zaterdag 27 juli 2013

Moestuin - juli 2013

Kas
De komkommers en de tomaten beginnen mooi te groeien. De komkommers dragen snel vrucht en we hebben dan ook ruim voorraad in de kelder. De tomaten hebben veel meer tijd nodig. Het "dieven" van de tomaten is een werkje dat je goed moet bijhouden. Voor je het weet groeien er uitlopers vanuit de oksel van stengel en bladaanhechting en krijg je een plant die alle kanten opgroeit.
Tussen de hooggroeiers heb ik allerlei kruiden geplant, voor de geuren. Op de foto hieronder is citroenmelisse te zien.

tomaat, komkommer, citroenmelisse
Aardappelen en broccoli
Op een braderie bij Slochteren heb ik een zakje met poters van oude aardappelrassen gekocht. Die staan op de foto mooi te bloeien.  Ik ben benieuwd wat de opbrengst gaat worden. Helaas heb ik het zakje met de namen van de rassen weggegooid, zodat ik echt niet weet wat er in de grond zit.
De broccoli staat er prima bij. Ik had vier plantjes gekocht en die hebben het goed gedaan. Van twee planten kunnen wij een keertje lekker broccoli eten. Helaas heb ik te lang gewacht met de consumptie: de broccoli was al bruin in het midden geworden. Een goede leer voor de volgende keer: zoals ze hier op de foto staan moeten we ze oogsten.


broccoli en een oud aardappelras


Tuinbonen en peultjes
Met de peultjes en de tuinbonen is het voorspoedig verlopen. Na een zeer langzame start door het koude voorjaar is er dan toch nog een goede oogst gekomen. De luis in de tuinbonen ga ik te lijf met een mengsel van vloeibare groene zeep, spiritus, en water in een verhouding 1:1:2. Het stinkt geweldig, maar het houdt de luis wel in toom. De tuinbonen heb ik vroeg geoogst, kleine boontjes smaken beter.
Peultjes zijn wonderbaarlijk: de peul zelf groeit wonderbaarlijk snel. Na geoogst te hebben, zitten alleen de kleinste peultjes er nog aan. Die zijn dan na één, twee dagen weer volgroeid, dat gaat heel snel.

tuinbonen en peultjes


Sla en mulch
Op onderstaande foto is het sla-groentenbed met de mulch er bovenop goed zichtbaar. Sla plant ik elke twee weken, de plantjes haal ik op de markt of bij de Welkoop. Zo hebben we de hele zomer door sla beschikbaar. IJsbergsla doet het ook prima. Tussen de sla heb ik prei geplant.
De mulchlaag bevalt me uitstekend. Er is veel minder onkruid, en de aarde eronder blijft langer vochtiger. Ik heb nog niet gekeken hoe de regenwormen het vinden, dat komt in het najaar wel.

sla en prei en tomaat
Versnipperaar
De mulchlaag is nog te grof, met grote stukken en lange sprieten. Ik heb daarom een versnipperaar gekocht om mijn tuinafval "klein te krijgen". Het is een Viking, en niet voor het zware werk bedoeld. Takken met een doorsnede van enkele centimeters vreet hij nog net, maar dan moet je het zorgvuldig doseren. Verder gooi ik er alles in: de restanten van de bonen en de peulen, droge schapenmest, snoeiafval. Ik zal eens gaan kijken of ik de mulch vervolgens ook ga composteren.

tuinafval versnipperen

zaterdag 22 juni 2013

Boek: De pilaren van de aarde - Ken Follet

Ja, dit is pure ontspanning. Een weergaloos spannende vertelling over de bouw van een kathedraal in Engeland in de twaalfde eeuw. Die rode draad geeft samenhang aan de levensverhalen van prior Philip, meester-architect Tom Builder en zijn vrouw Ellen, en zijn zoon Jack met zijn vrouw Aliena. We volgen hen enkele tientallen jaren lang in hun strijd met bisschop Waleran Bigod en graaf William Hamleigh.

Ken Follet was bekend als schrijver van thrillers. Hij raakte onder de indruk van kathedralen: immense bouwwerken die met veel liefde en moeite en opofferingsgezindheid gedurende tientallen jaren werden gebouwd. Follet wilde meer weten van zowel de menselijke motieven om deze gigantische projecten tot een goed einde te kunnen brengen, en het technisch vernuft dat nodig was om met de beperkte middelen de bouw te realiseren.
Hij besloot er een historische roman over te schrijven. Deze verscheen in 1989 en werd door de critici lauw ontvangen. Het lezerspubliek dacht er anders over en het boek groeide gestaag in populariteit. In 2010 verscheen een miniserie van acht afleveringen.


