woensdag 5 mei 2021

Quo Vadis, boer ?

Eind maart publiceerde "een brede coalitie van boeren, natuurorganisaties, wetenschappers, ontwerpers en bestuurders" onder leiding van oud-landbouwminister Cees Veerman de oproep Samen werken aan regie op ruimte, een visiedocument waarin een perspectief wordt uitgewerkt voor de agrarische sector. Dat zo'n visie noodzakelijk is wordt door niemand betwijfeld. Het paradigma zoveel mogelijk voedsel van hoge kwaliteit en tegen zo laag mogelijke kosten bepaalt al tientallen jaren de inrichting en de dynamiek van de agrarische sector. Er zijn grote successen mee geboekt: Ons voedselpakket is relatief goedkoop en van uitstekende kwaliteit. We zijn in staat om onze agrarische producten wereldwijd te vermarkten. Onze boeren zijn innovatief en Wageningen University & Research is een wereldwijd toonaangevend kennis-instituut.

 

Maar de schaduwkanten van ons agrarische productiesysteem nemen dreigende vormen aan. Onze natuurlijke leefomgeving loopt gevaar door de stikstofcrisis, en verlies aan biodiversiteit. De CO2-productie in de veeteelt verergert de klimaatcrisis. De publieke opinie keert zich meer en meer tegen dit productiesysteem. Maar tegelijkertijd wil de winkelende burger niet meer betalen voor eerlijk geprijsd voedsel waarin de diverse milieukosten zijn verrekend. En de overheid vertoont kortademigheid in wet- en regelgeving waardoor agrarisch investeren (bijvoorbeeld in schonere productie) een hachelijke zaak wordt.

Qua Vadis, boer, waar ga je heen ? De boer kan dat antwoord niet zelf bedenken, en hoeft dat ook niet te doen: een toekomstvisie voor de agrarische sector zal moeten worden ontwikkeld door meerdere partijen. Daarom was ik aangenaam verrast door het nieuws over het visiedocument van Cees Veerman c.s. Er zijn andere partijen in de agrarische sector die ook een visiedocument hebben opgesteld. Ik heb er enkele van gelezen namelijk de Grondvisie van LTO en Stip-2030 van Agractie.

Het visiedocument van Cees Veerman c.s. heeft een briefhoofd Aanbevelingen aan het nieuwe kabinet. Daarmee is de toon gezet. Dit is een bestuurlijke visie waarin om visie, regie en middelen wordt gevraagd aan het nog te vormen nieuwe kabinet. Bouwstenen voor die visie worden aangedragen in dit plan. Het is nadrukkelijk een doelenbeleid waarin strategische mijlpalen worden uitgezet en waarbij de tactische invulling van "hoe en waarmee" wordt overgedragen aan de sector zelf. Maatregelen die de regering snel in gang kan zetten zijn (citaat):

  1. Een integrale gebiedsgerichte lange termijn aanpak binnen ruimtelijke kaders die zijn afgeleid van de hierboven genoemde wettelijk vastgelegde lange termijn doelen; 
  2. een Stikstoffonds met financiële middelen vanuit overheid en bedrijfsleven voor doelgerichte maatregelen vooral in die gebieden waar de belasting van Natura 2000-gebieden het grootst is; 
  3. een Grondbank waarmee grond kan worden aangekocht, afgewaardeerd of geruild, zodat bedrijven kunnen extensiveren; 
  4. een krediet- en garantieregeling om boeren te ondersteunen bij de financiering van de omslag naar duurzame landbouw (bijv. via een Borgstellingsfonds); 
  5. een systeem van waardering, beloningen en heffingen naar rato van de bijdrage van boeren, landeigenaren en ketenspelers aan genoemde doelen. O.a. ondersteund door een digitaal dashboard waarmee boeren via een KPI-systematiek (Kritische Prestatie Indicatoren) aanspraken op beloning voor geleverde prestaties kunnen onderbouwen; 
  6. beloningen en heffingen om de verduurzaming van de consumptie te stimuleren, bijvoorbeeld door belastingen te verschuiven van arbeid naar consumptie door daarin ook de milieu- en gezondheidseffecten mee te wegen
Aan de regering wordt gevraagd om in het eerste jaar van de nieuwe regeerperiode aan de hand van dit plan en andere visiedocumenten een maatschappelijk breed gedragen lange termijn akkoord te laten maken door een brede coalitie van de spelers in de agrarische sector. In het visiedocument van Cees Veerman c.s. wordt een tijdhorizon van 20 jaar genoemd met jaarlijkse kosten van 1,5 - 2 miljard euro.

Dit is een ambitieus plan maar wel gebaseerd op realistische risico-afwegingen. En daarmee is het dus ook een noodzakelijk plan.
Er zijn bedreigingen te noemen: Het wordt volledig afhankelijk gemaakt van de visie en de daadkracht van de nieuwe regering. Er mag gerust gesproken worden van een Deltaplan voor de agrarische sector. Hebben we nog politieke leiders met lef en lange adem die dit aandurven ?  Daarnaast is het creëren van een breed draagvlak veel lastiger dan in de jaren 60-70 toen het Deltaplan in volle gang was. We zijn als samenleving veel gefragmenteerder en egoïstischer geworden.

