zaterdag 22 december 2012

Film: Anna Karenina (2012)

Deze keer eerst de film, daarna zal ik het boek gaan lezen. Wat een kijkplezier ! De aristocratische wereld van het tsaristische Rusland is met pracht en praal verfilmd. Voor de genieters van detail valt er veel te zien: de prachtige kostuums, de inrichting van de paleizen, de omgangsvormen bij de hoge adel, hun diners, soirées en bals. Een genot om naar te kijken.
Gaandeweg ontstaat er een tweede sensatie: waarom blijft deze verfilming van Tolstoi's wereldberoemde roman zo koud en afstandelijk ? Het lukt me maar niet  om in het verhaal te komen, en dat hadden we beiden. Je staat erbij en kijkt ernaar, terwijl Anna Karenina zich te gronde richt door haar niet te beteugelen passie voor graaf Vronsky.
In hoeverre de film recht doet aan de roman kan ik nu  niet beoordelen. Daarom beperk ik me tot het noemen van een aantal dingen die me belemmerden om "de klik" te krijgen met de film.

Anna Karenina en graaf Vronsky
De volgende dingen spelen misschien een rol:
  • De film verrast doordat het verhaal als toneelspel gepresenteerd wordt. Veel scenes spelen zich af op toneelpodiums. Overgangen tussen scenes worden heel creatief verfilmd met grote openslaande deuren of wegschuivende toneelgordijnen, waarna je plotseling in een andere wereld bent. De spelers bewegen ook soms als balletdansers. Dat is wel heel creatief en zeker in het begin ben je als kijker aangenaam verrast. Maar al gauw wordt het een belemmering voor de ontwikkeling van de dramatiek. Het verhaal blijft zo een spel, maar dat wil ik nou juist niet weten: ik wil me kunnen inleven in een tragisch levensverhaal.
  • Het is al ruim dertig jaar geleden dat ik Oorlog en Vrede heb gelezen. Ik herinner me dat het verhaal zich langzaam ontwikkelt, Tolstoi nam er duizend bladzijden de tijd voor. Als lezer heb je een bepaalde discipline nodig voor zo'n boek, het is nou eenmaal geen pageturner. Wil je het verhaal vasthouden dan kun je het boek niet enkele weken aan de kant leggen: dan ben je al die personages vergeten. Je moet er dus een paar keer per week mee verder, dan hou je het verhaal goed vast. In deze film werkt dit heel anders, waarschijnlijk in elke verfilming: de belangrijke ontwikkelingen in het verhaal worden kort aangeduid. De zich ontwikkelende verliefdheid tussen Anna en graaf Vronsky wordt voor mij in een te hoog tempo verfilmd. Al heel snel is het zover, en blijf je als kijker zitten met het gevoel van nu al ? Dat geldt ook voor andere thema's in het boek, zoals de liefde tussen Kitty en Konstantin Levin. De rijkdom van het verhaal en het tempo van de ontwikkelingen passen niet zo goed in een verfilming van twee uren
  • Een andere belemmering is de afstand tussen de leefwereld van Anna Karenina en de onze. De dingen werden toen op een andere manier gezegd. Tolstoi maakt het ons niet gemakkelijk met zijn dialogen, en ik heb de indruk dat er heel wat letterlijk zijn overgenomen in de film. Wij vinden bijvoorbeeld de reflecties op huwelijkstrouw bij Alexei Karenin, en die over de omgang met lijfeigenen bij Konstantin Levin al gauw "filosofisch".
  • Keira Knightley speelt een uitbundige Anna Karenina. De vele close-ups laten een prachtige vrouw zien, maar heeft zij de goede uitstraling voor juist deze rol ? Ik vind haar sterk in jeugdige en kokette rollen. Hoewel ik het boek niet ken, verwacht ik dat de Anna Karenina van Tolstoi  een veel dramatischer uitstraling moet krijgen, en Keira Knightley heeft dat niet zo.