Een samenvatting van dit boek geven is ondoenlijk. Ken Follet gebruikt zo'n duizend pagina's om tientallen jaren beslaande gebeurtenissen te schetsen.
Ik concentreer me daarom op een aantal zaken die me zijn opgevallen.
  • Allereerst: dit is een echte pageturner. het boek leest als een trein. Er zit een aangename flow in het verhaal: actie en rust wisselen elkaar uitstekend af. Soms ligt het accent bij het innerlijk van de hoofdpersonen, op andere momenten wordt met een goed oog voor detail beschreven hoe het straatleven in een Middeleeuwse stad er uit ziet of hoe de gewelven van een kathedraal worden gebouwd. Ik heb het boek niet ervaren als een literaire roman, maar als een meesterlijke vertelling
  • Hoe betrouwbaar, hoe "echt"  is nu die weergave van het leven toen, en dan met name ook hoe ervaarden de mensen toen hun bestaan?  Ik heb daar eerder over geschreven in de recentie van Bring up the bodies van Hillary Mantel. Ken Follet haalt niet de psychologische diepgang van Hillary Mantel, maar er blijft genoeg over om te voorkomen dat het voorspelbaar wordt. Hij besteedt veel aandacht aan het innerlijk van zijn hoofdpersonen. Daardoor komen ze goed tot leven. De liefdesrelaties tussen Ellen en Tom en tussen Aliena en Jack pakken je. Ze zijn  mooi verweven met het leven van toen: bijvoorbeeld het door prior Philip afgedwongen gescheiden leven van Aliena en Jack omdat Aliena officieel getrouwd is met een andere man. Follet laat mensen twijfelen aan zichzelf, zowel de good guys als de bad guys
  • Het gebruik van macht, hoe dat corrumpeert, en wat dat doet met rechtvaardigheid speelt een belangrijke rol. William Hamleigh en Waleran Bigod zijn voorbeelden van mannen die macht op niets ontziende wijze gebruiken om hun doelen te bereiken. Er worden Macchiavellistische spelletjes gespeeld. Prior Philip leert door schade en schande om daar aan mee te doe en het is interessant om te letten op zijn wijze van het gebruik van macht, en zijn motieven daarbij. Hij blijft prior, dienaar van God, en daardoor gebruikt hij macht op een andere manier dan zijn aartsvijand William Hamleigh
  • De plaats en de betekenis van de mannen en de vrouwen in het verhaal zijn gelijkelijk verdeeld. Prior Philip en Aliena zijn beiden praktisch ingestelde mensen met een zakelijke instelling. De vrouwen zijn net zo initiatiefrijk als de mannen, of het nu om ambities of om de liefde gaat. In hoeverre dat passend is bij die periode laat ik in het midden, het maakt het verhaal wat mij betreft echter sterker.

donderdag 20 juni 2013

Boek: For the common good - Daly & Cobb Jr.

De subtitel geeft het programma van dit boek weer: Redirecting the economy toward community, the environment, and a sustainable future. Het boek verscheen in 1985  voor het eerst, een tweede, bijgewerkte en uitgebreide druk verscheen in 1994.
Bij het lezen van opinies over De economie van het genoeg van prof. Goudzwaard ontdekte ik dit boek van de Amerikaanse hoogleraren Herman Daly (econoom) en John B.Cobb Jr (theoloog).
Herman Daly heeft o.a. tijdens zijn werkzaamheden voor de Wereldbank een sterke impuls gegeven aan de ontwikkeling van ecological economics. John Cobb jr. integreerde de metafysica van Whitehead met de christelijke theologie en leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de procestheologie. Hij paste dit o.a. toe op ecologische vraagstukken.

For the common Good is opgebouwd uit vier delen.

