zaterdag 25 februari 2012

Stof ben je

Prachtige foto in Trouw deze week: donkere tinten, een enkele heldere kleur, een biddende vrouw met een askruisje op haar voorhoofd. Waarschijnlijk heeft een priester gezegd Bedenk dat je stof bent, en tot stof zult weerkeren. Bekeer je en geloof het Evangelie. Ik ben niet vertrouwd met dit ritueel, maar ga het wel steeds mooier vinden. En sommige dingen moet je gewoon gaan (na)doen om het een plaats in je leven te geven. De dominee maar eens vragen wat we volgend jaar in Oene kunnen doen ?

Een vrouw in Guatemala-Stad viert Aswoensdag      Foto © EPA
Deze week is de vastentijd begonnen, aswoensdag is de aftrap van de veertig dagen van bezinning en inkeer voorafgaand aan het Paasfeest.  De Katholieke Charismatische Vernieuwing (KCV) heeft een inhoudelijk prima site over de de veertigdagtijd. Ze verwoorden heel mooi de intentie van de veertigdagentijd, beter kan ik  het niet opschrijven:
In deze Veertigdagentijd stelt God ons één centrale vraag: “Waar staat uw leven in vergelijking tot waar Ik het hebben wil?” Eeuwenlang hebben grote heiligen — net zo goed als gewone christenen — laten zien dat lichamelijke onthouding, in evenwicht gehouden door meer aandacht voor het geestelijk leven, een van de beste manieren is om op deze vraag antwoord te geven. Als we meer tijd doorbrengen met God en minder met de aangename kanten van het leven dan zullen ook wij Gods stem horen en erachter komen wat Hij van ons wil. Ook wij zullen de zegeningen in bezit nemen die Jezus ons door zijn kruis al heeft gegeven.

Ik ga de komende weken weer de soberheid en de rust zoeken. Vorig jaar lukte het allemaal niet zo, had er geen zin in en kreeg het niet aan de gang. Ik heb daardoor wel ondervonden dat je het allemaal niet "in de hand hebt". Natuurlijk moet je het zelf willen en doen, maar tegelijkertijd is het ook het ontvangen van iets dat  je niet afdwingt door jouw houding of inzet.
Ik vind het bemoedigend hoe links en rechts christenen weer gaan vasten in deze weken. Zeker als dat de jongeren zijn, die creatieve manieren van soberheid weten te kiezen: Facebook-vasten, of duurzaam   vasten met de scheurkalender van Tear. Ik houd het bij het versoberen van mijn eet- en drinkpatroon: de kurk gaat stevig op de fles, en ik sla eens een dag eten over. Wat je doet is secundair, het gaat erom dat je je toewijdt aan God door je luxe levensstijl in te perken en je aandacht te richten op Hem.

Zoals hierboven al vermeldt heeft de KCV een inhoudelijk goede site over de veertigdagentijd.  Lees bijvoorbeeld dit oerbijbelse artikel eens over de betekenis van de veertigdagentijd en het Paasfeest. Verder hebben ze een volledig uitgeschreven leesrooster geplaatst dat je deze weken gebruiken kunt.

Een paar andere nuttige links:

vrijdag 17 februari 2012

Zonnepark - 1

De trendrede is bij me blijven hangen: de burger van stavast, die samen met anderen aan de slag gaat, lokaal, op basis van vertrouwen, en niet gaat zitten wachten op een overheid die het ook niet lijkt te weten. Maar hoe kunnen we dat in Oene inhoud geven?
In het weekend schoot me een toepassing in gedachten: lokale energie-opwekking met zonnepanelen. Ik heb er vorig jaar een blog aan gewijd, die ging over het terugverdienmodel van particulier aangeschafte zonnepanelen.
Maar kun je zoiets ook bundelen, en is dat dan aantrekkelijk ? Ik ben eens wat gaan rondsnuffelen, met een aantal interessante resultaten.