maandag 17 december 2012

Boek: Het raadsel van Botticelli - Marina Fiorato

Een historische thriller over een geheime code in een schilderij van Botticelli, dat lijkt me wel een keer aardig. Het doet me denken aan het bekende De naam van de roos van Umberto Eco.
Het verhaal pakt onmiddellijk: In het Florence van eind jaren 1400 woont en werkt een jong hoertje, Luciana. Ze is succesvol en heeft een goed betalende clièntele uit de upperclass van de stad.  Eén van haar klanten geeft haar de opdracht om naar de schilder Botticelli te gaan om zich te laten schilderen. Ze staat model voor Flora,  de belangrijkste persoon op het wereldberoemd geworden schilderij Primavera. Als ze vertrekt steelt ze een miniatuur van het schilderij.
Dat brengt haar onmiddellijk in de problemen. Als ze thuiskomt treft ze haar vermoorde vriendin aan. Ze beseft dat de diefstal ontdekt is en dat Botticelli er groot belang bij heeft het miniatuur terug te krijgen. Ze vlucht naar het klooster Santa Croce omdat ze die dag één van de daar woonachtige monniken, broeder Guido, heeft leren kennen. Ook daar weten de achtervolgers haar te vinden: een monnik die op broeder Guido lijkt wordt vermoord. Luciana en Guido nemen de vlucht. Daarmee begint een avontuurlijke tocht langs de grote stadstaten van he toenmalige Italië: Pisa, Napels, Rome, Venetië, Milaan. Langzaam maar zeker ontrafelen Luciana en Guidi het geheim van het schilderij: zeven machtige politici zweren samen om een grootse plan re realiseren.

Primavera - Botticelli
Wat ik prettig vind aan dit boek: Het is een heerlijke pageturner, eenmaal begonnen wil je het boek niet meer aan de kant leggen. De beschrijvingen van het Italië van die tijd zijn beeldend: je ziet de rijkdom en de grootsheid van de paleizen voor je, maar ook de armoede en de misère van de achterbuurten. Dat maakt het een heel filmisch boek, het kan zo als historische James Bond worden opgenomen, met broeder Guido in de hoofdrol en Juliana als het Bondmeisje.
Wat me tegenvalt aan het boek: de eerste vijftig bladzijden van het boek ben je verrast door de vaart van het verhaal en de rauwheid van Luciana: ze is plat en onbeschaamd. Daarna wordt het verhaal steeds voorspelbaarder en uiteindelijk blijft er een soort Boeketreeksverhaal over: Heldin beleeft spannend avontuur met held en wil met hem trouwen. De ontknoping is triviaal en ongeloofwaardig.
Desalniettemin: je bent verzekerd van een aantal uren leesplezier.

zaterdag 8 december 2012

Vertellen over Gideon

Plotseling is ze ziek: de oudste dochter van één van mijn broers. Een heel verdrietige situatie voor een jonge moeder. Elke veertien dagen doet ze op vrijdagmiddag, geholpen door een paar vriendinnen, de bijbelkids. Anderhalf uur met een groep kinderen uit de wijk Burgerenk in Epe: een bijbelverhaal, zingen en bidden, knutselen. Het heeft haar hart, en hoe moet dat nu verder ?
Afgelopen maandag krijg ik een mailtje van haar man: wie wil komen helpen, vooral vertellen ? Soms weet je meteen, wat je moet doen. Als ik de vraag lees, in de auto, terugrijdend uit Zeeland, schieten me eerst enkele namen door het hoofd, en dan weet ik: moet ik het niet gaan doen ? We overleggen het met zijn tweeën en zijn er snel uit: De bijbelkids van komende vrijdag moet gewoon doorgaan. 's Avonds al zit ik bij mijn nichtje en man aan de keukentafel en hoor ik hoe het allemaal gaat. Alles heeft ze voorbereid: het bijbelverhaal, het verwerkingsmateriaal, zelfs de fles ranja en de speculaasjes ontbreken niet. Het gaat komende vrijdag over Gideon, een vet spannend verhaal....