In het eerste deel wordt een onderbouwde kritiek op de economie als academische discipline uitgewerkt. Doordat economen de deductieve natuurwetenschappen als voorbeeld namen werd het methodologische raamwerk van de economie gemathematiseerd. Door deze abstractie ontstond wat Whitehead the fallacy of misplaced concreteness noemt: wanneer de geabstraheerde principes worden "terugvertaald", worden er allerlei hoogst discutabele uitspraken gedaan over de fysieke werkelijkheid. De kwalijke gevolgen hiervan worden aan de hand van een aantal voorbeelden behandeld:
  1. de vrije markt als regulerend mechanisme
  2. het BNP als graadmeter van economisch succes
  3. de burger als homo economicus
  4. de economische visie op grond
In het tweede deel worden enkele koerswijzigingen voorgesteld t.a.v. de wetenschappelijke attitude van economen.
Allereerst is dat het verbreden van het gezichtsveld. De hierboven al geschetste inperking van de economie tot natuurwetenschappelijk georiënteerde academische discpline kan worden omgebogen naar een wetenschappelijke houding die oog heeft voor dienst aan de gemeenschap en de leefomgeving i.p.v. de concentratie op de individualistische en op genotsvervulling georiënteerde homo economicus.
Een tweede koerswijziging is die van chrematistics naar oikomonia, een begrippenpaar dat de oude Grieken hanteerden in hun politiek-maatschappelijke analyses. Chrematistics is "de kunst van het rijk worden", het verdienen van geld door voor een hoger bedrag te verkopen dan er ingekocht is. In de ethiek van Aristoteles is alleen die handel toegestaan waarbij producent en eindgebruiker rechtstreeks een transactie sluiten, zonder dat gestreefd wordt naar verrijking.
Oikomonia is veel meer op de gemeenschap gericht. Het is het huishoudelijke beheer dat het welzijn van de hele huisgemeenschap op het oog heeft, en voor welstand voor nu en later probeert te zorgen.
De derde koerswijziging vraagt aandacht voor het belang van gemeenschappen. Wanneer alleen wordt gedacht vanuit het individu kan de economie geen bijdrage leveren aan gezonde sociale verbanden.
De vierde koerswijziging heeft hier mee te maken: Probeer te denken vanuit de gemeenschap. Het kleinste verband is het gezin, dan volgen buurt, dorp of stad, streek of provincie, en natie. Beschouw elke gemeenschap als opgebouwd uit andere gemeenschappen. Dit is een betere benadering dan de kosmopolitische wereldburger die het resultaat is van een doorgeschoten verindividualisering. De kosmopoliet bestaat alleen in uitersten: de welvarende en rijke westerling, of de vluchteling die voor een leefbaar bestaan zijn geboortegrond verlaat. Een echte samenleving van kosmopolieten bestaat niet.
De laatste koerswijziging is een pleidooi voor denken vanuit energie en de biosfeer, dus natuurlijke hulpbronnen, in plaats van abstracties als materie, geld, en rente.
Dit deel van het boek behandelt fundamentele thema's. Het is voor een leek - waar ik mezelf toe reken - een ware uitdaging om het betoog te volgen, maar je krijgt veel terug voor die inspanning.

In deel 3 worden praktische voorbeelden utigewerkt voor de situatie in de VS in de begin jaren '90. Deze behandeling is dus tijdgebonden en over sommige zaken denken we nu anders. De schrijvers behandelen de volgende thema's:
  • vrije markt en gemeenschap
  • bevolking
  • gebruik van land
  • landbouw
  • industrie
  • arbeid
  • inkomstenpolitiek en belastingen
  • nationale veiligheid
De voorkeur gaat uit naar zo klein mogelijke leefgemeenschappen die zoveel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Voor wie nu denkt dat dit een utopie is: Dat vond ik ook toen ik het las. Het uitdagende is echter dat alle thema's grondig worden geanalyseerd vanuit het geschetste ideaal. Omdat er zo goed geargumenteerd wordt en er voortdurend wetenschappelijke bronnen worden aangehaald om het ideaal te onderbouwen, ontkom je niet aan "meedenken": stel dat we het zouden doen.

Het vierde deel is het kortst. Hier leggen de schrijvers hun diepste motieven op tafel: waarom zouden we dit willen ?
Ook hier wordt zorgvuldig geargumenteerd. De overeenkomsten met de idealen van feministische en ecologische actiegroepen wordt goed uitgelegd. Het eigene van de stellingname van Daly en Cobb wordt in de laatste pagina's behandeld: het is de bijbelse oproep tot gerechtigheid en tot naastenliefde die voor hen van doorslaggevende betekenis is.

