donderdag 29 december 2016

Film: Star Wars: Rogue One (2016)

Het is weer zover: Tussen Kerst en Oud en Nieuw gaan de Dijkgraafjes naar de film. De keus is ook dit jaar niet moeilijk: de nieuwe Star Wars film, de achtste: Rogue One. Deze keer bezoeken we de nieuwe Pathé bioscoop in Zwolle, net een week geopend. De zaal is prima: veel beenruimte, goed geluid, en een immens scherm. We zitten op de tweede rij en krijgen wel wat nekklachten in de loop van de avond. Ook ontbreekt de gezelligheid nog:  geen pauze, geen gezellige lounge zoals in Deventer.

Felicity Jones als Jyn Erso op jacht naar het geheim van de Death Star
De film biedt alles wat je er van verwachten mag. Het doet me denken aan het vertrouwde plezier dat je bij series hebt, of dat nu Arendsoog of de Kameleon was in je jeugdjaren, of bij tv-series als Baantjer, of House of Cards. Je kent de hoofdrolspelers, hun karakters en hun temperament, en je weet waar ze voor gaan en wat er op het spel staat.

Rogue One is in zekere zin afwijkend ten opzichte van de eerdere Star Wars films: voor het eerst komen we volledig nieuwe hoofdrolspelers tegen. Het duurt dan ook even voordat ik weer in het verhaal zit, maar dat werkt wel in het voordeel van de film. Veel vertrouwde zaken en soms zelfs scenes komen terug: de drukke straatjes in de hoofdstad van Jedha doen denken aan soortgelijke scenes in Return of the Jedi, en er is weer een slimme robot met heerlijk eigenwijze trekjes.
De actie- en gevechtscenes zijn schitterend: de ontsnapping van Jedha is werkelijk spectaculair.

Het verhaal  wil niet goed de diepte in gaan. Hoofdrolspeelster Felicity Jones doet haar best, maar het script geeft weinig mogelijkheden voor emotionele diepgang. Er was toch echt wel meer te maken van haar samenspel met de mannelijke hoofdrolspeler Diego Luna, in de rol van rebel captain Cassian Andor. De momenten waar de vonken er echt moeten afvliegen hebben mij niet zo gepakt: bij haar boze scheldpartij op Cassian, en bij het afscheid van haar vader Galen Erso bijvoorbeeld.

Al met al: een avond kijkplezier dat voldoet aan vele verwachtingen met een verhaal dat veel voorspelbare ontwikkelingen bevat,  maar momenten voor emotionele diepgang onbenut laat.

donderdag 22 december 2016

Kijken of niet kijken, de arena en TWD

Ik kijk graag naar tv-series. Ik kan me er  heerlijk bij ontspannen, het is als het lezen van een goed boek. Nu geef ik hier mee te kennen dat er wat mij betreft ook slechte boeken en dus ook slechte tv-series. Die lees ik niet en ik kijk er niet naar.

Onlangs waren collega's in gesprek over The Walking Dead, afgekort tot TWD, een zeer populaire en veel geprezen horror tv serie. Ze waren zeer te spreken over de wijze waarop de menselijke reacties op het leven in een apocalyptische wereld onder de voortdurende bedreiging van zombies was verbeeld. De vele in elkaar geslagen hoofden zag je na enige tijd niet meer, dus dat viel wel mee.

Arena scene uit de film Gladiator
Ik heb nooit horror films bekeken, maar ben altijd bereid om me te laten overtuigen dat ik daarmee iets mis. Maar voordat ik de proef op de som neem doe ik wel eerst wat voorbereidend onderzoek: ik lees de recenties na, en let in het  bijzonder op de besprekingen in de christelijke pers.

Ik ontdek dat het begin van het lopende seizoen 7 voor veel reuring heeft gezorgd in de VS. In aflevering 1 worden twee personen door zombie Negan met een met prikkeldraad omwonden honkbalknuppel tot bloederige pulp geslagen. Veel Amerikanen klagen over het extreme geweld. Een recensent spreekt van de meest gewelddadige scene die ooit op tv is getoond, en de filmcrew meldt dat ze twee weken nodig hadden om mentaal bij te komen van deze verbeelding van de donkere diepte waarin we terecht kunnen komen.