Laten we eens gaan kijken wat LTO voorstelt in haar Grondvisie 2021. Opnieuw wordt de toon gezet in de titel: Geef boeren en tuinders de ruimte om markt, klimaat en biodiversiteit te bedienen. De regie ligt nu bij de boeren en de tuinders zelf. Zij hebben ruimte nodig en kunnen dan werken aan dezelfde doelen als in het plan Cees Veerman.
LTO begint meteen met het bestrijden van een tactische keus: de scheiding van de groene ruimte in natuurlijke en in agrarische functies, ook wel bekend als "zonering". Volgens LTO zijn boeren en tuinders heel goed in staat om verantwoorde agrarische productie te combineren met zorg voor het landschap en het leefmilieu.
Daar is dan wel mèèr landbouwgrond voor nodig, en niet minder. Mogelijkheden voor landwinning in de Noordzee dienen te worden onderzocht en landbouwgronden opofferen aan zonneparken, stedelijke gebiedsuitbreiding of "grijze datacenter dozen" is uit den boze. De argumenten voor "meer land, niet minder" vind ik niet zo sterk. LTO wijst erop dat minder landbouwgrond hier leidt tot meer landbouwgrond elders omdat daar minder efficiënt wordt gewerkt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarnaast is er wel wettelijk geregelde natuurcompensatie (verloren gegane natuurgronden moet elders worden gecompenseerd) maar er is geen compensatie voor verloren gegane landbouwgronden. Hoe waar en schrijnend dit ook is, de fundamentelere vragen over ons productiesysteem en de houdbaarheid ervan komen niet aan de orde.
Dezelfde benaderingswijze kom ik tegen bij het onderwerp "zonering". LTO keert zich daar tegen omdat hoge productiviteitsbedrijven die buiten de aangewezen agrarische gebieden komen te liggen in hun bedrijfsvoering zullen worden belemmerd. Wellicht, maar opnieuw is er geen opening voor een strategisch gesprek over de inpassing van de hoge productiviteitsbedrijven in een totaalaanpak voor de agrarische sector. De boeren en de tuinders lossen dat zelf wel op, als ze maar de ruimte krijgen.
LTO pleit als alternatief voor zonering voor "vrijwillig meervoudig grondgebruik". Nu komt LTO met voorbeelden die gelukkig aansluiting bieden met de diverse agrarische werkvormen in het plan Veeman, variërend van hoge productiebedrijven tot door de overheid betaalde groen-blauwe diensten.
Ook LTO vraagt de regering om een financiële injectie. Het gaat nu om een "substantiële structuurimpuls" van enkele miljarden ten behoeven van investeringen in herverkaveling. Dat is opnieuw een tactische keus voor een afgebakend middel maar geen langetermijnvisie met bijbehorende kosten.
LTO neemt nadrukkelijk afstand van een sturende overheid en daarmee van het plan Veerman:
Belangrijker dan het formeel benoemen van een minister of commissaris lijkt de keuze voor de hier geschetste beleidsdoelen en vooral voor een vooraanstaande rol daarbij van de mensen en bedrijven in de regio’s. 
Toch eindigt de Grondvisie met een in mijn ogen raadselachtige maar wel hoopgevende slotzin. Ondanks het vurige pleidooi voor de vrije boer en tuinder die de problemen gaan oplossen als je ze de ruimte geeft, en de voelbare afkeer van overheidsinterventie volgt dan deze regel:
De kracht van de overheid komt op alle niveaus het beste tot uitdrukking en is ook het meest onvervangbaar in het aangeven van de gewenste richting en het stellen van kaders. Vervolgens kan de overheid de activiteiten van burgers en bedrijven in die richting mogelijk maken en ondersteunen. Daarbij is welbegrepen eigenbelang van die regionale en lokale partijen een welkome drijvende kracht. Neem die kracht als uitgangspunt voor de realisatie van het beleid in provincies en regio’s.
Dit is precies de boodschap van het plan Veerman aan de regering: geef richting, stel kaders, en ga je als overheid niet bemoeien met de invulling.
 
Dan tot slot Agractie, ontstaan als organisator van het historische boerenprotest van 1 oktober 2019. Het visiedocument van Agractis: Stip-2030, doet evenals het plan Veerman aanbevelingen aan de politiek. De toonzetting is helder en enthousiasmerend. bijvoorbeeld in deze korte oproep aan het begin:
Agractie Nederland doet aanbevelingen aan de politiek en stelt een aantal doelen richting 2030. Agractie stelt ondernemerschap van boeren hierin centraal.Door te sturen op doelen, zal de agrarische sector vitaler worden en meer slagkracht krijgen.We hopen dat deze doelen bijdragen aan een eenduidig beleid, waar de Nederlandse boer op kan bouwen, zonder dat gestelde regelgeving keer op keer verandert. We begrijpen dat sommige punten niet van de ene op de andere dag gerealiseerd zijn. Dat is voor ons echter geen reden om er niet aan te beginnen. We roepen de politiek, maatschappelijke en belangenorganisaties, en alle betrokkenen op samen dit perspectief voor de boeren van Nederland te realiseren!
 
Stip-30 kiest voor een economische insteek en begint dus met het verdienmodel voor de boer. De drie bedrijfsstrategieën van Porter worden als uitgangspunt genomen:
  • produceren tegen zo laag mogelijke kostprijs
  • produceren voor een specifieke groep klanten
  • onderscheidend vermogen op het product genereren

Elke strategie vind je terug in de agrarische sector. Een deel van de boeren zit "stuck in the middle" doordat ze geen keus hebben gemaakt. Kijkend naar de markt zie we een lastige positie voor de Nederlandse boer: we produceren voor de EU maar hebben te maken met strenge nationale regelgeving, ook wel aangeduid met "het beste jongetje van de klas willen zijn".