De schrijvers behandelen de standpunten van diegenen met wie ze van mening verschillen op een respectvolle manier. Ook worden de eigen standpunten grondig onderbouwd. Het belang van "geloof in de zaak" wordt steeds onderkend. Dat alles maakt dit pittige boek tot een genot om te lezen.


zaterdag 1 juni 2013

Moestuin - mei 2013

Het is een extreem voorjaar, en de moestuin reageert daar natuurlijk op. Door de kou ontkiemt en groeit alles veel langzamer. De aardappen hebben er vier weken voor nodig om boven de grond te komen, en de courgette, toch altijd goed voor uitbundige groei, ziet geel van de kou.
Gelukkig hebben we dit jaar geen nachtvorst gehad tijdens de bloei van de fruitbomen. Peer, pruim, en appel hebben uitbundig gebloeid en de vruchtvorming lijkt goed. Ik wil dit jaar beter letten op de kleine beestjes, vorig jaar hebben de appelboompjes behoorlijk te lijden gehad. Op deze pagina is te lezen welke rupsen, wantsen, en luizen meesmullen op de fruitbomen.


Als je nooit een bloeiende sering geroken hebt, weet je niet wat genieten is, de geur is verrukkelijk. Samen met Lathyrus is het mijn topper. Lathyrus poot ik soms, gelijk met peultjes en/of doperweten.
Ik heb de seringenstruik in maart eens stevig gesnoeid. Structuur aanbrengen in de hoofdtakken, en zorgen voor ruimte binnenin.


Dit jaar ben ik gaan experimenteren met de grondbewerking. Ik heb de helft van de tuin  niet gespit, maar losgewoeld en daarna bedekt met een mulch-laag. Hierboven is de broeibak te zien met eikenbladsla en gewone sla en een royale laag mulch, hier veel stro.
Er wordt verschillend gedacht over het nut van deze aanpak. Ik vind de argumenten wel overtuigend, ik noem er enkele:
  1. Niet meer spitten
  2. Minder onkruid
  3. Natuurlijke voeding van de bodem
  4. Beter voor het leven in de bodem 
  5. Betere vochtbalans
Hier en hier is er meer over te lezen. Eén quote wil ik alvast met een glimlach doorgeven: spitten is massamoord ! Mijn eerste ervaringen zijn positief: de bodem blijft vochtiger en er is minder onkruid. Ik heb gelukkig nog nooit rugklachten gekregen van het spitten, dus het omspitten van de andere helft van de tuin is niet zo'n bezwaar.


Hierboven is het groentenbed te zien waar ik de tuinbonen en de peultje heb staan. De mulch bevat hier ook schapenmest, wat tot zware protesten van het thuisfront heeft geleid. Mijn tegenargument dat champignons op paardenmest worden geteeld heeft nog geen zoden aan de dijk gezet... Ook de tuinbonen hebben meer tijd nodig gehad om te ontkiemen en de groei lijkt ook langzamer te verlopen. Maar eens afwachten wat mooi weer gaat doen.


Alleen de rabarber lijkt immuun voor de kou. Er is genoeg regen gevallen, en in de droge weken giet ik er royaal water bij. In de mulchlaag zit mest. De drie planten staan uitbundig te pronken met grote groene bladeren. Ik heb al weer een aantal porties rabarber in de diepvries kunnen stoppen.

maandag 20 mei 2013

Hoezo Heilige Geest ?

Op Twitter berichtte onze zeer gewaardeerde vorst Koning_NL gisteren  het volgende: Geen paniek, Landgenoten. Wij laten uitzoeken of de Heilige Geest met #Pinksteren verantwoordelijk is voor het mooie weer. Daar kan ik kort op antwoorden: de Heilige Geest is daar niet verantwoordelijk voor. Maar waarvoor dan wel ?

Het eerste antwoord kreeg ik gisteravond, in een puntgave preek van ds.Niesing, oud-predikant van Oene. De Heilige Geest is God, Die in je hart woont. Dat is niet zweverig, maar heel concreet. Iedereen die zich hartelijk verbonden weet met zijn of haar dierbaren, heeft een plek in het hart voor die personen. En die hartelijke verbondenheid wordt sterker naarmate de relatie intiemer wordt en dichter bij komt. Je geliefde woont in je hart, er is toch geen mooiere manier om uit te drukken hoe nabij je elkaar bent ?