Gideon blaast op de sjofar, de ramshoorn
Vertellen is magie.Vertellen raakt je in je hart. Let eens op de gezichten van de luisteraars in deze YouTube: Iedereen is helemaal betrokken bij het verhaal, kind en volwassene. Een goed verteld verhaal plaatst je in een andere werkelijkheid, en je vergeet alles om je heen. Het is meer dan lezen: vertellen heeft iets  muziekaals. De stem van de verteller kan verbazing, verontwaardiging, woede, blijdschap, plezier, ja allerlei emoties oproepen.

Vertellen zit in de familie. Mijn vader kon het goed en vertelde tientallen jaren als zondagsschoolmeester. Ik ben begonnen met vertellen toen ik begin twintig was en 's zomers twee weken met een Dabar-team op een camping stond. 's Ochtends kinderclub, net zoiets als de bijbelkids.
Voor de voorbereiding gebruikte ik een boekje van W.G. v.d.Hulst:  Het vertellen. Voor wie W.G. van der Hulst niet kent: hij was een gevierd kinderboekenschrijver met bekende titels als Jaap Holm en zijn vrinden, Gerdientje, In de Soete Suikerbol, en vele andere titels, inclusief kinderbijbels. Vele generaties zondagsschoolkinderen kregen met Kerst een boek geschreven door W.G.van der Hulst.
Zijn boek over vertellen vond ik heel bruikzaam. Twee adviezen zijn me altijd bijgebleven:
  1. Wees dienaar van het verhaal. Het gaat niet om de verteller, maar om de vertelling en de boodschap ervan
  2. Bereid je grondig voor, inclusief het hardop oefenen, want vertellen is heel wat anders dan voorlezen
Gisteren heb ik na lange tijd weer verteld: het bijbelverhaal over Gideon en de Midianieten. De groep was niet zo groot, veel kinderen hadden voor de sneeuw gekozen. Ook waren ze jonger dan ik me had voorgesteld: ukkies van 5 jaar waren erbij. Ter plekke moest ik improviseren en de vertelstijl aanpassen aan de leeftijd. Maar het ging: ik zag hoe ze opgingen in het verhaal, en toen ik het geluid van de ramshoorn nabootste met mijn handen was het meteen raak: zeven kindertjes moesten dat geluid natuurlijk ook proberen. Ik vond het een mooi verhaal ! zei een jochie na afloop. En nu maar bidden dat ze God erdoor leren liefhebben.

Een oude liefde is weer in me wakker geworden. Ik heb eens gekeken welk trainingsaanbod er is voor vertellen. Nou, keus genoeg. Ze zijn er in alle maten en soorten, op allerlei plekken in Nederland. Eentje sprak me in het bijzonder aan, vanwege de aandacht voor expressie, je stem, en de relatie ervan met je innerlijk: de workshops van Pete Pronk. Dat lijkt me echt geweldig.

donderdag 29 november 2012

EU-Veluwnaar: CU stelt Grexit voor

Die Arie Slob: Hij gooit toch maar ff mooi de knuppel in het hoenderhok. Vanochtend vroeg op de radio:  het zou voor beide partijen niet verkeerd zijn wanneer Griekenland uit de eurozone stapt en de overige EU-partners een flink deel van de Griekse schulden wegschelden, aldus de ChristenUnie. Waar komt deze klare taal vandaan ?

De ChristenUnie is nooit onduidelijk geweest over haar EU-standpunt: kritisch-positief, met weinig animo voor snelle integratie en veel meer affiniteit met een federatief statenverband en een geleidelijke ontwikkeling naar hechtere vormen van samenwerking.
Het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie  heeft een hooggeleerd panel gevraagd advies uit te brengen over de verschillende opties voor het oplossen van de eurocrisis. Daar is een stevig rapport uit voortgekomen, geschreven onder leiding van Johan Graafland, hoogleraar economie, onderneming en ethiek aan Tilburg University.