Toen ik dit aan de keukentafel vertelde ontstond er een interessant gesprek over waar je grenzen liggen. De mijne zijn eerder bereikt dan die van mijn zonen.
Ik vroeg hun of ze, wanneer ze in het oude Rome zouden hebben geleefd, ook naar de Spelen in het Colosseum zouden zijn gegaan. Elke dag bloederig vermaak: wilde dieren die elkander verscheuren, executies van misdadigers, christenen die worden omgebracht, en als finale de bloederige gevechten tussen de gladiatoren.

De vraag "Kijken of niet kijken" leidde in het oude Rome ook al tot verhitte debatten.De filosoof Seneca keurde het bijwonen van de Spelen af, hij vond de moordpartijen mensonwaardig. De Kerkvaders namen een soortgelijk standpunt in , maar hadden wel degelijk te maken met christenen die wèl naar de Spelen gingen. Tertullianus, Cyprianus, en later Augustinus ontraadden het bijwonen van de Spelen vanwege de godenverering en het amorele karakter van de moordpartijen.

Er is weinig veranderd: AD 2016 wordt er door christenen gediscussieerd of je wel of niet naar TWD kunt kijken.  De één vindt dat de serie laat zien hoe mensen hoop blijven houden zelfs in de meest gruwelijke omstandigheden, de ander is van mening dat TWD puur en gewelddadig nihilisme is.

Ik heb mijn keus gemaakt: Ik ga niet kijken.
Dat heeft allereerst te maken met wie ik wil zijn: een christen die groeit in het kennen van God en het volgen van Jezus. Naar TWD kijken zal mijn hoofd vullen met beelden en gedachten vol extreem geweld. Die raak ik n iet zomaar weer kwijt, en dat zal me belemmeren  om afgestemd te zijn op mijn missie. Niet doen dus.
Is mijn keus daarmee puur individueel, zijn er geen regels die we met elkander kunnen afspreken ? Vaak zet dat geen zoden aan de dijk. Maar "een goed gesprek aan de keukentafel" is natuurlijk altijd mogelijk. We kunnen elkaar dan stevig bevragen over onze keuzes en duidelijk uitleggen waarom we iets doen of juist nalaten.

woensdag 14 december 2016

Bonhoeffer avond

Wat ga je doen als je een Bonhoeffer avond organiseert ? Dat wordt natuurlijk bepaald door de deelnemers, in dit geval een gemêleerde groep van de kerk in Oene. Afgelopen vrijdagavond zaten we in onze huiskamer bij elkaar, in een kring rond het beeldscherm, met zijn achten.
Ik had ervoor gekozen om gewoon maar te gaan vertellen aan de hand van plaatjes: over de jeugdjaren van Bonhoeffer, het gezin waarin hij opgroeide, zijn studie en zijn buitenlandse reizen, de Kirchenkampf en de predikantenopleiding, en tot slot zijn rol in het verzet, dat tot zijn gevangenschap en uiteindelijk tot zijn dood leidde.
Maria von Wedemeyer en Dietrich Bonhoeffer
Een geslaagde avond, zo vond iedereen. Terugkijkend denk ik dat het toch beter is om het verhaal helemaal uit te schrijven en vooraf hardop te oefenen. Daarmee kun je je het beste inleven in de persoon waarover je vertelt. En daarnaast heb ik vaak gemerkt dat je dan ook het meest vrij bent om in je vertelling extra dingen te doen.

Enkele dagen voor de Bonhoefferavond dacht ik na over mijn doel voor deze avond. Dat is niet ingewikkeld: ik denk dat het de moeite waard is om meer te weten van iemand die iets te zeggen heeft. Een goed voorbeeld doet goed volgen. En van Bonhoeffer valt veel te leren. Als een groep de diepte in zou willen kun je aan elk boek van hem wel een avond besteden.
Deze avond was bedoeld om Bonhoeffer als persoon te presenteren en dan vooral te letten op zijn radicale wijze van christen zijn. Wat kunnen wij daar van leren ?

