieuwe te kopen ? Natuurlijk is daar geen antwoord op te geven.
Om in te stappen en mede-eigenaar te worden van het zonnepark is allereerst nodig dat je deelt in de bezieling die ik hierboven noemde: je hebt een spaarcent liggen en die ga je investeren in schone zonne-energie, omdat je die lifestyle waardevol vind.
De volgende keer duiken we de details in.

vrijdag 17 februari 2012

Zonnepark - 1

De trendrede is bij me blijven hangen: de burger van stavast, die samen met anderen aan de slag gaat, lokaal, op basis van vertrouwen, en niet gaat zitten wachten op een overheid die het ook niet lijkt te weten. Maar hoe kunnen we dat in Oene inhoud geven?
In het weekend schoot me een toepassing in gedachten: lokale energie-opwekking met zonnepanelen. Ik heb er vorig jaar een blog aan gewijd, die ging over het terugverdienmodel van particulier aangeschafte zonnepanelen.
Maar kun je zoiets ook bundelen, en is dat dan aantrekkelijk ? Ik ben eens wat gaan rondsnuffelen, met een aantal interessante resultaten.

Solarpark Azewijn
  •  GJ stuurde me deze link naar een Engelstalig rapport Re-energizing our communities: Transforming the energy market through local energy production.  Het is een lezenswaardig verslag van de ontwikkelingen in GB. De focus ligt vooral op het belang van community markets voor het creëren van local trust economies gebaseerd op vertrouwen dat plaatselijk aanwezig is bij ondernemers, de lokale overheid, en burgers. Er worden diverse voorbeelden hiervan genoemd, vaak wind-energie projecten op afgelegen Schotse eilanden. Maar ook staat een solar park in Midden Engeland in de startblokken. En als dat in Engeland rendabel is, moet het ook mogelijk zijn in Nederland.
  • In het Zuid-Duitse Schönau hebben burgers eind jaren '90 het lokale energienet gekocht en Elektrizitäts Werke Schönau opgericht. . Er wordt groene stroom opgewekt. Inmiddels wordt aan ruim 100.000 klanten over geheel Duitsland stroom geleverd, gegarandeerd atomstromlos. Ook hier is een sterk burgerinitiatief het begin geweest van een succesvol opererend groene energiebedrijf.
  • In Nederland zijn er meerdere plannen om solar parks te gaan bouwen. In de Achterhoek wordt op een voormalig vuilstortterrein solarpark Azewijn gebouwd. Het terrein is 13 ha. groot en gaat zonnestroom leveren voor ruim 500 huishoudens.
  • In de Trouw van maandag13 februari staat een interessant artikel over subsidieloos natuurbeheer. De schrijvers zeggen dat een constructie die in de Middeleeuwen al werd toegepast voor landbeheer, de zogenaamde Heerlijcke rechten, ook nu heel goed kan worden gebruikt. Het werkt in het kort als volgt: een landeigenaar, b.v. de provincie, verleent aan een coöperatie of vereniging de rechten om een stuk natuur voor langere tijd, denk aan twintig jaren, te beheren en economisch te benutten. Natuurlijk staan er plichten tegenover, en die gaan vooral over natuurbeheer en -behoud. Als voorbeeld wordt de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en waterleidingbedrijf PWN genoemd: De provincie is eigenaar van een aantal  duingebieden. PWN heeft het recht om die te gebruiken voor het filteren van IJsselmeerwater. In ruil daarvoor moet PWN het natuurbeheer uitvoeren, en recreatieve voorzieningen bieden in het gebied. Een solarpark gecombineerd met natuurbeheer is misschien wel een toekomstige toepassing.....

vrijdag 10 juni 2011

Eigen energie

Een tijdje terug heb ik heel serieus zitten rekenen aan de kosten van zonnepanelen. Stichting Wij Willen Zon lanceerde eind vorig jaar een actie waarbij je voor een zeer scherpe prijs zonnepanelen kon aanschaffen. De Stichting had een mooie prijs bedongen bij enkele Chinese leveranciers van zonnepanelen. Daar moest wel een forse afname voor tegenoverstaan, en daar heeft Stichting WWZ de rug voor gerecht. Het is gelukt, en momenteel worden de eerste leveringen gedaan.