(Pic: AFP)
In het rapport, bijna honderd pagina's, worden vijf scenario's geanalyseerd:
  1. verdere integratie van de Eurozone
  2. uittreding van Griekenland
  3. uittreding van een aantal Zuid-Europese landen
  4. een neuro en een zeuro
  5. terug naar nationale munten.
Met behulp van de theorie van de optimale muntunie (OCA, optimum currency area) worden de verschillende scenario's ontleed, zowel economisch als politiek. De opties 2 en 3 scoren het hoogst. Het is een genuanceerd oordeel: bij elk scenario spelen veel onzekerheden mee. De grootste daarvan is wel de reactie van het Griekse volk (of breder; de reactie van samenlevingen). Niets zo onvoorspelbaar als menselijk gedrag.

Het ontbreekt me aan de vakkennis om de economisch-politieke analyse te becommentariëren. Ik constateer wel dat er een grondige aanpak gevolgd is en dat daarbij degelijk economisch instrumentarium gebruikt is.Ook is er goed oog voor de onzekerheden in het verhaal.
Dit alles maakt dat ik het een waardevolle bijdrage vind aan de opinievorming over de eurocrisis. De moeizame onderhandelingen in Brussel over de hulpoperaties voor Griekenland, het hardnekkig vasthouden van onze Ministers van Financiën aan terugbetaling van schulden, het overtuigt me niet meer.

woensdag 21 november 2012

Duurzaamheidscongres HierOpgewekt in Amersfoort

Vorige week donderdag 15 november werd in de Rijtuigenloods aan de noordzijde van station Amersfoort het Evenement Hier opgewekt gehouden. Het congres was een initiatief van de HIER klimaatcampagne, e-Decentraal, en werd gesponsord door energieleverancier Greenchoice.
Het doel van het Evenement was het ondersteunen van de vele lokale energie initiatieven door kennis en ervaring bijeen te brengen. Op dit moment zijn er enkele honderden initiatieven om lokaal de productie van duurzame en betaalbare energie ter hand te nemen. Vaak gebeurt dit in coöperatieve samenwerkingen van bedrijfsleven en burgers. Veel van die initiatieven verkeren in een prille startfase. Op veel plaatsen wordt dus kennis opgebouwd. Door de veelheid van activiteiten wordt ook vaak het wiel opnieuw uitgevonden, of worden startersfouten nodeloos vaak gemaakt. Alle reden dus voor een dergelijk initiatief.


Met zijn tweeën, duurzaamheidsmaat AvT en ik, zijn we naar deze dag geweest. Ik had 100-200 bezoekers verwacht, het bleken er ruim 600 te zijn !
De Rijtuigenloods bleek gelukkig een prima lokatie te zijn voor een dergelijke grote groep. Er was een ruime beursvloer, een grote zaal voor de plenaire sessies, en de workshops werden in historische rijtuigen gehouden. Voor de sprekers wellicht een crime, want je hebt je gehoor in smalle rijtjes van 4 voor je, voor de bezoekers goed te doen.

Sebastiaan van 't Erve, wethouder Duurzaamheid bij de gemeente Amersfoort, was de dagvoorzitter. In het plenaire deel aan het begin van de dag kwamen enkele voortrekkers aan het woord:
Wethouder Duurzame Ontwikkeling Thijs de la Court van de gemeente Lochem vertelde over de stand van zaken in Lochem. Daar is nu een energiecoöperatie LochemEnergie van start gegaan. LochemEnergie levert groene stroom en gas, en ondersteunt bij de aanschaf van zonnepanelen door particulieren.

De Rijtuigenloods bij station Amersfoort
Daarna kreeg Werner Frohwitter uit het Duitse dorp Feldheim het woord. Hij bleek verbazingwekkend goed Nederlands te spreken. In Feldheim is een samenwerkingsverband tussen gemeente, burgers, en overheid erin geslaagd om het dorp te voorzien van duurzame energie. Deze wordt opgewekt in een windmolenpark en een biogasinstallatie. Werner Frohwitter vertelt over de ups en downs van het traject. Naast de successen zijn er ook doodlopende wegen ingeslagen, volgens hem is dat niet te voorkomen bij dit soort initiatieven.