Ik ben zelf geraakt door zijn gedachten over het religieloze christendom, te vinden in Verzet en Overgave vanaf 30 april 1944.
Het kost enige moeite om te begrijpen wat Bonhoeffer bedoelt met dit ogenschijnlijk paradoxale begrippenpaar. Hij bedoelt zeker niet een opgaan van het christendom in samernleving en cultuur. Daarvoor was hij tot op het laatst een te markant en uitgesproken christen. Het was hem te doen om afscheid te nemen van een bepaalde gestalte van het christendom. Die gestalte noemt hij "religie" en al vanaf zijn theologische studie zet hij zich er tegen af. Het is de christelijke cultuur van zijn dagen, in Duitsland, die krachteloos blijkt te zijn en geen noemenswaardig verzet biedt tegen de demonische nazi overheid. Het is een geloof dat geen persoonlijke keus en geen persoonlijke toewijding kent, en niet weet van lijden of van offers brengen. Bonhoeffer ziet dat deze "religie" uit de harten van de gelovigen verdampt en dat er geen nieuwe gestalte van christen-zijn voor in de plaats komt. Daar vraagt hij naar, daar zoekt hij naar: wie is God, en wie is Christus voor de mondig geworden mens ?

Dr. Wim Dekker heeft in zijn prachtige boek Tegendraads en bij de tijd  veel nagedacht over Bonhoeffer en zijn  betekenis voor de gereformeerde gezindte. Een indringende studie die de vragen over de secularisatie scherp verwoordt.  Pasklare antwoorden heeft ook Wim Dekker niet. Bonhoeffer zelf zegt: Unser Christsein wird heute nur in zweierlei bestehen: im Beten und im Tun des Gerechten unter den Menschen. Dat is genoeg for a lifetime.

zaterdag 3 december 2016

De B5 relatietest

Laat ik iets stoers met jullie delen: de B5 relatietest. Een zelf bedacht hulpmiddel om op een andere manier naar je relatie te kijken. Makkelijk in het gebruik, geen moeilijk jargon, en beter inzicht in je liefdesleven.
Als je liefde nog pril is en je niet weet of je lief de ware is: de B5 test helpt je om een goede keus te maken. Want we gaan natuurlijk niet met elkaar in zee met een houding van  "we zien wel hoe ver we komen... ", dat is slappe hap. We gaan voor echte trouw aan elkaar, en dus proberen we een goed besluit te nemen.

Ben je getrouwd, dan kan de B5 test je helpen om te ontdekken waarom bepaalde dingen niet lekker lopen. Daar kun je samen dan mee aan het werk. Want een ja-woord is een ja-woord en geen tijdelijke belofte met beperkte houdbaarheid.
Hoe werkt het:
  • Je hebt deze poster nodig. Die ga je volschrijven. Je kunt ook zelf een A3 of A4 vel in zes vakken verdelen.
  • Je hebt ook ronde rode en groene stickers nodig, in een grote en een kleine maat. Je kunt ze bij de meeste boekhandels wel vinden, bijvoorbeeld hier
Op de poster vind je zes vakken. Vijf vakken hebben al een thema, de Big Five ! Het laatste vak mag je zelf vullen met een thema dat voor jou van belang is:
  1. Werk
  2. Geld
  3. God
  4. Sex
  5. Kinderen
  6. eigen keuze, b.v. hobbies, taakverdeling, familie, alles mag.
In elk vak ga je opschrijven wat er goed gaat, en wat er fout gaat. Je mag over je eigen goede en slechte eigenschappen, gewoonten, en gedrag schrijven, maar ook over die van je partner. Tip: het is beter om je te concentreren op jezelf. Dan houd je het dicht bij jezelf en het praat gemakkelijker als je er met je tweeën naar kijkt.

Maar eerst ga je alles nog stickeren: de positieve dingen met een groene sticker, en de negatieve met een rode sticker. Belangrijke zaken geef je grote stickers, de minder belangrijke een kleine.sticker.
Er ontstaat nu een kleurige plaat waar je (voorlopige !) conclusies aan kunt verbinden:
  • Veel groen: dat lijkt goed te zitten.
  • Veel rood: toch nog eens goed nadenken, of hier aan gaan werken in je relatie
  • Volle vakken: dat zijn belangrijke zaken voor jou.
  • Lege vakken: dit hoeft niet te betekenen dat dit onbelangrijke zaken voor je zijn. Misschien marcheren de zaken hier gewoon goed.
Je kunt met je poster van alles doen. Je kunt 'm voor jezelf houden en er je voordeel mee doen. Je kunt de poster ook gaan bespreken met je partner. Of nog beter: jullie vullen allebei een poster in en praten er over.
Tot slot een aantal voorbeeld vragen die je helpen om een begin te maken:

