zaterdag 8 februari 2014

De postcoderoos en Oene

Burgercollectieven krijgen korting op hun energiebelasting wanneer ze gezamenlijk duurzame energie produceren, zo staat te lezen in het vorig jaar gesloten Energieakkoord.
Het gaat om 7,5 cent per kWh. Eén van de voorwaarden is dat de deelnemende burgers in de postcoderoos wonen. De postcoderoos bestaat uit het 4-cijferige postcodegebied waarin zich de productiefaciliteit bevindt - het zonnedak of de windmolen - en de aangrenzende postcodegebieden. Wat betekent dat voor de werkgroep zonneparkEpe: wordt het nu aantrekkelijk om ergens in de gemeente een groot dak vol met zonnepanelen te leggen en gezamenlijk kosten en baten te delen ?
Ik heb de kaart er maar eens bijgepakt.
 
Postcoderoos met Epe als centrum
Het blijkt slimmer te zijn om als centraal postcodegebied het dorp Epe te nemen. Dan valt ook Heerde binnen de postcoderoos en is er dus een groot aantal burgers die kunnen deelnemen.
Het is niet mogelijk om de hele gemeente Epe te bestrijken met de postcoderoos. Wanneer Emst wordt gekozen als centrum valt Oene en een deel van Vaassen er buiten (Berkenoord). Wanneer Vaassen wordt gekozen als centrum valt Epe er buiten.
 
Laten we aannemen dat we ergens een groot dak of een niet gebruikt bouwperceel gaan vinden. Waar moeten we dan overal aan denken?  Hier Opgewekt heeft daar een goed dossier over opgebouwd. Ik haal er een aantal in mijn ogen belangrijke zaken uit.
  1. Er moet een coöperatie of een Vereniging van Eigenaren komen die economisch en juridisch eigenaar is van de productiemiddelen. Als leden komen alleen burgers in aanmerking, ondernemingen mogen niet deelnemen. Huurders kunnen deelnemen wanneer ze zelf hun energierekening betalen. Het economisch en juridisch eigenaarschap impliceert dat lease- of huurkoopconstructies niet in aanmerking komen voor de korting.
  2. De kosten van deelnemers zitten in het realiseren en exploiteren van de productievoorziening. Er moet worden geïnvesteerd in zonnepanelen en bijbehorende techniek, in een windmolen, of in een biogasinstallatie. Er zal onderhoud moeten worden gedaan en wellicht zijn er personeelskosten. De baten zitten in de verrekening van de korting op de energiebelasting. Die vindt plaats via het energiebedrijf van de leden van de coöperatie. Jaarlijks stuurt de coöperatie per lid een ledenverklaring naar het betrokken energiebedrijf waaruit blijkt hoeveel kWh groene energie geproduceerd is voor dat lid. Het energiebedrijf verrekent dan de korting. Hier schuilt een eerste addertje onder het gras: het energiebedrijf mag voor deze extra administratie kosten in rekening brengen.
  3. De opgewekte stroom zal worden terug geleverd aan een energiebedrijf. De coöperatie ontvangt daarvoor de afgesproken vergoeding. Daar wordt vooraf over onderhandeld. Momenteel wordt er veel goedkope stroom geleverd door o.a. Duitsland. De interconnectiviteit tussen de nationale stroomnetten wordt steeds meer uitgebreid, zodat er gemakkelijker met stroomoverschotten binnen Europa kan worden geschoven. Daardoor zal stroom goedkoper worden, en zullen lokale coöperaties dus minder voor hun lokale groene stroom krijgen.
  4. Voor de teruglevering van groene stroom is een aparte aansluiting verplicht. Netbeheerders staan vaak maar één aansluiting per WOZ-object toe. Er zal dus een geschikte constructie moeten worden bedacht, b.v. kadastrale splitsing, om de nieuwe aansluiting te kunnen realiseren.
  5. De overheid garandeert een geldigheidsduur van 10 jaar voor de korting op de energiebelasting. Er is dus geen zekerheid hoe de regeling er daarna uit zal zien. Dat is vervelend, want de investingen voor de productiemiddelen worden vaak over langere perioden afgeschreven.
  6. Een belangrijk bezwaar tegen deze regeling is de betaling ervan door de overheid. Die gaat namelijk inkomsten derven door de terugvallende inkomsten uit de energiebelasting. Dit gaat de overheid over enkele jaren compenseren door een minieme stijging van de energiebelasting in te voeren. Oftewel: alle burgers in Nederland gaan meebetalen aan de opwekking van groene energie.
Voor de liefhebbers: Sven Pluut heeft een gedetailleerde businesscase uitgewerkt voor een postcoderoos initiatief. Er is op gereageerd door professionals met een hart voor lokale initiatieven en er is een schat aan informatie te vinden.
Inmiddels vind ik de business case voor groene stroom initiatieven binnen de postcoderoos niet sterk meer. Het rendement is laag, er is geen toekomstvast scenario, en er zijn nogal wat financiële en administratieve onzekerheden.
Niet getreurd, er blijft genoeg over. Onze zonneparkEpe groep is druk bezig met plannen voor het voorjaar. Bewustwording,  lokale ondernemers die aanhaken, jullie horen er meer van.