Op basis van deze observaties komt Agractis tot een aantal concrete voorstellen. Sommige staan ook in het plan veerman en/of de Grondvisie van LTO:

  • Organiseer nationale en Noordwest Europese afzet zoveel mogelijk in traceerbare ketens tussen boer en eindafnemer,vraag gestuurd
  • Stuur op een geldigheidsduur van regels voor tenminste tien jaar
  • Creëer een Agrarische Hoofdstructuur en hanteer daar alleen de basisregels, zoals die in de EU gelden.
  • Laat gezinsbedrijven kiezen voor een Basisvergoeding en verbind daaraan maatschappelijke doelen, bovenop de basisregels zoals deze in de EU gelden.
  • Stel een Puntensysteem in als tussenvorm. Boeren die niet voor de basisvergoeding (kunnen of willen) kiezen, kunnen op basis van een (maatschappelijk) puntensysteem aan die zaken voldoen die bij hen passen en daarvoor punten verdienen.   
Afgezien van het eerste voorstel komen de andere voorstellen sterk overeen met voorstellen in het plan Veerman. Het organiseren van een Noordwest Europese afzetmarkt is verrassend te noemen, en politiek ingewikkeld: Het leidt uiteindelijk tot discussies over een tweedeling van de EU en dat is een lastig gesprek.
Stip-30 behandelt ook het thema "Ruimte".  Ten aanzien van de fysieke ruimte komen er bekende aanbevelingen voorbij zoals het creëren van nieuwe grond en het belang van een integrale aanpak van ruimtelijke ordening en landbouw. Stip-30 noemt daarnaast de milieugebruiksruimte en dan gaat het over de vele milieubesparende maatregelen en hun effecten op de agrarische bedrijfsvoering. Het huidige micromanagement hiervan zal moeten worden omgebogen naar langere termijn doelvoorschriften die meer perspectief bieden voor een stapsgewijze invulling door de sector zelf. Opnieuw enkele aanbevelingen:
  • Benoem een Landschapscommissaris onder een minister van Ruimtelijke Ordening
  • Investeer in een meetnetwerk in Nederland, waarbij gedetailleerd de milieu-impact geregistreerd en gemonitord wordt.
  • Maak gebruik van een natuurlijke krimp, door regelingen zó in te richten dat stoppers op een sociale manier kunnen stoppen en blijvers hierdoor meer perspectief krijgen
  • Neem vrijkomende gronden op in een substantiële Grondbank en stel deze beschikbaar voor landbouw met maatschappelijke doelen.
  • Bestem de tweede pijler van het GLB, aangevuld met nationale en Europese budgetten voor plattelandsontwikkeling, voor het instellen van een basisvergoeding voor agrarische bedrijven. 
  • Onderzoek de annexatie van land op water 
  • Onderzoek hoe de Nederlandse landbouw ten alle tijden gebruik kan maken van een zoetwatervoorziening,ook in droge en dus schaarse periodes.
  • Stel een landbouwstage in voor Kamerleden en verklein de afstand tussen ministerie en boerenpraktijk.
 Waar zijn we aangekomen na de bespreking van deze drie visiedocumenten ? Het heeft mij verrast hoeveel overlap er zit in de aangeboden plannen. Op inhoud beoordeeld is er alle reden voor deze drie partijen om zich gezamenlijk een week lang af te zonderen op een rustige en comfortabele plek met de intentie om de plannen in elkaar te schuiven.
Maar het is niet alleen de inhoud die er toe doet. Het gaat ook over een stijl van samenwerken, en daarin zijn er duidelijk twee stromingen: Het plan Veerman en Stip-30 geven aanbevelingen aan de regering, de Grondvisie van de LTO richt zich allereerst tot de boeren en de tuinders. De visiedocumenten zijn het oneens over de besturing van de agrarische transitie. En dan zitten we niet meer bij de inhoudelijkheid, maar bij vertrouwen in elkaar. Veel boeren en tuinders hebben het vertrouwen in de overheid verloren.
Dat maakt het hierboven genoemde voorstel uit het plan Veerman zo belangrijk: Aan de regering wordt gevraagd om in het eerste jaar van de nieuwe regeerperiode aan de hand van dit plan en andere visiedocumenten een maatschappelijk breed gedragen lange termijn akkoord te laten maken door een brede coalitie van de spelers in de agrarische sector.
Dit is echt stap 1 en als we daar niet uitkomen blijven we aan het modderen. 

zaterdag 24 april 2021

Boek: A promised land - Barack Obama (2020)

 Wat een gave autobiografie ! Ik heb altijd grote waardering gehad voor Barack Obama de president. Nu heb ik die ook voor de schrijver. Dit is geen opsomming van feiten en gebeurtenissen, dit is een getuigenis van iemand die vertelt over zijn idealen en dromen, over de lange en moeilijke weg om er invulling aan te geven, en over hoe je groeit in rijpheid in dat alles.