1. Werk
  • Wat verwacht ik van mijn baan ?
  • Hoeveel carrière wil ik maken ?
  • Hoe wil ik werk en privé combineren ? 
  • Wat betekent dat voor ons tweeën samen ?
2. Geld
  • Hoe belangrijk is geld voor mij ?
  • Hoeveel geld hebben we nodig, en is dat er dan ?
  • Over welke uitgaven beslissen we samen ?
  • Hoe erg is het wanneer één van beiden veel minder verdient dan de ander ?
  • Hoe gaan we om met "eigen geld" of met erfenissen ?
3. God
  • Wat betekent geloven voor mij ?
  • Hoe belangrijk zijn religieuze gewoonten voor mij: de samenkomst bezoeken, de rituelen thuis ?
  • Hoe belangrijk is het voor mij om dit samen met mijn partner te beleven ?
  • Hoeveel eigen ruimte heb ik nodig voor mijn geloof ?
  • Hoeveel ruimte wil ik geven aan het (on)geloof van mijn partner ?
4. Sex
  • Welke rol speelt sex in onze relatie ?
  • Past dat bij mijn behoefte ?
  • Hoe goed werkt de sex in onze relatie ?
  • Hoe gelukkig is mijn partner met onze sex ?
5. Kinderen
  • Wil ik kinderen, en zo ja hoeveel ?
  • Welke normen en waarden wil ik ze meegeven ?
  • Hoe moet de opvoeding er uit zien ?
  • Wie doet wat voor de kinderen ?
  • Hoe verdelen we de huishoudelijke taken ?

dinsdag 22 november 2016

TV-serie: Manhattan (2014)

Dat onheilspellende melodietje in Manhattan, ik vind dat zo geniaal. Het maakt de film donkerder, het creëert een sfeer van noodlot.

Twee seizoenen zijn er uitgebracht, beiden met positieve waardering  op IMDB (7.8) en Rotten Tomatoes (91 %). Maar die hoge waardering gaat niet samen met een hoge kijkdichtheid. Vanwege het te lage aantal kijkers wordt er geen derde seizoen gemaakt.

Manhattan gaat over de ontwikkeling van de atoombom in de VS aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Een immense uitdaging: wetenschappelijk, economisch, industrieel en logistiek. Tienduizenden mensen werkten in het grootste geheim aan dit project. dat Manhattan heet. Twee atoombommen zijn er klaar in augustus 1945. Ze worden op Hiroshima en Nagasaki gegooid. Japan capituleert, en dat betekent het definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar de wapenwedloop tussen Oost en West is begonnen....


Liza en Frank Winter (l) en Charlie en Abby Isaacs (rechts)
De serie Manhattan geeft een getrouw beeld van de historische gebeurtenissen, zonder dat het een heel technische of een op oorlogsacties gerichte film is. We komen Oppenheimer tegen, en we horen van het implosiemodel voor de plutomiumbom.

Manhattan gaat allereerst over de mensen die er aan werkten. Over de Kafkaëske toestanden ten gevolge van de extreme geheimhouding. Over wat dat met de mannen en hun vrouwen deed. Over de machtsstrijd tussen onderzoeksgroepen en tussen leidinggevenden. Over de ethische dilemma's wanneer je een massavernietigingswapen aan het bouwen bent - en velen wisten dat.
Het is prachtige storytelling, en de verfilming is met veel oog voor details gedaan. Een genot om naar te kijken.

De meest boeiende rollen vind ik die van Frank en Liza Winter, en die van Charlie en Abby Isaacs.
Frank is de briljante fysicus die met een geweldige drive problemen oplost. Hij heeft maar één doel: de ontwikkeling van de plutonium bom. Door zijn niets en niemand ontziende werkwijze maakt hij veel vijanden binnen en buiten zijn onderzoeksgroep. Daardoor wordt hij ook met onorthodoxe middelen bestreden....
Zijn vrouw Liza, een getalenteerd botaniste, is met Frank meegekomen, maar mag haar onderzoek niet voortzetten. Ze is gedwongen tot nietsdoen, maar het ligt niet in haar aard om dat te accepteren.
Charlie Isaacs is eveneens een briljante fysicus, veel jonger dan Frank, die hem dan ook regelmatig  boy noemt. De wedijver tussen die twee is intens en leidt voortdurend tot botsingen. Charlie is echter ook een twijfelaar die zich steeds afvraagt of hij wel mee wil werken aan de ontwikkelingen van dit moordwapen
Abby, de vrouw van Charlie, komt uit een rijk Joods gezin. Ze heeft weinig ambities en neemt een baantje als telefoniste. Daar blijkt ze helemaal op haar plek: ze komt veel geheime informatie te weten, zowel over het project en the gadget als over allerlei privé verwikkelingen. Daarvan maakt ze gebruik om op haar manier de dingen te regelen, en ze blijkt  daar verdraaid effectief in te zijn.