Daarna beginnen de workshops. Allereerst bezoek ik de workshop Plannen maken en in de wereld zetten van Martijn Messing (Energie Dongen) en Gerwin Verschuur (Thermo Bello) Ze vertellen over het opstarten van de coöperatie Energie Dongen in het afgelopen jaar. Hun voornaamste advies is om gewoon te beginnen, te kiezen voor goed afgebakende projecten die vlot resultaten zullen opleveren, en vanaf het begin een breed draagvlak te zoeken. Martijn Messing weet hier heel enthousiasmerend over te vertellen.
Mijn volgende workshop gaat over de spanning tussen vrijwilligersorganisatie en professionele organisatie. Bijna alle initiatieven rond lokale duurzame energie starten als vrijwilligersinitiatief. Vaak is er veel goodwill van lokaal woonachtige professionals die een dergelijk initiatief in hun gemeente of omgeving willen ondersteunen. In de opstartfase kan er dan ook tegen geringe kosten veel werk worden verzet. Daarna volgt echter een lastige doorstartfase. De zakelijke partners verwachten een professionele organisatie die continuïteit biedt. Dat betekent dat er financiële middelen moeten zijn om betaalde professionals in de coöperatie aan het werk te zetten. Het dringend advies is om van meet af aan met deze groeifasen rekening te houden.
Op de beursvloer bezoek ik nog een aantal standhouders. De KEMA is bezig met micro smart grids oplossingen. Die worden momenteel in een aantal woningen in Hoogkerk beproefd. Met slimme besturing worden de energiebehoeften in het huis zo efficiënt mogelijk afgedekt.
Tot slot praat ik nog even met de mensen van het Klimaatverbond. De Europese milieufederaties zijn al 20 jaren lang bezig om de lagere overheden te stimuleren zich bezig te houden met het ontwikkelen en uitvoeren van een klimaatbeleid. Mijn gemeente Epe blijkt nog niet te zijn aangesloten, ik heb iets te doen.

vrijdag 16 november 2012

Nogmaals: science and religion

Mijn verslag van het Science and Religion congres in Heidelberg was wel heel beknopt en ging nauwelijks in op de inhoudelijke bezinning waar deze wetenschappers mee bezig zijn.
Omdat ik de lezingen op zaterdag niet heb gevolgd, heb ik wellicht het interessantste deel van het congres gemist, namelijk de dialoog tussen geloof en wetenschap. De vragen die hier spelen kennen we:
  • Kun je als wetenschapper godsdienstig zijn ?
  • Is geloven een wetenschappelijk integere levenshouding ?
  • Is geloven niet achterhaald in deze eeuw van de wetenschap ?
Bovenstaande vragen zijn variaties op één thema: Kan geloven nog wel, nu we de wetenschap hebben ?


Ik wil in deze blog mijn eigen antwoorden op deze vraag toelichten. Geloof en wetenschap trekken bij mij onbekommerd gezamenlijk op, en dat is al begonnen toen ik acht jaar was. De anecdote die daar bij hoort: Ik kreeg toen een boekje in handen over de evolutietheorie. Er stonden prachtige illustraties in,  ik vond de wereld van de dinosauriërs betoverend. Dat al die dieren hadden bestaan ! Een conflict met het scheppingsverhaal was voor mij niet aan de orde: natuurlijk had God op de één of andere manier voor dit alles gezorgd.
Beide verhalen waren voor mij even waar: het wetenschappelijke verslag, en het bijbelse scheppingsverhaal. Dat is altijd zo gebleven, tot op de dag van vandaag. Door de jaren heen heb ik me veel verdiept in de doordenking van de relatie tussen geloof en wetenschap.
Gedurende mijn studiejaren was de EO aktief met TV-programma's met titels als "Schepping en Evolutie". Daarin werden Amerikaanse creationistische ideeën over het ontstaan van de wereld met verve naar voren gebracht. De aarde kon hooguit zo'n 6000 jaren oud zijn, en het bijbelboek Genesis met daarin het scheppingsverhaal moest letterlijk gelezen worden.
Deze zienswijze heeft me nooit zo aangetrokken. Het letterlijk lezen van de bijbel brengt je al snel in allerlei problemen. Ik had toen al gelezen hoe de kerkvader Augustinus aankeek tegen de schepping, en dat vond ik een betere benadering: de wereld is door God geschapen, maar hoe dat precies gebeurd is, is een geheim. Augustinus schrijft prachtige dingen over de plaats van de tijd in Gods scheppend handelen. Dat is een heel andere denkwereld dan het creationisme.