woensdag 29 januari 2014

Landelijke Presentdag 2014

Op zaterdag 18 januari was het weer zover: uit het hele land kwamen de bestuursleden van de lokale Stichtingen Present naar Doorn voor een dag van ontmoeting, netwerken, en het uitwisselen van goede ideeën en werkende aanpakken.
De coördinatoren van de Stichtingen waren al op vrijdag aan de slag gegaan, met workshops over allerlei thema's. Reina, de coördinator van onze Stichting Present Epe-Heerde,vertelde  zaterdagochtend plagend: "Ik ben naar Hoe bestuur ik mijn bestuur ? geweest, dat was wel ff nodig !"
 
Ik heb er deze keer ook profijt van gehad. Was het enkele jaren terug zo dat zo'n dag helemaal vond zat met allerlei korte sessies, nu waren er twee grote blokken met workshops, onderbroken door de lunch, en dat gaf de dag een prettige flow.
Aan het begin hielden voorzitter André Rouvoet en directeur Tiemen Zeldenrust inleidende praatjes. Ook gaven de drie genomineerden voor Bruggenbouwer van het jaar 2013 korte presentaties van hun project.
 
VEG Kruiskerk Heerde doet Present project bij Lijn 5 in Epe
In de ochtend heb ik de workshop Present nog beter besturen gevolgd. Deze werd gegeven door David Wijnperle van Kuperus en Co, en Ad Vermeulen, bestuurslid van Stichting Present Enschede.
David Wijnperle introduceerde een nuttige manier om naar je bestuur te kijken: hoe zit het met de verdeling van versterkers, vernieuwers, en verbinders binnen je bestuur ? Elke vaardigheid is van belang, en wanneer er teveel van één smaak is zal je bestuur eenzijdigheden gaan vertonen: wanneer er bijvoorbeeld enkel vernieuwers zijn zullen er veel nieuwe initiatieven worden ontplooid, maar wordt er minder gelet op de borging van activiteiten. Goed om in je achterhoofd te houden en eens met die bril op naar je eigen bestuur te kijken.De dagelijkse praktijk is wel dat het moeite genoeg kost om een bestuur overeind te houden. Ons bestuur telt drie leden, en zo zijn er veel Stichtingen Present. Dan heb je niet zo veel te kiezen.
 