Ik heb een rekenmodel gemaakt - zie de Toelichting onderaan - dat in eerste instantie toegesneden was op het aanbod van de Stichting WWZ. Daarna heb ik het aangepast zodat het ook gebruikt kan worden voor andere vormen van duurzame energie-opwekking, b.v. met windmolens.

Ik was geïnteresseerd in het aanbod van de Stichting WWZ: ik geloof in duurzame energie-opwekking op microniveau, gewoon thuis dus. Sinds enkele jaren hebben we een nieuwe garage / schuur waarvan het dak haast perfect is voor het plaatsen van zonnepanelen: in de oost-west richting en met een hellingshoek van zo'n 35 graden.



Mijn rekenmodel liet zien dat de terugverdientijd van de panelen zelf inderdaad 13-15 jaar is, zoals je overal lezen kunt. Omdat er nogal wat extra kosten bij komen zit je maar zo aan de 20 jaar terugverdientijd, en dat is een hele tijd voor een technologie die momenteel snel in ontwikkeling is. Het is dus wel van belang om te bepalen wanneer je wilt instappen omdat je dan vast zit aan een lange termijn investering.
Naast de aanschafkosten van de zonnepanelen zijn de installatiekosten aan het begin van groot gewicht voor de terugverdientijd.

Is windenergie dan een goed alternatief ? Een collega attendeerde me op de fraaie kleine windmolens voor op het dak van je woning of schuur.


Om de jaaropbrengst van een windmolen te bepalen is de gemiddelde windsnelheid nodig. Die is te vinden op een windkaart, b.v. deze. In de IJsselvallei blijkt de gemiddelde windsnelheid 4 - 4,5 m/s te zijn, niet zo heel veel dus. In deze grafiek van windmolen leverancier Swift is vervolgens de jaaropbrengst af te lezen: zo'n 1500 kWh.  Hier zijn de investeringskosten voor de windmolen te vinden: zo'n 7000 euro. Als we - op de achterkant van de sigarendoos - nog wat doorrekenen en ook de aanpassingen aan de meterkast meenemen dan is een totale investering van 8000 euro indicatief voor dit type windmolen.
Als ik deze waarden invul in het rekenmodel blijkt dat dit in 30 jaar niet terugverdiend wordt. Geen optie dus in Oene....

Toelichting

Het rekenmodel gaat er van uit dat er een bedrag X beschikbaar is dat op 2 manieren kan worden gebruikt:
  1. mooi op de bank en sparen maar (de rode cijfers)
  2. investeren in de installatie van een (duurzame!) energiebron die jaarlijks een besparing oplevert. Met dat jaarlijkse bedrag ga je vervolgens ook sparen (de groene cijfers).
Allereerst moeten linksboven een aantal waardes worden ingesteld:
  1. de energieproductie in kWh per jaar
  2. de effiencyafname van de bron door slijtage
  3. het rendement van een spanningsomvormer (gelijkspanning naar wisselspanning)
  4. de spaarrente:  in dit model één waarde voor de gehele looptijd
  5. de aanschafkosten van de zonnepanelen of windmolen
  6. de installatiekosten: denk ook aan de aanpassingen in de meterkast
  7. de onderhoudskosten: voor b.v.  vervanging van onderdelen of verzekeringen
  8. het stroomtarief: hoe hoger hoe eerder de kosten zijn terugverdiend 
 In de groene en de rode kolom is te zien hoe er in beide scenario's wordt gespaard gedurende 30 jaren. Door verschillende waarden in te stellen is goed te zien wanneer de kosten van investering in duurzame energie zijn terugverdiend. En dat is toch een belangrijke indicator wil het grote publiek dit gaan omarmen.