Solarpark Azewijn
  •  GJ stuurde me deze link naar een Engelstalig rapport Re-energizing our communities: Transforming the energy market through local energy production.  Het is een lezenswaardig verslag van de ontwikkelingen in GB. De focus ligt vooral op het belang van community markets voor het creëren van local trust economies gebaseerd op vertrouwen dat plaatselijk aanwezig is bij ondernemers, de lokale overheid, en burgers. Er worden diverse voorbeelden hiervan genoemd, vaak wind-energie projecten op afgelegen Schotse eilanden. Maar ook staat een solar park in Midden Engeland in de startblokken. En als dat in Engeland rendabel is, moet het ook mogelijk zijn in Nederland.
  • In het Zuid-Duitse Schönau hebben burgers eind jaren '90 het lokale energienet gekocht en Elektrizitäts Werke Schönau opgericht. . Er wordt groene stroom opgewekt. Inmiddels wordt aan ruim 100.000 klanten over geheel Duitsland stroom geleverd, gegarandeerd atomstromlos. Ook hier is een sterk burgerinitiatief het begin geweest van een succesvol opererend groene energiebedrijf.
  • In Nederland zijn er meerdere plannen om solar parks te gaan bouwen. In de Achterhoek wordt op een voormalig vuilstortterrein solarpark Azewijn gebouwd. Het terrein is 13 ha. groot en gaat zonnestroom leveren voor ruim 500 huishoudens.
  • In de Trouw van maandag13 februari staat een interessant artikel over subsidieloos natuurbeheer. De schrijvers zeggen dat een constructie die in de Middeleeuwen al werd toegepast voor landbeheer, de zogenaamde Heerlijcke rechten, ook nu heel goed kan worden gebruikt. Het werkt in het kort als volgt: een landeigenaar, b.v. de provincie, verleent aan een coöperatie of vereniging de rechten om een stuk natuur voor langere tijd, denk aan twintig jaren, te beheren en economisch te benutten. Natuurlijk staan er plichten tegenover, en die gaan vooral over natuurbeheer en -behoud. Als voorbeeld wordt de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en waterleidingbedrijf PWN genoemd: De provincie is eigenaar van een aantal  duingebieden. PWN heeft het recht om die te gebruiken voor het filteren van IJsselmeerwater. In ruil daarvoor moet PWN het natuurbeheer uitvoeren, en recreatieve voorzieningen bieden in het gebied. Een solarpark gecombineerd met natuurbeheer is misschien wel een toekomstige toepassing.....

maandag 13 februari 2012

Boek: Where mortals dwell - C.G. Bartholomew

De subtitel van dit boek luidt: A Christian View of Place for Today. Dit boek gaat over placemaking. Alle aandacht is gericht op de aarde en de grond. Het gaat over het dorp waar je geboren bent, de zorg voor het platteland, ecologie, en duurzaamheid.
De kernvraag die aan de orde wordt gesteld is: Hoe gaan we als christenen om met de aarde en met grond, hebben we een opdracht, en zo ja hoe luidt die dan  precies ? In de protestantse traditie kennen we dat als de cultuuropdracht, en dan toegespitst op de aarde.


Dit is een heel uitgebreid en erudiet boek, waarin veel met diepgang wordt behandeld. Het is een fundamenteel boek omdat het heel grondig het basisbegrip placemaking uitdiept.
Het biedt stof tot nadenken voor specialisten in allerlei disciplines die vanuit een christelijke inspiratie hun vak willen beoefenen. Theologen, landbouwkundigen, specialisten in ruimtelijke ordening kunnen met dit boek aan de slag. Het boek is verdeeld in drie delen:
  1. een bijbels-theologisch overzicht van het plaatsbegrip
  2. een overzicht van het denken over plaats in de Westerse filosofie
  3. toepassingen op b.v. de stedenbouw, huis- en tuininrichting, en ecologie.
Met name de delen 2 en 3 heb ik met veel plezier en aandacht gelezen. Nooit geweten dat er zoveel is te zeggen over plaats. Deel 3 is verhoudingsgewijs kort en het minst uitgewerkt. Dat is ook beter, want hier betreedt Bartholomew het terrein van de vakspecialisten en die kunnen  de aangereikte hoofdlijnen zelf het beste uitwerken.