Ik gebruik het enigszins plechtstatige en archaïsche woord "getuigenis" om aan te duiden dat de boodschap in deze autobiografie diep van binnen komt en voorgeleefd wordt in zeer uitdagende omstandigheden. Het presidentschap legt een loden last op de drager van dat ambt. De verantwoordelijkheden zijn immens, de druk is er 24*7 zonder een tel te verminderen, en anders dan verwacht betekent het een opoffering van persoonlijke vrijheid en een bedreiging voor het geluk van dierbaren. Ga er maar aan staan !

Obama vertelt over zijn gelukkige jeugdjaren, zijn studie, en zijn politieke opmars naar het presidentschap. Hij wisselt dat heel knap af met zijn levensverhaal met zijn geliefde Michelle en hun twee dochters Malika en Sasha. Hij is behalve president ook een man die zielsveel van zijn vrouw en dochters houdt en er voor moet vechten om dat geluk in stand te houden omdat zijn aandacht steeds opgeëist wordt door zijn presidentiële taken.

Het boek geeft allerlei verrassende doorkijkjes naar het presidentschap en de mogelijkheden ervan. Obama maakt er geen geheim van dat hij met hart en ziel gelooft in de idealen van de Amerikaanse grondwet en de veerkracht van de Amerikaanse democratie. Zo zegt hij het in zijn inhuldigingsrede in 2009: We remain a young nation, but in the words of Scripture, the time has come to set aside childish things. The time has come to reaffirm our enduring spirit; to choose our better history; to carry forward that precious gift, that noble idea, passed on from generation to generation: the God-given promise that all are equal, all are free, and all deserve a chance to pursue their full measure of happiness.

De redevoeringen van Obama zijn parels van spreekkunst. Ik noem er enkele: De Yes we can toespraak uit 2008, de inhuldigingstoespraak uit 2009, en de wat mij betreft alles overtreffende  Grace toespraak in Charlotville uit 2015 waarin hij eindigt met het zingen van Amazing Grace. Lees hier een analyse van deze onthutsende en ontroerende toespraak. Obama maakt steeds op een emotioneel niveau contact met zijn gehoor. Hij weet de context waarin hij de rede uitspreekt te verbinden met zijn bredere politieke programma. Altijd roept hij zijn gehoor op te roepen om te blijven hopen, moed te vatten, en de verbinding met elkaar te zoeken. Hier lees je hoe dat werkt in zijn farewell speech.

Het presidentschap heeft een voortdurende aanval tot gevolg op de taakuitoefening, de besluiten, en het meest zware: op de persoon van de president en zijn dierbaren. Dat vereist een groot incasseringsvermogen dat steeds op volle toeren moet werken. Journalisten zijn altijd in de buurt en elk woord en elk gebaar wordt door politieke tegenstanders geplaatst in een vijandig frame. 

Een tweede aspect van het presidentschap is het totale verlies van vrijheid. Spontaniteit in het gezinsleven bestaat niet langer. Er zijn altijd bodyguards. Elk moment van ontspanning is gepland. Een plotseling idee voor een gezinsuitje in het weekend: dat gaat niet gebeuren. Het familieleven ligt onder een vergrootglas te kijk voor de hele natie. Wat een prestatie heeft Michelle Obama geleverd door zich op meerdere gebieden te ontwikkelen tot rolmodel zoals de hulp aan veteranen, en de beweeg en blijf gezond campagne.

Tot slot de impact van het presidentschap. Obama schrijft ergens dat het presidentschap voor een belangrijk deel bestaat uit het oplossen van de problemen die je voorganger achterlaat. Zijn droom om als president wezenlijke veranderingen in rechtvaardige wetgeving te verankeren heeft hij maar beperkt kunnen realiseren. De onverzoenlijke tegenstelling tussen Democraten en Republikeinen was er al ten tijde van Obama's presidentschap. Bipartisanship, het sluiten van compromissen over de beide partijlijnen heen, bleek niet te werken ondanks de voortdurende pogingen van Obama tot grassroot bipartisanship. 

Een tweede belemmering waar Obama voortdurend mee te maken had was het filibuster, een in Nederland onbekend vergadergereedschap dat al in de Romeinse senaat werd ingezet. Ook in de USA wordt het gebruikt door de meerderheidspartij. De alledaagse omschrijving van "filibusteren" is "talking a bill to death": letterlijk dagenlang spreektijd opeisen en gebruiken en daardoor het stemmen over wetgeving eindeloos uitstellen. Een stemming kan alleen afgedwongen worden door een 60 % meerderheid. Na enkele jaren al hadden de Republikeinen de meerderheid in de Senaat en in het Huis van Afgevaardigden herwonnen waardoor Obama zijn vernieuwingsplannen niet langer kon verankeren in wetgeving. Het enige machtsmiddel dat hij overhield was zijn presidentiële bevoegdheid maar elk presidentieel besluit kan door een volgende president op eenvoudige wijze teniet worden gedaan - anders dan bij wetgeving die langs het Congres moet.

Zevenhonderd bladzijden staan er in het eerste deel van de Obama autobiografie en ik zie reikhalzend uit naar deel twee. Een prachtige mix van hoe politiek en macht werken, hoe je trouw blijft aan je idealen, en hoe je zelfs een rijker mens kunt worden door voor die idealen te vechten.

zaterdag 19 december 2020

Mosul (Netflix 2020)

 Dit is een Odyssee door een vernietigde stad. Elk moment loop je er gevaar om door een scherpschutter beschoten te worden, of om opgeblazen te worden door een boobytrap. Deze film neemt je anderhalf uur lang mee in een bloeddorstige strijd zonder mededogen. Je krijgt geen enkele kans om even de andere kant op te kijken. Er wordt van heel dichtbij gefilmd en de spanning is om te snijden. Er wordt weinig gesproken, weinig uitgelegd, maar daardoor des te meer verteld. De beelden zijn krachtig en onthutsend, het einde onverwacht, en misschien een weg terug naar menselijkheid. 