Het is de kwaliteit van de storytelling waardoor al die verwikkelingen zo ongelooflijk boeiend zijn. Er is ook tijd voor nodig om al die verhaallijnen weer te geven. Misschien is dat de reden dat "het grote publiek" de serie niet omarmd heeft. Dit is geen actiefilm met een stevige portie geweld, bloed, en seks, zoals er zo veel zijn gemaakt. Dit is een subtiel verhaal, dat niet wil shockeren met goedkope uiterlijke effecten.









woensdag 9 november 2016

Najaarsretraite in Abdij Tongerlo

De eerste week van november ben ik in Abdij Tongerlo geweest. Ik rijd er graag op zondagavond naar toe. De rust van de zondag gaat mee tijdens de reis, en ontspannen kom ik dan aan. Deze keer ben ik wel benieuwd: Hoe zou het met gastenpater Ivo zijn, de vorige keer was het helemaal mis door zijn nieuwe heup ? Ik word ontvangen door pater Pablo, en die vertelt dat het nog niet goed beteren wil met pater Ivo, jammer.
Ik weet de weg, en loop door de lange en koude gangen naar mijn kamer. Donker is het ook: er moet op de kleintjes worden gelet, en de verlichting in de gangen staat merendeels uit.
Na mijn koffer te hebben uitgepakt loop ik naar de gastenkamer: het trefpunt voor de gasten voor de laatste uren van de dag. Ik beland in een geanimeerd gesprek met enkele jonge Vlamingen. We drinken "een paar pintjes" van het Tongerlose abdijbier, en voor ik het weet is het twaalf uur. Dat overkomt me hier wel vaker: In de gastenkamer ontstaan 's avonds de beste gesprekken, van hart tot hart. De meeste gasten komen toch welbewust naar de abdij, zoeken er rust, onthaasting, en gastvrijheid. En dan kan het ook maar zo gebeuren dat we al pratend bij God en geloven uitkomen. En of je dan Nederlander bent of Vlaming, katholiek of protestant, het maakt niet meer uit: dezelfde vragen en verlangens leven in ieders hart.

De abdijkerk met op de voorgrond de tiendschuur
Ah, een abdij, lekker tot rust komen zeker! zeggen de meeste mensen tegen me. Dat is zeker de bijvangst van deze dagen. Maar het wordt steeds duidelijker voor me wat ik hier zoek: beter leren bidden. En als ik dat zeg bedoel ik niet het me eigen maken van een bepaalde methode. Dat is veel te instrumenteel gedacht. Bidden is leren luisteren naar Gods stem, en daarop antwoorden. En dat luisteren naar Gods stem is een vaardigheid die verwant is met het luisteren naar de stem van je geliefde, wat die je te zeggen heeft. Stilte is van belang, rust van binnen, ontvankelijkheid. De malende gedachten moeten tot rust komen. Ik vind het allemaal heel moeilijk, maar ik ontdek wel dat het helpt om met vaste regelmaat een week in de koorbanken te zitten.
Het ochtendgebed duurt een uur. Halverwege, na de lezingen, is er een lange stilte. Dan zitten we daar in die kerk met ruim twintig mensen, in diep zwijgen. Ik overdenk de gelezen tekst, of bid mijn ochtendgebeden zachtjes van binnen.  We zingen de psalmenteksten, en soms is er een zin die raakt. We eindigen met het Benedictus, de Lofzang van Zacharias, en daarna staat het ontbijt voor ons klaar en beginnen de werkzame uren van de dag.