Zoiets is er ook aan de hand met God. En dat is tegelijkertijd hartverwarmend èn beangstigend. Want God zo dichtbij is confronterend. Wil ik dat wel ? Gisteravond greep me dat aan, is het niet beter en veiliger om Hem op afstand te houden ?
Ds. Niesing preekte over Romeinen 8, die fantastische toespraak over de Heilige Geest. Die maakt ons tot kinderen van God. En onze sterfelijke lichamen worden levend gemaakt door die Geest, die ons woont. Dit is Nieuws: vol hoop en met een ongekende kracht.

Ds. van de Wetering had gisterochtend een even waardevolle Pinksterpreek, die aansloot bij de woorden van Bonhoeffer die ze vorige week citeerde: es wird Menschen geben, die beten und das Gerechte tun und auf Gottes Zeit warten.
Ze zei ongeveer het volgende: We kunnen God ook voor de voeten lopen. We hebben allerlei plannen voor het Koninkrijk van God, en hebben daarvoor de Heilige Geest nodig. En hoe specialer de act, hoe beter. Maar zo werkt het niet. Een christen wacht op God. Eerst luisteren, en dan pas aan de slag. Waardevolle gedachte.

Pinksteren. Het zijn goede dagen geweest.

dinsdag 30 april 2013

Co-op Capitalism en Rijnlands Denken

Laat ik maar beginnen met Noreena Hertz, bekend Engels econome en actievoerster. In 2001 kocht ik haar boek The silent takeover: global capitalism and the death of democracy. Een fel geschreven boek waarin ze stelt dat de invloed van het internationale bedrijfsleven op het wereldgebeuren groeit, en de rol van democratische regeringen afneemt. Niet iedereen was het met haar analyse eens, zoals bijvoorbeeld de recensent van de Guardian in deze review.
Haar kritische houding t.a.v. global businesses is bij me blijven hangen. Deze week kwam ik haar boek tegen in de boekenkast en dat was de aanleiding om op haar site te gaan kijken waarmee ze de afgelopen jaren bezig is geweest. Ik kwam er een policy paper tegen met de aardige titel Co-op Capitalism.

Noreena Hertz op de conferentie "Names not numbers" maart 2013
In dat artikel pleit ze ervoor om afscheid te nemen van het tijdperk van het Gucci Capitalism:  an era whose fundamental assumptions were markets should be left to self regulate, governments should be laisse faire, and human beings are nothing more than rational utility maximisers. Ronald Reagan, Margaret Thatcher and Milton Friedman zijn de klinkende namen van het Gucci Capitalism. In Nederland hebben we het de afgelopen 20 jaren ook omarmd.
Na uit de doeken te hebben gedaan waarom Gucci Capitalism op zijn retour is, volgt een exposé van Co-op Capitalism:
Hier speelt niet het individu de hoofdrol, maar de samenleving. Er is veel meer oog voor het belang van cohesie in die samenleving. Netwerken en verbindingen tussen groepen in de samenleving hebben grote waarde.
Daarnaast waardeert Co-op Capitalism niet alleen maar de resultaten van zakelijke activiteiten, maar ook het proces dat ertoe leidde en de spelers en hun relaties die daarbij betrokken waren.
Waar Gucci Capitalism alleen concurrentie en competitie als werkstijlen kent, heeft Co-op Capitalism ook oog voor het belang van samenwerking en het afzien van eigen winstmaximalisatie ten behoeve van grotere belangen dan die van het eigen bedrijf.

Het lezen van dit artikel is een feest der herkenning: het is dezelfde boodschap die we allang kenden als het Angelsaksiche model versus het Rijnlandse model (wiki).
Recentelijk is het Rijnlandse model omarmd door het CDA. Door CDA-Friesland is een rapport opgesteld  Rijnlands denken en doen dat brede weerklank gevonden heeft bij andere afdelingen van het CDA. CDA-prominent Hein Pieper, dijkgraaf van Waterschap Rijn en IJssel, toert al enkele jaren langs de CDA-afdelingen om het Rijnlandse denken te promoten. Dat raakt nu in een stroomversnelling. Trouw schreef er in februari een positief artikel over.
De match met de kernwaarden van het CDA is dan ook groot: het primaat van de samenleving, de verantwoordelijkheid bij de burgers, de nadruk op collegialiteit, langetermijn strategisch denken, de betekenis van economische activiteit voor de lokale gemeenschap, waardering van professionaliteit en integriteit.
Rijnlands denken en doen is geen knop die je kunt onzetten naar de gewenste stand. Het is een kijk op de samenleving, een wijze van omgaan met elkaar, en die moet aangeleerd worden. Rijnlands denken heeft ook valkuilen: stroperigheid, het onbenut laten van talenten, het verdoezelen van conflicten, en soms een verminderde drive om toppresataties te leveren. Als de goede elementen uit het Angelsaksische model gecombineerd worden met het Rijnlandse model ontstaat er een bijzonder krachtige wijze van denken en doen in de samenleving. En dat hebben we nodig.