In de afgelopen tien jaren heb ik met veel waardering twee denkers gelezen: Michael Polanyi (wiki) en John Polkinghorne (wiki).

Polanyi is een veelzijdig wetenschapper geweest: chemicus, filosoof, socioloog. Zijn belangrijkste werk is Personal Knowledge. In dit boek analyseert hij de begrippen kennis en waarheid. Hoe komen we tot kennis, wanneer is kennis waar, en welke vormen van kennis zijn er ? Het is een helder en goed onderbouwd pleidooi voor de stelling dat alle kennis, dus ook wetenschappelijke, gebaseerd is op een traditie waarin kennis en/of vaardigheden worden overgedragen van de ervaren leermeester op de beginnende student. Die overdracht vraagt persoonlijke toewijding,  en kan nooit volledig geëxpliciteerd worden. Polanyi gebruikt hier het begrip tacit knowledge, you can know more than you can tell. De zienswijze van Polanyi staat dus frontaal tegenover het logisch-positivistische standpunt waarbij wetenschap een verobjectiveerbaar en waardenvrij kennisgebied is.
Het zal duidelijk zijn dat geloofskennis in de zienswijze van Polanyi eenzelfde plaats inneemt als wetenschappelijke kennis.

Polkinghorne is in zijn jonge jaren mathematisch fysicus geweest. Op 47-jarige leeftijd vindt hij dat hij voldoende heeft bijgedragen aan de wetenschap. Hij besluit om zich toe te wijden aan zijn andere grote passie: het christelijk geloof. Hij volgt de theologische opleiding van de Church of England, en wordt tot priester gewijd. Enkele jaren is hij werkzaam in plaatselijke gemeenten. Daarna is hij actief in adviesorganen van de kerk en houdt hij zich uitgebreid bezig met het thema science and religion. Hij schrijft er vele boeken over. In mijn kast staan:
Ik heb vooral veel waardering voor Science and christian belief. In dat boek staat de Apostolische Geloofsbelijdenis centraal. Eén voor één behandelt hij de artikelen uit de Geloofsbelijdenis en bespreekt ze in de wetenschappelijke context van nu. Hij gaat in op een scala van praktische en simpel geformuleerde vragen, die iedereen begrijpt, bijvoorbeeld:
  • hoe zit het met wonderen ?
  • kan een wetenschapper bidden tot een persoonlijke God ?
  • wat is vrije wil ?
  • heeft God de aarde geschapen ?
Polkinghorne geeft onderbouwde antwoorden op deze vragen. Er worden degelijke filosofische en theologische gereedschappen gebruikt om de argumenten kracht te verlenen. Zijn onderliggende stellingname is steeds dat geloof en wetenschap zich uitspreken over dezelfde realiteit en beiden op zoek zijn naar waarheidsvinding, maar dat op verschillende manieren doen. Polkinghorne treedt daarmee in het spoor van Michael Polanyi. De fysicus Freeman Dyson wiens boek Infinite in all directions ik in een eerdere blog besproken heb, schrijft in een recensie van één van Polkinghorne's boeken dat de argumentatie polished and logically coherent is.

maandag 5 november 2012

Volks of christelijk ?

Burgemeester Ton Rombouts pleit er voor om minder nadruk te leggen op het christelijke karakter van het CDA. Daardoor wordt het gemakkelijker voor niet-gelovigen om op het CDA te stemmen. Het CDA wil een brede volkspartij zijn, maar dat gaat dus niet lukken met alleen de stemmen van kerkelijke leden, zo luidt de redenering.