Het koor van de abdijkerk, het middenschip achter het altaar
Op dinsdag is het Allerheiligen, in België een gedenkdag, waarop iedereen vrij heeft. Er zijn veel mensen naar de eucharistieviering gekomen. De mis is extra feestelijk, met veel wierook. Ik geniet er van: het spel van de liturgie is in een mis veel rijker dan in de gemiddelde protestantse dienst. De geur van de wierook, de kleuren van de priestergewaden, en vooral wat er gesproken en gezongen wordt: ik vind het prachtig.
Sommige dingen kan ik niet goed meemaken. De notie van brood en wijn als gaven van de Kerk is me vreemd, en ik denk niet dat dat veranderen zal. Brood en wijn zijn tekenen van Gods liefde voor ons, ze verwijzen naar onze Heer Jezus die onze zonden verzoend heeft aan het kruis. Ook dat wordt wel genoemd in de mis, maar  het heeft toch niet die unieke plaats die het in een protestantse avondmaalsviering heeft.

Ik ga hier dagelijks ter communie. Dat doe ik niet luchthartig in de trant van "dat moet toch kunnen ?". Katholieken hebben een andere opvatting over de aanwezigheid van de Heer in brood en wijn. Mijn ervaring is dat veel katholieken nauwelijks nadenken over de diepere betekenis van die aanwezigheid. En veel protestanten zijn er ook nauwelijks mee vertrouwd omdat onze traditie een sterk Zwingliaanse inslag heeft: het avondmaal als gedachtenismaaltijd. Orthodoxe protestanten voegen daar een sterke nadruk op heilszekerheid aan toe, maar hebben vaak ook weinig bevinding van de aanwezigheid van de Heer in de tekenen van brood en wijn.  Ik vind het een vertroostende notie: Hij is er, nu, in dit brood en deze wijn. Calvijn heeft er prachtige dingen over geschreven en zijn pneumatologische duiding van de aanwezigheid ligt veel dichter bij de katholieke interpretatie dan bij die van Zwingli of Luther. Christus is in de tekenen waarlijk aanwezig, niet in de zin van een transsubstantiatie, maar door de kracht van de Geest. In dit artikel staan er mooie dingen over, je moet er wel goed voor gaan zitten.

De ramen in het koor, gezien vanaf de orgelbank
Op donderdag rijd ik naar de Oude Abdij in Drongen, bij Gent. Ik heb een afspraak met Wauthier de Mahieu, jezuïet, en betrokken bij de stilteretraites rond de Geestelijke Oefeningen van Ignatius de Loyola die je in de Oude Abdij in  Drongen kunt volgen. Al enkele jaren komt de vraag bij me terug of het volgen van de Geestelijke Oefeningen niet een volgende stap is die ik moet gaan zetten. In september, toen ik in West Vlaanderen op vakantie was, ben ik op een informatieavond over de Geestelijke Oefeningen geweest en heb daar toen (te) kort met Wauthier de Mahieu gesproken. Beiden vonden we een nadere kennismaking nuttig.
Het is goed om de plek eens te zien. De abdij is groot, en in slechtere staat van onderhoud dan in Tongerlo. Er is geen abdijgemeenschap en dus zijn er ook geen getijden of vieringen. Overdag en 's avonds zijn er cursisten en Wauthier de Mahieu en nog een tweede jezuïet zijn verder de enige vaste bewoners van het complex.
Hij ontvang me hartelijk en in zijn enorme studeerkamer hebben we een gesprek van ruim een uur. Hij is een geconcentreerd luisteraar, en weet met een enkele korte vraag of opmerking bij belangrijke zaken te komen. Ik wil graag dat hij mijn begeleider wordt  - de Geestelijke Oefeningen doe je altijd onder begeleiding - en hij wil dat zeker doen. Maar of ik aan een achtdaagse stilteretraite moet gaan beginnen op deze plek weet ik nog niet goed, ik zie er tegenop.

De speeltafel van het 4-klaviers Klaisorgel
Op maandagmiddag help ik met het stemmen van de tongwerken. De organist zit tussen de pijpen om te stemmen, en ik sla de toetsen aan op de speeltafel. Een karwei dat de hele middag in beslag neemt. Het  is de moeite waard: het volle werk klinkt weer fantastisch, en de trompet en de bazuin in het pedaal geven een fundament aan de klank waar je koude rillingen van krijgt.
Ik speel graag op dit orgel, elke middag ben ik een paar uur aan het studeren. Of het nou een zacht register of het volle werk is, het klinkt  steeds weer zo mooi. Ik ken geen kerk waar orgel en ruimte zo harmonieus samengaan. De vele binnenlopende bezoekers horen dat ook: veel mensen gaan eventjes zitten om te luisteren.

vrijdag 14 oktober 2016

Willem Jan Otten en Christian Wiman: My bright abyss

Vrijdag 14 oktober waren Chris Wiman en Willem Jan Otten te gast bij de TU Kampen en de mensen van het literaire tijdschrift Liter.
Ik heb het eerste deel van de middag meegemaakt: twee korte lezingen en daarna een voordracht van Christian Wiman. Hij droeg enkele gedichten voor for otherwise my talk will become too abstract. Hij kende de gedichten uit het hoofd, en declameerde in een soepel ritme: mooi.