Ad Vermeulen vertelde hoe het bestuur van Stichting Enschede de activiteiten had geordend. Hij benadrukte dat "Enschede geen Veenendaal" is: elke plaats heeft een eigen cultuur en drukt een eigen stempel op het functioneren van de lokale Stichting Present.
In Enschedé waren een aantal verbeteringen gewenst:
  • Leren om "nee" te zeggen. Sommige projecten werden wel geaccepteerd maar waren lastig uitvoerbaar. Het is beter om dat zo vroeg mogelijk vast te stellen en het liefst vooraf aan te geven wat je wel en niet kunt oplossen als Present
  • Mens-onafhankelijker worden. De coördinator in Enschede deed het werk uitstekend. Maar juist daarom moest er meer aandacht worden besteed aan het vastleggen van de kennis, aanpakken, en contacten. Vaak blijft zoiets achterwege en de schadelijke gevolgen ondervind je pas als het te laat is, namelijk wanneer een andere coördinator het werk moet overnemen.
  • Het werk moet professioneel gedaan worden. Dat betekent dat er goede werkinstructies moeten zijn, ook voor de  vaste vrijwilligers die leiding geven aan projecten. In Enschede worden met hen ook functioneringsgesprekken gehouden.
De aanpak in Enschede zorgde voor een levendige discussie: andere Stichtingen vonden de aanpak toch wel heel procedureel en strak, terwijl je wel met vrijwilligers te maken hebt. David Wijnperle rondde de discussie af door er op te wijzen dat de drive van vrijwilligers en het professioneel managen van de Stichting elkaar moeten versterken, en dat die balans goed moet worden bewaakt.

Mijn middag-workshop had als onderwerp Present in een seculiere tijd. Dat ging over de vraag hoe we als christelijke Stichtingen omgaan met bestuursleden en vaste vrijwilligers die de grondslag van de Stichting niet kunnen onderschrijven.
Govert Buijs, hoogleraar politieke filosofie en levensbeschouwing aan de VU, gaf een korte inleiding op het thema:
Het begrip identiteit komt niet voor in de bijbel. Wat wel in de buurt komt is je naam, en geroepen worden. Die twee elementen bepalen in de bijbel wie je bent.
Organisaties kunnen hun identiteit baseren op een expliciet uitgeschreven grondslag, maar ook op de achterban die vertegemwoordigd wordt, of de doelgroep waar men zich op richt. Als laatste noemde Govert Buijs de corporate story als uitdrukkingswijze van wat de organisatie samenbindt, inspireert,  en richting geeft.
Christelijke organisaties komen vroeg of laat voor de keus te staan of ze faith based of value driven willen zijn. De eerste term heeft een sterke Amerikaanse connotatie. Organisaties zijn faith based wanneer ze zich baseren op en laten inspireren door een religieuze overtuiging, vaak christelijk. Bij value driven gaat het om basiswaarden waarin de organisatie zich herkent, los van religieuze overtuiging. Op het politieke erf is de CU een voorbeeld van faith based,  en het CDA van value driven.
Wat doe je als zich capabele en gemotiveerde bestuurders aanmelden die moeite hebben om de stichtings-grondslag te ondertekenen ? De tijd ontbrak om er dieper op in te gaan. Binnen Present zal deze discussie zeker gevoerd gaan worden.

woensdag 15 januari 2014

Film: Blue Jasmine - Woody Allen (2012)

Op zaterdagavond kijk ik Woody Allens Blue Jasmine (2012) en maandagochtend hoor ik dat hoofdrolspeelster Cate Blanchett de Golden Globe Award 2014 voor beste actrice gekregen heeft voor haar vertolking van Jeanette 'Jasmine' Francis....
Blue Jasmine is een ontspannende film. Het verhaal zit goed in elkaar en loopt als een trein van de eerste tot de laatste minuut.

Cate Blanchett als Jasmine en Sally Hawkins als Ginger
Al in het begin wordt de toon gezet: Jasmine arriveert op het vliegveld van San Francisco. Ze is druk in gesprek met met een oude dame. Wanneer beiden hun koffers hebben gepakt (that's mine, the Vuitton, heel nonchalant tegen de kruier) nemen ze afscheid. Dan wordt ingezoomd op de oude dame die wordt opgehaald door haar man. Vol verbazing zegt ze tegem hem: die vrouw zat naast me, en praatte maar, tegen zichzelf leek het wel, ze bleef doorratelen over haar leven.

Jasmine is niet voor haar genoegen naar San Francisco gekomen. Ze wil intrekken bij haar pleegzuster Ginger nadat haar leven volledig vastgelopen is: Haar ex Hal Francis is gearresteerd op verdenking van fraude en oplichting, en daarmee komt er een einde aan een luxueus leven in high society kringen. Bovendien heeft Jasmine ontdekt dat hij haar meerdere malen met andere vrouwen bedrogen heeft . Op één en dezelfde dag stort de wereld van Jasmine in: als ze hem confronteert met zijn ontrouw antwoordt hij met de mededeling dat hij de ware liefde gevonden heeft en van haar wil scheiden. Wanneer hij vertrekt wordt hij buiten gearresteerd en meegenomen voor verhoor. Weg man, weg rijkdom.