Tot slot citeer ik een pakkende samenvatting uit de review van Eurobishop David Hamid:
One of the consequences of the fact that human beings are embodied souls is that ever since the Garden of Eden all human beings have been placed by God in particular places. Place, a particular location in space and time, is thus fundamental to human existence. However, our awareness of the placed character of our existence is challenged in contemporary culture because of the compression of time and space that are characteristic of post modernity and globalization.... Drawing on the resources provided by the bible and tradition dr. Bartholomew then sets out A christian view of place for today that articulates a hopeful christian view of placemaking for today's world. 

maandag 6 februari 2012

Trendrede 2012

Soms word je zomaar getipt over een interessante website, en dat is me pas overkomen met de trendrede 2012. Het is een analyse van de Nederlandse samenleving en een toekomstvisie, opgesteld door een tiental landelijk bekende trendwatchers. Die hadden overigens verzuimd om zich in  Oene bekend te maken, want hier kent niemand ze. Betreurenswaardig, want hun trendrede is zeer, maar dan ook zeer lezenswaardig.

Aftrap van de trendrede 2012
De Trendrede 2012 is uitgesproken in september 2011, kort voor het uitspreken van de troonrede. Waar het uitspreken van de troonrede een ritueel gebeuren is, met de Majesteit in de hoofrol, is de Trendrede van een ander gehalte. Hier wordt een poging gedaan om de grote  maatschappelijke ontwikkelingen te duiden en om aan te geven hoe het goede handelen en het goede leven daarin vorm kunnen krijgen: De TrendRede gaat voorbij aan de vele interessante, maar kortstondige trends en hypes van alledag. We presenteren hier drie diepere ontwikkelingen binnen de samenleving, in de hoop dat u er inspiratie uit put. Dat spreekt mij aan ! Alle lof dus voor deze betrokken denkers, en reken maar dat ik ze nauwlettend ga volgen.

In de Trendrede 2012 wordt de burger van stavast ten tonele gevoerd. Die zoeken niet langer naar de grote gemene deler, maar naar de kleinst mogelijke schaal om bestaande problemen op te lossen. De burger van stavast heeft een sterk innerlijk kompas en kiest voor het zetten van kleine stappen in de goede richting. De grote instituten hebben het nakijken: de burger van stavast heeft zijn netwerken en kiest voor kleinschaligheid en oplossings- gerichtheid. Hij organiseert zich in cirkels van vertrouwen waarin het elkaar kennen het startpunt is voor het maken van afspraken.
De Trendrede geeft  tientallen voorbeelden geeft van initiatieven van de burger van stavast. Ik noem er één: de zogenaamde broodfondsen, een voor mij geheel nieuwe manier voor zelfstandige ondernemers om zich in te dekken voor de risico's van arbeidsongeschiktheid.

Ik kan maar één advies geven: reserveer een halfuurtje om de Trendrede ongestoord te lezen, en ga dan een uur wandelen om het te laten bezinken. De wereld ziet er daarna zonniger uit !


maandag 30 januari 2012

Boek: Vaslav - Arthur Japin

Toen ik middelbare scholier was, werkte ik een zomer lang om een hifi-installatie bijeen te sparen, zo noemden we dat toen. Ik kocht een prachtige Lenco platenspeler, met prima boxen. Er kwamen ook LP's met klassieke muziek. Eén van de eerste was een opname van Le Sacre du Printemps van Strawinsky, en ik was meteen verslingerd aan deze balletmuziek. Ik vond het prachtig en shockerend tegelijkertijd, en kon me dus goed inleven in het verhaal op de achterkant van de hoes: een ballet van de danser en choreograaf Nijinsky dat een schandaal veroorzaakte bij de eerste opvoering in Parijs in 1913. Een prachtige reconstructie van die eerste uitvoering is in de YT onderaan te zien.