De film begint met een politieteam in Mosul dat op het punt staat te worden vernietigd door ISIS-troepen. De laatste twee agenten worden gered door het Ninevé SWAT team. De 21-jarige Kawa wordt door de leider van het SWAT team, majoor Jasem, gevraagd om mee te vechten. Niet elk teamlid heeft er vertrouwen in dat de nieuweling het redden zal.... Het SWAT team heeft een speciale missie maar Kawa krijgt niet te horen wat die is. Hij stelt vragen maar krijgt weinig antwoorden. Het knappe van de film is dat de tocht door het vernietigde Mosul met veel vaart wordt weergegeven terwijl er tegelijkertijd een voortdurende karakterontwikkeling is bij Kawa: Razendsnel groeit hij in zijn rol als SWAT teamlid, en het komt overtuigend over.

Stapje voor stapje horen we de levensverhalen van de soldaten. Die zijn gruwelijk en onthutsend: ISIS heeft op niets ontziende wijze hun families uitgeroeid als vergeldingsmaatregel voor de succesvolle acties van het SWAT team. De soldaten kennen geen genade en laten hun neergeschoten tegenstanders badend in hun bloed achter of snijden hen de keel door. Majoor Jasem is een briljante leider en loodst zijn team door de puinhopen van Mosul op weg naar hun doel. Hij heeft ook een zachte kant: hij ontfermt zich over Kawa en hij probeert twee kinderen die ze onderweg in niemandsland tegenkomen mee te nemen naar de veilige zone.

De film laat niet alleen de meedogenloze stadsguerilla zien, maar ook de cultuur en de gefragmenteerde samenleving waarin deze mannen leven. Op de vaste tijden worden de gebedsmatjes uitgerold en wordt er gebeden. Daarna worden de wapens weer op de schouders gehesen en sluipen ze verder. Vrienden worden soms bijna vijanden: het SWAT team komt een groep tegen die ook tegen ISIS vecht. Bij het uitruilen van munitie en van sigaretten ontstaat een bijna fatale woordentwist over etnische verschillen.

Het einde van de film is verrassend, en louterend. Misschien kunnen deze innerlijk beschadigde mannen toch weer hoop gaan koesteren. Een puntgave film die ik niet gauw zal vergeten.

woensdag 21 oktober 2020

Verhalen vertellen: Word by Heart

 Afgelopen donderdag heb ik meegedaan met het Word by Heart seminar van Bruce Kuhn. Ik had nog nooit eerder gehoord van deze methode van bijbelverhalen vertellen en Bruce Kuhn was voor mij een onbekende. Ik was nieuwsgierig naar de aanpak. Die bleek te zijn geïnspireerd door een Broadway productie St.Marks Gospel uit 1978. Tot de dag van vandaag, zie bijvoorbeeld deze productie, wordt de aanpak herhaald: een verteller vertelt het Evangelie van Markus alsof hij ooggetuige is en gebruikt daarbij de letterlijke tekst van het Evangelie. Eenvoudiger kan het niet. Maar dit is wel wat anders dan het parafraseren van de bijbeltekst zoals ik dat gewend ben !

 

Bruce Kuhn, een vriendelijk ogende senior met een volle grijze baard is onze docent. Hij houdt een inleidend praatje en vertelt dat dit seminar een kennismaking is met Word by Heart. En daarna gaan we aan de slag. We zijn met zijn veertienen en moeten in tweetallen gaan oefenen.  We gaan aan de slag met de gelijkenis van de overspelige vrouw en Bruce belooft ons plechtig dat we het verhaal aan het eind van de middag kunnen vertellen. Niet onze eigen parafrase maar de bijbeltekst dus, for sure ! Ik zie de gezichten om me heen betrekken en acht zelf de kans ook niet groot dat me dat gaat lukken.

We  doen een serie oefeningen die helpen om de tekst te memoriseren. Bruce hamert er op dat dat niet lukt door "te gaan stampen". We moeten als ooggetuigen luisteren en zien. De oefeningen beginnen met het elkaar voorlezen van de tekst, eerst in zijn geheel, en dan in zinsdelen, van vier lettergrepen. Ik ga daar wat vrijer mee om en maak zo kort mogelijke zinsdelen, met elk een actie. De luisteraar moet het zinsdeel nazeggen. Dat herhalen we enkele malen en steeds wijst Bruce op het belang van het vertellen-als-ooggetuige. We moeten het verhaal zien, onze eigen verbazing of blijdschap of verontwaardiging voelen en uitdrukken.

Weldra wordt het moeilijker: we moeten nu het verhaal uit het hoofd gaan vertellen, de ander helpt je verder als je het niet meer weet. Ik heb geprobeerd om het verhaal als een ketting van beelden in mijn hoofd te krijgen. Aan elke schakel van de ketting heb ik een voor mij belangrijke zegswijze of woordgroep verbonden die ik weer oproep bij het vertellen. Dat werkt wel: ik kan bij de eerste keer de helft van het verhaal terughalen en blijf daarbij dicht bij de tekst. 