Jasmine wil een nieuw leven gaan opbouwen en trekt in bij Ginger. Die is gescheiden van Augie. Augie en Ginger hebben hun spaarpot, bestemd voor het starten van een eigen handyman bedrijf, ooit toevertrouwd Hal Francis. Al het geld is verdwenen, en daarmee hun toekomst. ....
Ginger werkt nu in een supermarkt, en leeft met twee zonen in een downtown appartement. Er is een nieuwe liefde in haar leven gekomen: de easygoing Chili, die goed met haar jongens overweg kan.

Jasmine en Ginger beginnen vol goede moed aan dit nieuwe gezamenlijke bestaan. Maar het gaat niet van een leien dakje....


Cate Blanchett zet een geweldige Jasmine neer, zij draagt de film, en die wint er door aan diepte. Het is niet alleen maar het verhaal van een echtpaar onder de nieuwe rijken en hun teloorgang. Het gaat over Jasmine die steeds haar ogen sluit en niets wil zien: geen onoirbare financiële praktijken, geen ontrouw van haar man. Ze leeft in een zelf geschapen werkelijkheid waarin het leven comfortabel en relaxed is, enkel genieten. En als daar een eind aan komt weet ze daar geen lering uit te trekken.
Dat is het meest tragische motief in de film: er zijn mensen die niets meer leren, wat ze ook ervaren, en dus weerloos meedobberen op het leven. De vrolijke stem van Jasmine op het vliegveld wordt trager en donkerder in de film, wat je hoort versterkt wat je ziet.

Woody Allen heeft een prachtig gestructureerde film afgeleverd, met mooie evenwichten:
  • Beeld en geluid vertolken afwisselend de humor en soms de tragiek. De klassieke jazz-nummers in de soundtrack zorgen voor iets lichtvoetigs, maar soms ook iets onheilspellends.
  • De film is opgebouwd uit twee tijdlijnen en ook die wisselen elkaar af. Scenes in het nu gaan snel en naadloos over in flashbacks, en dat geeft vaart.
  • Het verhaal van de relatie tussen Ginger en Chili begeleidt het hoofdverhaal van Jasmine en Hal en vormt er een mooi contrast mee.

 

maandag 7 oktober 2013

EU-Veluwnaar en Geert Mak


Geert Mak heeft op zondagmiddag 22 september de 24e Abel Herzberg lezing gehouden, vanuit de Rode Hoed in Amsterdam. Ik heb zijn toespraak gelezen in Trouw, en was er meteen weg van. Wat kan die man al vertellend analyseren, en zijn visie en argumenten als een verhaal vertellen ! Hij verwoordde heel precies de redenen voor mijn aarzelingen bij Europa: Telt mijn buurt, en mijn dorp, en de mensen met wie ik er samenleef, mee in in dat verre en technocratische  Europese Parlement in Brussel ? Waarvoor zijn die pietluttige regeltjes die het ondernemen soms zo stroperig maken,  nodig ? Met mijn verstand en overtuiging ben ik pro-Europa, maar het hart stribbelt regelmatig tegen. Ik geef hierna een samenvatting van zijn lezing:

Geert Mak in de Rode Hoed
De lezing van Geert Mak heeft de titel Erken de behoefte van mensen aan thuis. Hij begint te vertellen over zijn vertrek uit Jorwerd, en wat dat met hem en zijn vrouw deed. De bekende wereld van alledag, waarin je de mensen en hun verhalen kent en een geschiedenis met elkaar deelt, is plotsklaps weg. Je moet opnieuw beginnen.
Dat brengt Geert Mak bij het centrale begrippenpaar van de lezing: plaats en ruimte. Hij omschrijft ze het als volgt: "plaats" is waar we ons thuis voelen, waar traditie en omgangsvormen voorspelbaarheid, orde en veiligheid bieden, waar oude en nieuwe verhalen samenbinden, waar een gezamenlijk doorleefde geschiedenis vertrouwen biedt voor een gezamenlijke toekomst."Ruimte" staat daarentegen voor dynamiek, voor mogelijkheden, voor lucht en vrijheid, maar ook voor de risico’s en de wanorde die onvermijdelijk is bij het bewandelen van nieuwe, ongebaande wegen.