Vaslav Nijinsky in 1910
Ik was dan ook onmiddellijk geïnteresseerd in het nieuwe  boek van Arthur Japin: Vaslav, dat gaat over Nijinsky.

Arthur Japin staat hoog genoteerd bij mij. Met veel plezier heb ik Een schitterend gebrek (2003) en De overgave (2007) gelezen. In beide gevallen gebruikt Japin een historische kern om zijn roman op te bouwen. Dat is ook in Vaslav het geval:

Nijinsky is een wereldberoemd danser en choreograaf, de grote ster van de Ballet Russes onder leiding van Serge Diaghilev. Diaghilev en Nijinsky hebben een homosexuele relatie, totdat Nijinsky in 1913 plotseling trouwt met de Hongaarse grafin Romola Pulszky. Dat is voor Diaghilev reden om Nijinsky onmiddellijk te ontslaan. Er volgen moeilijke jaren omdat Nijinsky niet in staat is zelfstandig een balletgezelschap van de grond te krijgen. In 1916 verzoent Diaghilev zich met hem en hij danst weer mee in het Ballet Russes. Maar weldra openbaren zich de eerste tekenen van schizofrenie.Op 19 januari 1919 danst Nijinsky in Zwitersland in een benefietconcert voor het Rode Kruis. Het publiek is met stomheid geslagen door het raadselachtige optreden van Nijinsky. Op het eind spreekt hij de legendarische woorden: En nu is het kleine paardje moe om daarna nooit meer te spreken en te dansen. Zijn vrouw verpleegt hem en reist veel met hem langs psychiatrische ziekenhuizen tot aan zijn dood in 1950.

Japin bouwt met deze gegevens een magistrale roman op. Het heeft een mooie architectuur: de hoofd-tijdlijn van het boek is die speciale dag: 19 januari 1919. Daaromheen worden vier verhalen geweven:
  1. Allereerst Peter, de Zwiterse bediende in het huishouden van de Nijinsky. Hij is van eenvoudige boerenkomaf en is diep onder de indruk van de grootse en in zijn ogen soms verdorven Nijinsky.
  2. Daarna Diaghilev. We volgen de jaren waarin hij en Nijinsky minnaars zijn. Diaghilev is in de liefde heel onzeker over zichzelf en kan zich niet binden.
  3. Vervolgens Romola. Ze aanbidt Nijinsky vanaf de eerste kennismaking in het Ballet Russes: de god van de dans. Vanaf het begin is ze zeker van haar zaak: dit is de man van haar leven. Ze zal hem tot het laatst verzorgen.
  4. Tenslotte nogmaals Peter, die nu afscheid gaat nemen van zijn Lise. Nijinsky heeft een droom in hem wakker gemaakt, om over de grenzen van zijn ogenschijnlijk voorbestemde bestaan in de bergen heen te gaan kijken. 
Alle verhalen zijn liefdesgeschiedenissen, trieste liefdesgeschiedenissen zelfs: steeds blijken de geliefden elkaar niet te kunnen vinden of te kunnen vasthouden: door eigen onvermogen, door de tegenslagen van het leven, door het elkaar ontglippen.

Japin schittert ook hier weer door de ontelbare close-ups die het verhaal zo levendig maken. Zomaar enkele ervan die me zijn bijgebleven:
  • de toenemende verwijdering tussen Vaslav en Diaghilev in Venetië
  • de sfeer tijdens het huwelijksdiner van Vaslav en Romola
  • de moeiten die de dansers zich getroosten wanneer ze onmogelijke prestaties eisen van hun voeten  
  • de beschrijving van Vaslav die zich aan het schminken is voor zijn laatste optreden