We oefenen ook dit een aantal malen. Telkens maak ik de schakels van de ketting preciezer en verbind ze steviger. Het werkt echt: je kunt een tekst op deze wijze memoriseren. Aan het eind van het seminar kan bijna iedereen het verhaal op Word by Heart wijze vertellen. Dat vind ik heel mooi en bijzonder ! 

Bruce vertelt tot slot dat in het eerste kwartaal de volledige training gegeven wordt. Die is full time en dertien weken.... Na afloop heb je een voorstelling van zo'n vijf kwartier waarin je bijvoorbeeld het Markus of het Lukas Evangelie kunt vertellen. Maar zo'n lange training is geen haalbare kaart voor mij. En misschien ben ik ook wel te veel gehecht aan mijn parafraserende wijze van vertellen.

maandag 12 oktober 2020

Boek: De avond is ongemak - Marieke Lucas Rijneveld (2018)

 Wat vind ik dit een vreselijk boek ! Ondanks alle kwaliteiten. Want je wint niet zomaar de Internationale Booker Prize, en dat hebben Marieke Lukas Rijneveld en de vertaalster Michelle Hutchison dan toch maar voor elkaar gekregen. Er zijn twee selectierondes waarin een longlist en daarna een shortlist worden gekozen door een vijfhoofdige jury. Uit de shortlist wordt dan uiteindelijk de winnaar gekozen. Dit is als het winnen van de Tour de France of het winnen van het Wereldkampioenschap Schaatsen, niet meer en niet minder ! Zes jaar lang heeft Marieke Lukas Rijneveld aan deze roman gewerkt, met dit prachtige resultaat. Ook haar poëziebundels zijn beiden bekroond met de C.Buddingh prijs voor Kalfsvlies in 2015 en de Ida Gerhardt Poëzieprijs voor Fantoommerrie in 2019.

De avond is ongemak vertelt het verhaal van een tienjarig meisje die haar oudere broer Matthies verliest: hij zakt door het ijs bij het schaatsen en verdrinkt. Het gezin wordt in rouw gedompeld. Het gereformeerde geloof van de ouders geeft geen troost. De vader en de moeder gaan op in hun verdriet maar weten dat niet met elkaar of met hun kinderen te delen: een kil verzwijgen wordt groter en groter. Het meisje hult zich in een eigen wereld. Ze wil haar jas aanhouden en gaat zichzelf Jas noemen. Een vaste en vertrouwde mantel van bescherming. De sfeer thuis wordt depressiever en killer. De kinderen: de oudere broer Obbe, Jas, en het jongere zusje Hanna proberen staande te blijven in een gezinsleven dat boosaardiger en angstiger wordt. Jas leeft in een vreemde wereld waarin fantasie en werkelijkheid zich steeds meer vermengen tot een angstaanjagende mix van schuld, gemis, geloof, en wreedheid. Zo'n verhaal heeft geen prettig einde.....

Razend knap is het rouwproces van Jas weergegeven. De jury noemt dit als één van de redenen waarom de prijs toegekend is: nog nooit is zo intens over het rouwen van een kind verteld. Het is alsof Marieke Lukas Rijnders in het hoofd van Jas is gekropen en verslag doet van al die conflicterende emoties en gebeurtenissen. Als ze zelf uit haar roman voorleest is het ook net alsof het door een kind voorgelezen wordt: ze heeft een heel lichte en melodieuze, haast kinderlijke stem.

Wat door velen geroemd wordt is haar beeldend vermogen en haar poëtische taal. Op elke bladzij buitelen de metaforen over elkaar heen. Die overdaad is mij te veel.... maar veel ervan is wel razend knap. Het lijken kleine gedichten in het verhaal. Ze creëren ook een bijzonder effect: ze laten de lezer meekijken en pas op de plaats maken in een verhaal dat juist een hoog tempo heeft. Marieke Lukas Rijneveld dwingt je als lezer  om met haar mee te kijken. Naar dingen die je liever niet zou willen zien in die vreemde disfunctionele wereld van dit gezin.  

Desondanks: wat vind ik dit een vreselijk boek. Dat zit allereerst  in de religieuze kilte van het verhaal. Er wordt wel veel over het geloof geschreven, maar dat blijft veraf en onbezield. Misschien is "onbezield" wel het beste woord om te duiden wat ik dan precies mis. De Engelstalige jury noemt de religious language en de strict reformed family background, maar komt niet verder dan dat en de rol van het geloof blijft in hun beoordeling onderbelicht. VPRO-presentator Tim den Besten praat  uitgebreid over gender issues met Marieke, maar komt niet verder dan de vraag : "Geloof je nog in God ?" als ze het gaan hebben over godsdienst. Er lijkt geen antenne te zijn voor de diepere lagen van religieuze taal, het blijft allemaal aan de buitenkant hangen. Maar niet alleen de lezers blijven steken aan de religieuze oppervlakte. Marieke Lukas Rijnders schrijft net als Franca Treur en als Jan Wolkers, de schrijver die ze bewondert, over God: observerend, van buitenaf, zonder dat de eigen ziel in het geding lijkt te zijn. Voor wie dit niet goed weet te plaatsen: lees eens romans als Knielen op een bed violen van Jan Siebelink of Christus wordt weer gekruisigd van Nikos Kazantzakis. Dat is religieuze bezieling !