Hiermee gaat Geert Mak het Europese eenwordingsproces analyseren. Daarin onderscheidt hij fasen. Allereerst was ruimte van belang: de EU groeide, het ene na het andere land werd toegelaten, de Euro werd ingevoerd, en een bestuurlijk kader werd ontwikkeld. Nu is er een omslagpunt bereikt. De goodwill van veel burgers is tanende. Er is behoefte aan kleinschaligheid, overzichtelijkheid, en veiligheid. Noord-Europeanen kijken argwanend naar Zuid-Europeanen. De bereidheid in het Noorden om steeds opnieuw grote hoeveelheden belastinggeld in de Griekse economie te pompen, is tanende. Geert Mak duidt dit negatief: het is vernietiging van de hoop en de verwachting om gezamenlijk de problemen op te lossen. Het ontneemt een complete generatie jonge mensen alle besef van trots en zelfrespect. Op allerlei gebieden trekken landen zich terug binnen hun eigen nationale grenzen. Het evenwicht tussen ruimte en plaats was zelden zo ver uit beeld.

De vraag is of het revitaliseren van de natiestaat een goede keus is. Geert Mak geeft een scherpe analyse van de onmogelijkheid van die keus. Of we willen of niet, de zaken die geregeld moeten worden zijn al jaren lang natie-overstijgend. We ontkomen er niet aan om met elkaar afspraken te maken op Europees niveau. Er is echter wel veel ergernis te voorkomen door de wet- en regelgeving niet in allerlei details te laten verzanden.
Hoe kan de balans tussen ruimte en plaats worden hersteld ? Het advies is om naar de Amerikaanse aanpak te kijken. Daar wordt ook veel meer aan de afzonderlijke staten overgelaten. Het is nodig om het geweld van Brussel in te tomen en meer erkenning te geven aan de menselijke behoefte aan plaats. Dat thema hoeft niet aan reactionair rechts te worden overgelaten. Een tweede maatregel is om meer gebruik te maken van de vele lokale initiatieven die er te vinden zijn. Nieuwe bedrijfsmodellen worden ontwikkeld om lokaal bedrijfsleven, overheid, en burgers te verbinden. Denk aan de vele duurzame energie coöperaties die momenteel als paddestoelen uit de grond schieten.
De slotopmerking van de lezing: geen gemeenschap zonder veiligheid, zelfbeschikking en solidariteit, en tegelijk geen gemeenschap zonder verbeelding. Geen Jorwerd zonder Brussel. Maar tegelijk: geen Brussel zonder Jorwerd.


dinsdag 1 oktober 2013

Boek: De Big Data Revolutie

Heb je online je weekendhuisje opgezocht, vind je wekenlang nog allerlei vakantie-aanbiedingen in je Google scherm. Alsof je favoriete hulpje alles van je onthoudt.... En dat is ook zo. Google legt al je handelingen op het Web vast en bouwt zo een nauwkeurig profiel van je op. En Google doet dat niet alleen. Iedereen doet het.

Met elkaar produceren we enorme hoeveelheden gegevens: op het Web, bij telecombedrijven, op bewakingscamera's, als we boodschappen doen bij de AH, of bij onderzoeken in het ziekenhuis. En voor het eerst kunnen we al die gegevens benutten, want onze computers zijn sneller en kunnen meer gegevens onthouden dan ooit te voren. Welkom: Big Data !

Google rekencentrum
Victor Mayer Schönberger, hoogleraar aan het Oxford Internet Institute, en Kenneth Cukier, journalist van the Economist, schreven een goed leesbaar boek over Big Data, met als ondertitel: Hoe de data-explosie al onze vragen gaat beantwoorden. Als dat geen groot vertrouwen in technologie is...