Commissievoorzitter Ton Rombouts wijst op het CDA-congres op de drie O's die aan de basis lagen de verkiezingsnederlaag van de partij. ANP
Ik deel deze opvatting niet. Wat bedoelt het CDA met een volkspartij ? Daarmee willen we zeggen dat we er niet alleen maar voor gelovigen zijn, maar dat ons politieke programma bedoeld is voor het welzijn van alle Nederlanders, gelovig of niet. We zijn dus geen belangenbehartigers van het christelijke volksdeel.

Daarmee hebben we nog niets gezegd over onze keuzes: Hoe ziet de ideale samenleving er uit, wat is onze visie ? Het zal duidelijk zijn dat daar de C van het CDA centraal staat: het CDA wil een christelijke partij zijn. Onze keuzes worden ingekleurd door richtingwijzers vanuit het Evangelie. Het CDA heeft bijbelse kernwoorden gekozen die bepalend zijn voor het politieke handelen: gerechtigheid, naastenliefde, en rentmeesterschap.

Het CDA is niet uniek in deze combinatie van volkspartij willen zijn, en het hebben van een identiteit die bepalend is voor de wijze waarop ze tegen de samenleving aankijkt en haar zou willen ordenen: de PvdA doet dat vanuit haar socialistische wereldbeschouwing, de VVD vanuit liberale grondbeginselen.

De vraag is nu of het uitvoeren van het politieke programma gehinderd wordt door je identiteit. Ik hoor socialisten en liberalen daar nooit over tobben. In de verkiezingsstrijd hebben zowel Rutte als Samson onbekommerd de oude vijandbeelden van het rode gevaar en de vrije markt-fanaten van stal gehaald.
Ik denk dat je politieke programma duidelijk en in lijn met je identiteit moet zijn. Dat overtuigt en geeft kiezers houvast.
Het CDA heeft hier gefaald. Onze politieke keuzes bestonden uit fletse compromissen, vage ambities, en het weglopen voor lastige keuzes rond de hypotheekrenteaftrek, de zorg, vreemdelingenbeleid, en het ontslagrecht.

Wat wil Rombouts nu met een "minder christelijk CDA" ? Het doet mij denken aan een keuze die mijn generatie met de paplepel ingegoten heeft gekregen: geloven is voor privé, binnenshuis. In de publieke ruimte laat je je christelijke identiteit maar weg. Veel politici vinden dat ook: scheiding van kerk en staat, roepen ze dan, geen geloof in het politieke debat. Dit getuigt van weinig begrip van de intentie van de scheiding van kerk en staat, en van weinig inzicht in de eigen identeit. Die berust immers ook op een geloofsovertuiging, maar dan een seculiere.

Wat mij betreft dus: geen spanning aanbrengen tussen identiteit en volkspartij, zoals Rombouts stelt, maar wel je politieke programma duidelijk hoorbaar laten resoneren met je christelijke uitgangspunten.
Ik laat me graag inspireren door de Amerikaanse Sojourners beweging: evangelicale christenen die hun geloof handen en voeten willen geven in hun politieke keuzes: Faith in action for social justice. Hier is identiteit geen belemmering voor het politieke handelen, maar krachtcentrale en kompas.
Jim Wallis, één van hun leiders, zet in zijn blogartikel Religious Consistency and Hypocrisy een visie neer die me uit het hart gegrepen is. Hij is gepassioneerd over de thema's die je ook bij bijvoorbeeld Kerk  in Actie terugvindt, en die ik al eens noemde in een eerdere blog:
  • Vluchtelingen, migratie en multiculturele samenleving 
  • Duurzaamheid
  • Zorg
  • Armoede, uitsluiting en sociale tegenstellingen 
  • Mondiale verantwoordelijkheid
Hij combineert dit met een fijn oog voor de beperkte mogelijkheden van het politieke handelen en het eigen inzicht, en dat voorkomt fanatisme en onverdraagzaamheid. Daar voel ik me bij thuis, en zo zou ik politiek willen bedrijven binnen het CDA.