Voor wie het ontgaan is: Willem Jan Otten vertaalde het boek My bright abyss van Christian Wiman. Begin 2016 verscheen Mijn heldere afgrond - overpeinzingen van een moderne gelovige. Literair genie vertaalt literair genie. Het is te begrijpen dat de christen - woordkunstenaar Otten gegrepen is door zijn Amerikaanse compagnon Christian Wiman, die momenteel godsdienst en literatuur doceert aan de Yale Divinity School, en dichter is van meerdere bundels. Bij beiden spat hun hartstocht voor poëzie en voor geloven van de regels. Passie dus, maar ook worsteling en wanhoop.


Een halfjaar geleden heb ik My bright abyss  gelezen. Het zijn de overpeinzingen van de doodzieke Wiman, die worstelt met een agressieve vorm van beenmergkanker.
Wat een boek ! Om te haten vanwege zijn ontoegankelijkheid, en dan weer zo vol van diepe inzichten. Ik heb het boek maar voor een klein deel begrepen. Dat heeft wellicht te maken met de vermomming waarin het zich presenteert: het lijkt proza, maar het is veel meer poëzie. Ik heb het met bladzijden tegelijkertijd gelezen, maar misschien is het beter om een klein stukje hardop  te lezen, en het dan binnen te laten komen.
Wiman denkt na, en deelt zijn gedachten in de taal van de dichter. Dat nadenken gebeurt niet vrijblijvend, op afstand, achter een comfortabel bureau. Hij worstelt, lijdt immense pijn door zijn ziekte, zoekt God, maar vindt geen begaanbare weg in de traditionele woorden. Hij groeide op in een diep gelovig Baptisten gezin in Texas. Maar de geloofstaal van zijn jeugd is hij kwijt geraakt. Vele jaren heeft hij zonder God geleefd. En dan, als hij rust vindt in zijn liefde voor en met Danielle Chapman, verschijnt God. Ze gaan samen bidden, aarzelend, lacherig soms. En dan openbaart zich de kanker....

Wiman schrijft dit mystieke boek, boordevol eigen gedachten en poëzie fragmenten van geliefde dichters.
Het doet me denken aan het bekende boek Merkstenen van Dag Hammarskjöld, de Zweedse topdiplomaat die baas van de Verenigde Naties werd. Hij verongelukte in 1961 onder verdachte omstandigheden bij een vliegtuigongeval in Afrika. Na zijn dood vond men de teksten die nu in Merkstenen staan. Hammarskjöld bleek een christen-mysticus te zijn die evenals Wiman zijn diepste gedachten, vreugdes, en twijfels op poëtische wijze verwoordde.

Christian Wiman
My bright abyss is een worsteling met wetenschap, en met de christelijke traditie. Hoe breng je die twee op een eerlijke manier bij elkaar, zodat wetenschap goede wetenschap blijft, en geloven een integere levenshouding is ?
Wiman beukt met zijn woorden en zinnen op de christelijke traditie. Veel wordt aan de dijk gezet, en het is me niet goed duidelijk wat hij overhoudt. Het laat zich nog nauwelijks verwoorden. Misschien is het ook niet te delen, omdat het de weg is die Wiman gaat, als vlijmscherpe en eerlijke denker en als dichter. Dat maakt zijn getuigenis, in de vorm van poëzie,  hoogst individueel en voor veel mensen niet toegankelijk.

Toch raakt het boek velen, ook in Kampen zijn er tientallen mensen naar zijn lezing gekomen. Er is klaarblijkelijk een groep mensen bij wie dit weerklank vindt. En tegelijkertijd word ik ook bevestigd in mijn leeservaring: het boek wordt moeilijk en weerbarstig gevonden, zo hoor ik uit verschillende monden.
Vreemd dat een boek moeilijk te vatten is, en toch aangrijpt.