dinsdag 24 januari 2012

Landelijke Presentdag 2012

Afgelopen zaterdag 21 januari werd de landelijke Presentdag gehouden in Conferentieoord Zonheuvel bij Doorn. Ik heb deze jaarlijkse dag nu een aantal malen bezocht, en het bezoekersaantal stijgt gestaag. Dat duidt op warme belangstelling, en in het geval van Present, ook nog eens op groei want elk jaar neemt het aantal lokale Stichtingen Present toe. De bezoekers van de Presentdag zijn geen dwarsdoorsnede van de vrijwilligerswereld: er zijn relatief veel twintigers en dertigers en dat is niet de groep die je verwacht op een dag als deze. Er hangt een optimistische "yes, we can do it" stemming, mopperaars ben ik niet tegengekomen.

Tweede Kerstdag: Kerstontbijt
 Eén van de VIP's is James Kennedy, hoogleraar in de Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, en column-schrijver in Trouw. Juist op deze zaterdag publiceert Trouw een artikel over vrijwilligerswerk waarin James Kennedy geciteerd wordt.
Volledigheidshalve: Present is een christelijke vrijwilligerorganisatie die groepen vrijwilligers hulp laat bieden in de vorm van klussen van één dag: een spelmiddag in een verzorgingstehuis, het opknappen van een huis of een tuin. De Present-aanpak sluit dan ook naadloos aan bij  de bekende NL-doet vrijwilligersdagen.

Terug naar James Kennedy. Hij verzorgt drie korte toespraken. In de tweede toespraak gaat hij in op vier uitdagingen, valkuilen zo je wilt, voor Present. Ik heb er geboeid naar geluisterd, en ben nu een gewaarschuwd man, want de vier uitdagingen hebben me wel geraakt:
  1. Worden de cliënten niet te afhankelijk van de hulpverlening door de Present vrijwilligers ? Dit bezwaar wordt ook in het Trouw artikel genoemd. Goed-doen kan inderdaad afhankelijkheid kweken. Het is de uitdaging voor de Present-vrijwilligers  om zoveel mogelijk "gelijkwaardig" op te trekken met de cliënt bij het uitvoeren van het Present-project (de klus). Daar wordt ook naar gezocht: kan de cliënt meehelpen, alleen al koffiezetten maakt dat de cliënt een actieve rol speelt die dag
  2. Is een contact van enkele uren op een dag niet te kort om echt het verschil te maken? Dit is heel waar: een klus is een vluchtig moment en daarna is het contact voorbij. Hier moeten we als Presenters goed over nadenken: willen we ook hulpvormen ontwikkelen die meer continuïteit in de relatie geven ? Alleen de vraag al stel de cliënt voorop, terwijl Present een principiële keus gemaakt heeft om aanbod-gestuurd te werken, d.w.z. het aanbod van vrijwilligers bepaalt welke projecten worden uitgevoerd. Hier zijn we nog niet uit.  
  3. Worden deelnemende kerken echt veranderd en is er sprake van groeiend discipelschap ? Deze vraag vind ik minder spannend. Volgens mij is het antwoord: nee, dat zou mooi zijn, maar het blijven altijd kleine aantallen bevlogen mensen die zoiets gaan doen. Dat geldt denk ik voor meer opdrachten van de kerk. De kerk wil missionair zijn, maar vaak doet een missionaire werkgroep of evangelisatiecommissie het werk. De kerk wil een lofprijzende gemeenschap zijn, maar de liturgiewerkgroep of de commissie eredienst heeft geen tientallen leden. En hoe erg is dat dan ? Zolang mensen in en door de kerk worden uitgedaagd om hun talenten in te zetten, mogen we wat mij betreft tevreden zijn. Dat is geen pleidooi voor middelmatigheid, wel voor de juiste maat en tegen activisme.
  4. Hoe behoudt Present haar zelfstandigheid als christelijke organisatie wanneer ze afhankelijk wordt van de subsidies van b.v. lokale overheden? Gisteravond kreeg ik dit in haast gelijke bewoordingen te horen van een lid van de Lionsgroep Oene-Gelre, waar ik een presentatie gaf over Present. Hier moeten we dus goed het oog op houden. De vragensteller van gisteravond zei: Maak Present niet te ambtelijk en zorg dat je je flexibiliteit niet verliest door allerlei regeltjes....