Hun boek begint met het inmiddels bekende voorbeeld van de griep-voorspelling die Google in 2009 in de VS kon doen door slim gebruik te maken van de door hun vastgelegde gegevens. Google legt alle zoekopdrachten vast, dus ook de tientallen miljoenen zoektermen die door Amerikanen in die periode zijn ingetikt.
Bij de eerste poging probeerden de Google-wetenschappers verbanden te leggen tussen zoektermen als "medicijn", "hoest", of koorts", en de officiële historische gegevens over de verspreiding van griep in de VS in voorgaande jaren. Dit leverde magere resultaten op. Daarom gooiden ze het roer om en gingen op zoek naar alle mogelijke zoektermen met een hoge correlatie met de verspreiding van de griep. Ook testten ze vele miljoenen statistische modellen. Uiteindelijk vonden ze 45 zoektermen die, gecombineerd met een bepaald statistisch model, een zeer sterke correlatie bleken te hebben met de historische gegevens. Daarna kon het model worden gebruikt met actuele zoektermen en bleek het sneller en gedetailleerder dan de overheidsinstanties de verspreiding van de griep te voorspellen..

Big data analyse is anders dan de data-mining technieken die we tot voor kort gebruikten.
Allereerst is er de grote rekenkracht en opslagcapaciteit van de huidige generatie computers. Dit maakt het mogelijk om in plaats van met steekproeven met alle beschikbare gegevens te werken.
Een tweede belangrijke ontwikkeling is het gebruik van statistische correlaties tussen grootheden. Door naar correlaties te zoeken in alle beschikbare gegevens kunnen verbanden worden opgespoord die met de steekproef-methode niet boven water komen.

De mogelijkheid om enorme hoeveelheden gegevens op correlaties te doorzoeken, leidt er toe dat er meer en meer wordt vastgelegd. Niet alleen het surfgedrag of koopgedrag van mensen is interessant. Omdat sensoren steeds goedkoper worden, worden ze steeds vaker ingebouwd en gebruikt om het functioneren van techniek of het menselijk lichaam vast te leggen. Dit noemen de schrijvers dataficatie. Abstract geformuleerd: informatie over objecten en handelingen met en door objecten leggen we nu vast, want misschien kan er economische waarde uit gehaald worden.

Dit alles roept serieuze vragen op. De schrijvers behandelen er een aantal:
  • Privacy: Onze privacy wordt onder zware druk gezet door de Big Data revolutie. En nog ontmoedigender: het is niet eenvoudig om in de huidige samenleving daar aan te ontkomen. Het verzamelen van gegevens gebeurt op zoveel momenten en op zoveel manieren dat het heel moeilijk is om daar invloed op uit te oefenen. Wie stopt met het gebruik van internet, doet de smartphone uit, en vermijdt supermarkten, de winkelstraat, en het ziekenhuis
  • Kennisvergaring. We zijn in het dagelijks leven sterk ingericht op causaliteit, oorzaak en gevolg. Onze hersenen werken met "snelle" causaliteit wanneer ons onderbewuste op basis van zintuiglijke waarneming besluit dat er meteen gehandeld moet worden, denk aan pijnprikkels. Ook is er de "trage" causaliteit: al redenerend komen we tot oorzaak-en-gevolg redeneringen en conclusies. Bij Big Data speelt causaliteit geen rol meer. We zoeken naar correlaties en hoeven niet meer te begrijpen wat de dieperliggende oorzaken zijn. De vraag is welke gevolgen dit zal hebben voor de exacte wetenschap waar het experiment zo'n belangrijke rol speelt.
  • De toekomst. Big data zal grote gevolgen hebben voor de samenleving. Naast privacy en kennisvergaring zijn er andere belangrijke gebieden waar Big Data invloed zal gaan uitoefenen. Denk aan op Big Data gebaseerde beslissingsondersteunende systemen die worden toegepast in rechtspraak, of bij medische behandelingen. De kennis en de kunde om Big Data verder te ontwikkelen berust bij een kleine groep superexperts.

donderdag 26 september 2013

Groene fabels

Toen ik student was, discussieerden we over de melkfles. Wat is nu beter voor het milieu: een pak melk kopen en de verpakking weggooien, of melk in de fles nemen en die weer inleveren ? Bij het reinigen van de flessen wordt het milieu ook belast.... Ja, daar kwamen we natuurlijk nooit uit, en uiteindelijk gingen we de droge kelen maar smeren met een beugeltje Grolsch.