Ik heb moeite met de wreedheid en de goorheid in het boek. Die worden in alle details beschreven en zoals al eerder gezegd: je kunt geen andere kant op kijken. Ik vind dit onvolwassen en helaas karakteristiek voor deze tijd. Ik zie het ook in veel Netflix series: wreedheid wordt niet meer gesuggereerd maar visueel zoveel mogelijk geëxploiteerd. Er lijkt geen enkel besef te zijn van maathouden, en dat is ook één van mijn bezwaren tegen dit boek. We weten allemaal dat er verschrikkelijke dingen gebeuren maar het helpt niet wanneer je die in alle detail etaleert, hoe knap je dat ook doet. Ik zal het literaire werk van Marieke Lucas Rijneveld meer gaan waarderen wanneer ze "het verkennen van nieuwe perspectieven" en het "uitdagen tot vragen stellen" aanvult met de even waardevolle deugd van de gematigdheid. Misschien naast Jan Wolkers ook Aristoteles er nog eens op naslaan ?

woensdag 7 oktober 2020

We gaan het anders doen: economie voor de 21e eeuw

In 2017 schreef Kate Raworth Donut Economy, een wel heel bijzonder boek vind ik. Het is doordacht, professioneel, goed onderbouwd, en ook nog eens eindeloos uitdagend en idealistisch. Eerlijk gezegd had ik het liever Kerstkrans Economie genoemd. Waarom een plakkerige Amerikaanse koek gebruiken terwijl wij onze overheerlijke krokante kerstkrans hebben ? Voor de metafoor maakt het geen verschil want zowel donut als kerstkrans hebben een gat in het midden, en daar draait het om. Want daardoor kunnen we een bodem en een plafond onderscheiden.

De donut of de kerstkrans staat symbool voor het gebied van gewenst economisch handelen. Het leven voor aardbewoners wordt beter wanneer er meer mensen in de kerstkrans zitten. De binnenkant is het sociale fundament voor de samenleving. Wordt het minder dan verpaupert een gemeenschap. De buitenkant van de donut is het ecologische plafond. Daarbuiten putten we onze leefomgevingen en natuurlijke hulpbronnen uit.

Het sociale fundament wordt bepaald door twaalf basisbehoeften voor de mensheid. Deze zijn in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld en door 193 landen ondertekend: de sustainable development goals of SDG's. Deze SDG's zijn voorzien van concrete doelen die grotendeels in 2030 moeten zijn gerealiseerd. Denk hierbij aan doelen als het uitbannen van honger en armoede, goede gezondsheidszorg en toegankelijkheid van onderwijs, maar ook zaken als gelijke kansen voor mannen en vrouwen en veilige steden.

Donut

Het ecologisch plafond wordt gevormd door de planetary boundaries die in 2009 door een team van wetenschappers onder leiding van de Zweedse Johan Rockström zijn vastgesteld. Het gaat hier over belangrijke en globale duurzaamheidsthema's als de vermindering van CO2 uitstoot, de verzuring van de oceanen, en de klimaatsverandering:

De ambities die in de donut / kerstkrans worden getoond zijn zeer uitdagend. We lezen helaas dagelijks in de kranten hoe overheden falen in het nakomen van hun beloften. Maar Donut Economie gaat nog veel verder, dit was nog maar het begin. Want het grootste deel van het boek gaat over zeven mechanismen die nodig zijn om een economie in te richten waarmee de gestelde doelen gehaald kunnen woorden. En die zeven mechanismen zijn de doodsteek voor de huidige economische paradigma's:

  1. Verander de doelstelling. Het centraal stellen van de groei van het bbp (bruto binnenlands product) leidt tot een tunnelvisie op het economische handelen. In plaats daarvan moeten we de donut / kerstkrans centraal stellen omdat het welzijn van de aarde en haar bewoners dan op de eerste plaats staan in plaats van hebzucht en winstbejag
  2. Kijk naar het grote plaatje. De economie is niet een op zich zelf staande kringloop van goederen, geld, en arbeid, maar ingebed in een groter geheel waarin de natuurlijke omgeving en haar hulpbronnen (energie, water, grond) en de maatschappij en haar verbanden een even belangrijke rol spelen
  3. Stimuleer de menselijke natuur. In het huidige economische wereldbeeld is de mens een rationele beslisser met alwetende kennis van prijzen en markten. Deze benadering is losgezongen van de werkelijkheid. De mens is geen robot die op  basis van rekenregels besluiten neemt. Vaak vertoont de mens altruïstisch gedrag gericht op het welzijn van de sociale groep. In alle culturen worden op gezamenlijk welzijn gerichte waarden aangetroffen.
  4. Snap de systemen. Het huidige mechanistische evenwichtsdenken in de economie doet tekort aan de dynamiek en de complexiteit van sociale processen. Die dynamiek wordt gekarakteriseerd door allerlei terugkoppelingsmechanismen waar rekening mee gehouden moet gaan worden
  5. Richt je op herverdeling. De huidige verwachting dat economische groei nivellering als bijvangst heeft blijkt niet uit te komen. Het is van belang om een economie te ontwerpen die inherent gericht is op herverdeling van grond en kapitaal. 
  6. Creëer om te regenereren. Dat lijkt veel op het vertrouwde "zorg voor een circulaire economie" waarin goederen en energie niet worden verbruikt en daarna weggegooid, maar deel uitmaken van kringlopen die leiden tot hergebruik.
  7. Wees agnost als het om groei gaat. Dit is wellicht de lastigste want dit raakt aan diep ingesleten verwachtingen van de bestaande handelwijzen. Niet meer denken in termen van groei maar in termen van genoeg, van hergebruik, van herverdeling is nodig, op de universiteiten, in overheidsapparaten, bij regeringsleiders.