maandag 29 april 2013

Zonnepark - 4

In mijn vorige blog over het lokale zonnepark in september schreef ik dat er twee belangrijke obstakels waren om verder te komen  met ons lokale burgerinitiatief:
  • we hebben niet voldoende tijd beschikbaar om stevig door te pakken
  • de businesscase voor een zonnepark is niet goed rond te krijgen omdat zelflevering (salderen) niet toegestaan is
Vanwege deze patstelling hebben we maar eens een stevige winterslaap gehouden, dat schijnt best duurzaam te zijn. Geen vergaderingen, geen gereis, geen verslagen tikken, allemaal prima natuurlijk. 
 
Of moeten we toch naar de keramische brandstofcellen ?
In februari zijn we weer van start gegaan, met een nieuwe samenstelling van de werkgroep. Duurzaamheidsmaat AvT had enkele enthousiastelingen weten te strikken. Dat heeft uitstekend gewerkt, wat een gezonde portie begeestering niet te weeg kan brengen !
In een strak ritme van tweewekelijkse overleggen hebben we de zonnepark ideeën van vorig jaar ontstoft, nog eens kritisch bekeken, en toen de conclusie getrokken dat onze volgende stap het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie moest gaan worden.
Die moet duidelijk gaan geven over de mogelijke risico's en blokkerende factoren. In het haalbaarheidsplan worden "grofmazig" een aantal thema's onderzocht, zoals:
  • business case / het ondernemersplan
  • lokatie en ruimtelijke ordening
  • techniek
  • stakeholderanalyse
  • juridische aspecten
  • milieuzaken
Wanneer er een positief advies wordt gegeven in de eindrapportage van de haalbaarheidsstudie kan de volgende fase beginnen: het uitwerken van een definitief businessplan. Daarin worden bovenstaande thema's in detail verder onderzocht.
 
Om het haalbaarheidsplan te kunnen maken is expertise  nodig, of geld om die in te kunnen kopen in de vorm van adviesuren. Daarom hebben we inmiddels met de gemeente Epe en met het Veluws Centrum voor Technologie contacten gelegd om te overleggen over financiële ondersteuning. Als dat lukt kunnen we gaan beginnen met de haalbaarheidsstudie.
 
Omdat er honderden inititiatieven voor de lokale opwekking van schone energie zijn, is er al heel veel uitgezocht. Op de sites van HierOpgewekt en e-Decentraal is een ruime keus aan seminars, workshops, en factsheets te vinden. Het is natuurlijk zaak om al tijdens de haalbaarheidsstudie hier goed gebruik van te maken.
In januari heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een rapport gepubliceerd getiteld Lokaal Energiek: decentrale duurzame energie. De centrale onderzoeksvraag in dit rapport luidt: Wat gebeurt er als 50% van de huishoudens in Nederland hun eigen elektriciteit decentraal duurzaam opwekken?
Hierin worden een business case voor lokaal opgewekte energie en een MKBA (maatschappelijke kosten en baten analyse) uitgewerkt.
In de samenvatting van het rapport staan o.a. de volgende conclusies: Onder het huidige fiscale regime is de business case financieel rendabel voor de alternatieven Windenergie,Zonnepark en Zon-PV eigen dak.
Om de MKBA te kunnen beoordelen zal ik me stevig moeten verdiepen in de gebruikte methoden, deze benadering is me niet vertrouwd. Duurzaamheidsblogger Henri Bontenbal heeft de MKBA kritisch becommentarieerd in dit duidelijke artikel. Zoiets helpt de beginneling op weg.

Al lezend ontdek ik ook de kritische en goed onderbouwde tegengeluiden. Er valt nogal wat af te dingen op de positieve effecten van wind- en zonne-energie. Theo Wolters beschrijft op climategate.nl de effecten van decentrale energie-opwekking op 's lands economie. Dat zijn fundamentele bezwaren.....