Dit akelige dilemma duikt steeds weer op. Het boek Green Illusions - the dirty secrets of clean energy and the future of environmentalism staat er vol mee.
Schrijver Ozzie Zehner is een Amerikaanse wetenschapper die in talrijke bladen publiceert over de sociale, economische, en politieke contexten van energiebeleid.
Hij heeft aan de Universiteit van Amsterdam een MSc-graad gehaald en doceert nu aan Berkeley Univeristy in Californië.

Green Illusions imponeert door zijn dwarse meningen. En die worden dan ook nog eens een keertje onderbouwd met een overweldigende hoeveelheid feitenmateriaal. Ozzie Zehner gaat niet over één nacht ijs....
Hij begint met een systematische behandeling van verschillende vormen van duurzame energiebronnen: zonne-energie, windenergie, energie uit biomassa, waterstof, "schone" steenkolen.
Van elke energiebron wordt aangegeven welke verwachtingen reëel zijn, en welke niet:
  • zonne-energie uit de Sahara of de Nevada-woestijn ? De investeringen om de stroom te transporteren zullen gigantisch zijn. De politieke stabiliteit in Afrika is twijfelachtig. De publieke opinie in de VS zal zich verzetten tegen gigantische zonneparken. Wanneer je de energie nodig voor de productie van de zonnepanelen meeneemt in de rendementsanalyse wordt het plaatje minder aantrekkelijk
  • windenergie dan ? Hier noemt Zehner de invloed van NIMBY-groeperingen (Not In My BackYard) die eindeloze procedures aanspannen tegen de aanleg van grootschalige windparken. Daarnaast weten de bestaande energieleveranciers handig te opereren door windenergie weliswaar "kleinschalig" te propageren, maar de ontstane goodwill bij de overheid te gebruiken om krachtiger stimuleringsbeleid te voorkomen. En kleine windmolentjes ? Daarvan is maar zeer de vraag of de CO2-balans tussen productie en gebruik positief uit valt.
  • Biobrandstof misschien ? Zehner laat zien welke desastreuze gevolgen de productie van biobrandstof uit mais heeft op de wereldvoedselhuishouding. En door ontbossing t.b.v. landbouwgronden voor biobrandstof in Indonesië wordt uiteindelijk meer CO2 geproduceerd.
Het verhaal van Zehner is in sterke mate toegeschreven op de Amerikaanse situatie. Dat neemt niet weg dat soortgelijke analyses ook in de Europese of de Nederlandse context gedaan kunnen worden. En dan zullen ook de Nederlandse groene fabels voor de dag komen....
De conclusie van Zehner is dat we niet radicaal genoeg zijn in onze aanpak van het energieprobleem. We blijven namelijk zoeken naar technologie-oplossingen die het ons mogelijk maken om steeds grotere hoeveelheden energie te verbruiken. Ons eigen gedrag blijft onbesproken.