"Dream on, Kate Raworth !" is wellicht de eerste gedachte na het lezen van dit programma. Dit is zo ver voor de troepen uit gedacht, dit schudt aan zulke gevestigde machtsposities, dit gaat never nooit werken.  Ik ben gaan rondkijken op internet hoe het met de Donut Economie gaat na drie jaren. Wat er blijkt te gebeuren is eigenlijk heel vanzelfsprekend: ga evangeliseren, doe aan zending, want je hebt goed nieuws ! 

Dat is precies wat Kate Raworth aan het doen is: het verhaal vertellen en uitleggen, steeds weer opnieuw. Hier is ze te gast bij de Radboud Universiteit in Nijmegen en hier treedt ze op in Tegenlicht van de VPRO. In dit artikel in Vrij Nederland is te lezen hoe Amsterdam socialer en duurzamer wil worden. En als Amsterdam het kan, waarom zouden we het in de gemeente Epe dan ook niet kunnen, of in de Cleantech Regio ? Laatste voorbeeld: in de duurzame troonrede 2020 uitgesproken door Jan Jonker staan zeven adviezen die sterk verwant zijn met de Donut Economie. We hebben volhouders nodig, doordrammers met een lange adem !

 

zaterdag 5 september 2020

Film: Tenet (2020)

Christopher Nolan's nieuwste film Tenet draait nu enkele weken wereldwijd in de bioscopen. De verwachtingen zijn hoog gespannen: wordt dit de blockbuster van 2020, en zal de coronacrisis ook roet in het eten gooien ?

De Dijkgraafjes (men only deze keer) zijn weer naar de Deventer bios gereden om het spektakel te gaan bewonderen. Na afloop waren we eensgezind van mening dat het ons tegenviel. De film wordt teveel gehyped, vonden we. We praatten er over door en merkten dat we verschillende argumenten voor onze meningen aanvoerden. Al snel waren we diep in gesprek over wat we hadden gezien, en ja: dat duidt toch ook wel weer op  kwaliteit.


 Tenet lijkt de kroon op een serie films waarin Nolan de tijd een centrale rol geeft in de plot. In Memento heeft de hoofdpersoon geen korte termijn geheugen meer. In Inception zijn dromen en het manipuleren van het onderbewuste het centrale thema. De tijd speelt daar een minder centrale rol. Het belang van Inception zit 'm in de verbeelding van onbekende (droom)werelden. De film zit boordevol prachtige onmogelijke werelden. In Interstellar gaat het over tijdreizen en de ermee gepaard gaande tijdkrimp. In deze film zijn ook weer prachtige beelden te vinden, met name van de tijdreis door het wormgat bij Gargantua.

In Tenet gaat Christopher Nolan een stapje verder: Hij gaat nu tijdsinversie en het terugreizen in de tijd verkennen. Dat doet hij met een knipoog naar James Bond in een duizelingwekkende actiefilm. De hoofdpersoon, een CIA agent die veelal wordt aangeduid als de protagonist achtervolgt een Russische wapenhandelaar, Sator, die een geheim wapen in bezit probeert te krijgen waarmee de tijd kan worden omgedraaid. Dat zou het einde van de menselijke beschaving betekenen. De plot is vele malen ingewikkelder en wordt in het verloop van de film stapje voor stapje onthuld. Geheel in Bond-stijl wordt het gevaar op het laatst afgewend maar Nolan blijft Nolan en roept op het allerlaatst intrigerende vragen op: wie is nu wie in deze ingewikkelde tijdwereld waarin verleden en toekomst voortdurend door elkaar heen lopen ? Wat is oorzaak, wat is gevolg ? Kunnen we door terug te reizen in de tijd de geschiedenis veranderen ?

Christopher Nolan krijgt nog wel eens het verwijt dat hij koude, intellectualistische, en uitleggerige films maakt. Ik acht de kans groot dat dit ook over Tenet zal worden gezegd. In eerdere films was er zeker emotionele warmte te vinden. Hier is dat nagenoeg afwezig. Daarvoor gebeurt er te weinig tussen Kat, de vrouw van Sator, en de protagonist. Dit is een film waarbij je voortdurend het hoofd erbij moet houden om de plot te volgen. Er is geen sprake van onbekommerd genieten van de actie zoals je dat doet bij een Starwars film, want daar is de plot te ingewikkeld voor. En ja: er wordt veel uitgelegd met een flinke portie wetenschap. Dat maakt de dialogen er niet spannender op. Het is een verhaal voor het hoofd, dat is de bottom line. 

De kritiek die ik op de film heb gaat over dat laatste. De plot zit op een hoog abstractieniveau en daardoor voel je de film niet meer "als vanzelf" aan. De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen en verleden en heden schuiven naarmate het verhaal vordert steeds meer door elkaar. Dit is een film die je beleeft als een niet-begrijpende toeschouwer en daarna gaat herkauwen. Inderdaad: je kunt de film waarschijnlijk prima twee of drie keer gaan kijken en je zult steeds weer nieuwe dingen ontdekken. Het is een interessante vraag of dat vervreemdende effect door Nolan bedoeld is.