dinsdag 17 januari 2012

Film: The Celebration (1998)

Afgelopen weekend met GJ deze Deense film van Thomas Vinterberg  bekeken, een verjaardagscadeautje. Op de achterkant van het dvd-doosje las ik ik iets over Dogma 95, een onbekend begrip voor deze amateur filmliefhebber. Na het bekijken van de film heb ik me er  toch maar even in verdiept, en dan kijk je er  wel iets anders naar.



In 1995 publiceerden enkele jonge Deense  filmers, Lars von Trier en Thomas Vinterberg, op een filmcongres in Parijs een manifest, Dogma 95 geheten, waarin ze hun ideeën over het maken van een film uiteenzetten. Hun idealen: met eenvoudige materialen en zonder een megabudget films maken, waarin het gaat om het verhaal en de acteerprestaties van de acteurs. Enkele van de door hun voorgestelde tien "regels":
  • er wordt op lokatie gefilmd, zonder toevoeging van decorstukken of filmsets
  • geluid en beeld worden tegelijkertijd opgenomen
  • de filmcamera wordt altijd met de hand vastgehouden
  • achtergrondmuziek en nabewerking van het beeldmateriaal zijn niet toegestaan
The Celebration ("Festen" in het Deens) was de eerste film die op deze wijze werd gemaakt. De film werd positief ontvangen.

Zonder al deze voorkennis heb ik de film bekeken. En natuurlijk heb ik me verbaasd over de onrustige schokkerige beelden, en het ontbreken van elke vorm van afwerking.
Eerlijk gezegd vond ik de flow van de film onprettig, ADHD-achtig zou je kunnen zeggen. De film geeft je nauwelijks gelegenheid om even afstand te nemen van de gebeurtenissen, het wat te laten bezinken. Het is vol gas van begin tot eind. Dat  maakt me nu ook wel weer nieuwsgierig naar een tweede ronde. Alsof je iets heel nieuws hebt gegeten waarvan je later pas denkt "nog eens een keer proeven".

Het lukte me ook niet om enige vorm van verbinding te krijgen met de personages in de film. Gewoon mijn types niet, sommige bepaald verknipt naar mijn oordeel.
En toch fascineerde de film. Na afloop hebben we er lang over nagepraat, en dat gebeurt niet bij elke film.

De verhaallijn heel kort samengevat: een 60-jarige hoteleigenaar nodigt zijn kinderen, kleinkinderen, en overige familie uit voor een gezellig verjaardagsfeest in zijn hotel. Als er gespeeched wordt confronteert de oudste zoon het hele gezelschap met een shockerende boodschap: hij en zijn zuster zijn in hun kinderjaren jarenlang door de vader misbruikt. Zij heeft daardoor recentelijk zelfmoord gepleegd.
De film volgt de gebeurtenissen gedurende het feest.En dat is dan wel knap gedaan: in dat korte tijdsbestek zijn alle verwerkingsmechanismen samengebald  die volgen op de confrontatie met incest: ontkennen, belachelijk maken, het slachtoffer beschuldigen, doen alsof er niets gebeurd is.
De sfeer op het feest wordt steeds surrealistischer. Pas als de vader bekend heeft lijkt er iets van ontspanning te komen. Maar ook aan het eind blijven er veel vragen over.

Ja, ik vind het dus toch een heel knappe film, omdat er geen poging gedaan wordt om deze schrijnende dingen te duiden, laat staan om er een happy end van te maken. De film heeft een ijzersterke focus op het gedrag van dader en slachtoffer en omstanders bij de plotselinge confrontatie met het incestverleden, en dat is genoeg voor twee uren intrigerende film.