In het tweede deel van Zehner's betoog komt hij met voorstellen hoe duurzaamheid beter kan landen in en geaccepteerd worden door de samenleving en het bedrijfsleven. Duurzaamheidsprojecten moeten realistisch en haalbaar zijn, ze moeten leiden tot verbeteringen van de levensstandaard, en ze moeten appelleren aan het "welbegrepen eigenbelang" van grote groepen mensen.
Hij geeft vervolgens vele voorbeelden, waarvan sommige me verrassen. Voorbeelden:
  • Vrouwenrechten. De ongebreidelde groei van de wereldbevolking moet tot staan worden gebracht. Een krachtig middel daarvoor is de wereldwijde educatie van vrouwen en het tegengaan van uitbuiting en uitsluiting van vrouwen in het democratische proces
  • Consumptie. De drang tot consumeren is enorm. Slimme marketing speelt hier handig op in, speciaal bij kinderen. Om dit te bestrijden moet de marketingmachine aan banden worden gelegd. Daarnaast moet het in de VS aantrekkelijk worden gemaakt om minder te gaan werken en meer vrijwilligerswerk te gaan doen. Daarnaast moet het verbruik van goederen (voedsel !) worden belast, in plaats van inkomsten en/of bezit te belasten.
  • Inrichting van de openbare ruimte. Amerikaanse suburbs kenmerken zich door een hoog ruimtebeslag en de noodzaak van een uitgebreid wegennet om woon-werkverkeer mogelijk te maken. Zehner pleit er voor om wonen en werken dichter bij elkaar te brengen, en het openbaar vervoer beter te ontwikkelen. Hij pleit voor "fietsbare" steden, wat zonder twijfel geïnspireerd zal zijn door zijn verblijf in Amsterdam. Dit lijkt op luchtfietserij, maar dat is ten dele waar. In Azië worden gloednieuwe megasteden ontwikkeld waar de nieuwste concepten voor duurzame inrichting een rol spelen.
Het is een genot om dit boek te lezen. Het analyseert scherp, ontmaskert, maar geeft ook richting en mogelijkheden. Het gaat over persoonlijke keuzes en gedrag, maar ook over politiek beleid over grenzen heen.
Dat dit op onverwachte plekken herkent wordt, blijkt uit de visie en de activiteiten van de World Business Council for Sustainable Development. Hierin werken CEO's van grote multinationals samen aan de ontwikkeling van een duurzame mondiale toekomstvisie. Peter Bakker, oud-topman van TNT, is er sinds 2012 President en CEO.





dinsdag 3 september 2013

Boek: Het kleine meisje van meneer Linh - Philippe Claudel

Wat is dit een prachtig verhaal ! Philippe Claudel heeft een ontroerende novelle geschreven, met een verrassend slot.
Meneer Linh arriveert in een land ver verwijderd van zijn geboortegrond. Hij heeft zijn kleindochter meegenomen. Hij is gevlucht voor het oorlogsgeweld, dat het leven heeft gekost aan zijn vrouw en kinderen. In de koude stad waar ze arriveren wordt hij ondergebracht in een opvangcentrum, samen met vele landgenoten. De traumatische gebeurtenissen van de afgelopen maanden en de weemoedige herinneringen aan het idyllische dagelijks leven in zijn dorp putten hem uit, de zorg voor zijn kleindochter houdt hem gaande.



Tijdens een wandeling ontmoet hij een oude man in een park, meneer Bark. Ze raken in gesprek. Het contact doet meneer Linh goed, en de volgende dag zoekt hij de oude man weer op in het park. Er ontwikkelt zich een vriendschapsband tussen beide mannen, die voor beiden van grote betekenis wordt.
Er komt echter een kink in de kabel wanneer meneer Linh wordt overgeplaatst naar een tehuis voor geestelijk gehandicapten. Dat grieft hem diep, en hij besluit om samen met zijn kleindochter te vluchten en zijn vriend op te zoeken. Die zal hem helpen ! De afloop hier van is dramatisch.....

Er gebeuren prachtige dingen in het verhaal:

De communicatie tussen meneer Bark en meneer Linh is moeizaam omdat ze elkanders taal niet spreken. Beiden proberen de signalen van de ander, de woorden en de gebaren, te begrijpen. Dat leidt tot komische misverstanden. Tegelijkertijd laat het op overtuigende wijze zien hoe vriendschap kan ontstaan zonder dat de woorden van de ander begrepen worden. Er is een steeds sterker wordende sympathie tussen de twee waardoor beiden hun eenzaamheid even kunnen vergeten.

Meneer Linh probeert de nieuwe wereld te begrijpen. Dat valt nog niet mee. De mensen zijn er onbeleefd, het is er koud en nat, en hij heeft niemand die hem met de dagelijkse zorgen voor zijn kleindochter helpt. Claudel weet de ontreddering van meneer Linh met fijne pen te beschrijven. Inderdaad, zo voelt het wanneer je plotseling in een andere wereld terechtkomt.

Een heerlijk boek dat je in enkele uren leest en dan met vertedering neer legt. Die meneer Linh toch.