maandag 26 september 2016

WO-1 in West-Vlaanderen

Dat is toch bijzonder: een hittegolf halverwege september, juist als ik een korte vakantie heb gepland. Het maakt mijn verblijf zonder meer aangenaam.
Ik heb een B&B geregeld in Kortemark, een dorp waar ik nog nooit van gehoord heb, 25 km. ten zuiden van Brugge. Het is een schot in de roos: Ik kom bij een gastvrij Vlaams echtpaar met een immens huis en krijg de mooiste B&B-kamer, een ruim vertrek compleet met een prachtige loggia met uitzicht over de velden. En 's ochtends is er steeds een bourgondisch omtbijt....
Aangenaam ontbijten
Ik ben van plan om WO-1 plekken op te zoeken: musea, slagveld lokaties, dat soort dingen, en ben ook benieuwd welke rol deze verschrikkelijke gebeurtenissen nu nog spelen. Een paar dagen blijkt genoeg om me een eerste indruk te vormen.

Op maandag pak ik de fiets die mijn gastvrouw me aanbiedt, en gebruik het fietsknooppunten netwerk om naar Diksmuide te fietsen. Wie mocht denken dat Nederland fietsland bij uitstek is: de Vlamingen hebben het fietsknooppunten netwerk bedacht !
Het is een aangenaam landschap: vlak, met hier en daar "vals plat". De hoogste plek die ik bereik is 37m en van daaruit heb ik een mooi uitzicht.
Er wordt flink geboerd hier: tuinbouw op de koude grond. Ik zie grote akkers met prei, spruitjes, kool, wortels, of bleekselderij.
En de boeren zijn òf druk met beregenen, òf druk met oogsten. In het eerste geval rijden ze met pompen, slangenhaspelkarren, of watertanks heen en weer. In het tweede geval zitten er achter de trekkers allerlei vernuftige oogstmachines, variërend van volledig automatische tot constructies met balkonnetjes waar personeel opstaat dat de kolen of de bleekselderij van een aanvoerbandje haalt en in grote palletkisten stopt. Ach, wat mooi allemaal.

Prei oogsten in de buurt van Kortemark
Diksmuide blijk een klein stadje te zijn met een prachtig oud centrum. Er staan fraaie woningen met trapgevels en het stadhuis mag er ook zijn. Het doet me een beetje aan Elburg denken. Het ligt aan de rivier de IJzer en heeft daardoor via Nieuwpoort een verbinding met de Noordzee.
Voordat ik het stadje verken ga ik eerst lunchen. Voor een schappelijk bedrag heb ik een smakelijk dagmenu, een glas bier, en een kop koffie. Dat helpt !

Marktplein in Diksmuide
Het belangrijkste WO-1 aandenken van Diskmuide is de IJzertoren, een immens monument voor de Vlaamse gevallenen in de Eerste Wereldoorlog, maar ook een symbool van het Vlaamse ideaal van onafhankelijkheid.
De afkortingen VVK en AVK, te zien op de ruïne van een eerdere toren en op de huidige toren, betekenen respectievelijk Alles voor Vlaanderen en Vlaanderen voor Kristus. Dat is een volkssentiment dat ik nooit heb gekend.....
In de toren, met 21 verdiepingen, is een museum gevestigd. Ik besluit dat het te mooi weer is om naar binnen te gaan. Deze plek bewaar ik voor een volgend bezoek !

Herinneringsmonument de IJzertoren bij Diksmuide
Ik fiets verder naar de Dodengang, een replica van een loopgravenstelsel langs de IJzer waar het Belgische leger wist stand te houden tot aan het eind van de oorlog. Er is hier fel gevochten en er zijn vele Belgische en Duitse soldaten gesneuveld op deze paar duizend vierkante meters.
Het lukt me niet goed om me te verplaatsen in de situatie van toen. De zandzakjes in de wal van de loopgraven zijn van beton, alles is schoon en en het gazon is strak gemaaid. De foto's brengen de hel van toen nog het meest dichtbij.
Ik wandel er een kwartiertje door en vervolg dan mijn fietstocht.
de Dodengang loopgraaf bij Diksmuide
Op dinsdag is Ieper aan de beurt. Ik neem de auto: het is 25 km verder op en wel te fietsen, maar de hitte weerhoudt me. Dankzij een goede voorbereiding weet ik waar ik de auto wil parkeren en de navigatie op de smartphone brengt me soepel naar de goede plek, op 5 minuten loopafstand van het centrum.
Ieper is met Verdun één van de iconen van de allesvernietigende slagvelden van WO-1. Tienduizenden soldaten lieten het leven voor enkele kilometers terreinwinst. Bij Ieper zetten de Duitsers voor het eerst gifgas in, weldra gevolgd door de Britten.
Het stadje was aan drie kanten omsingeld door de Duitsers, maar werd hardnekkig verdedigd door de Britten. Er werden vier grote veldslagen uitgevochten, in 1914, 1915, 1917, en 1918.

Ik  wandel door het centrum. Het is er druk, en er lopen veel toeristen rond. ik hoor regelmatig Engels praten. Er zijn veel gebouwen in oude stijl, die toch ook weer nieuw ogen. Het is te zien dat dit een herbouwde stad is.Ik kijk even in de kathedrale St.Maartenskerk. Er zijn wel tien schoonmakers bezig met dweilen, stof afnemen, en stoelen in het gelid zetten, dat geeft een huiselijke sfeer.
Ik heb mijn doel, het In Flanders Fields museum snel gevonden. Het is gevestigd in de Lakenhalle aan de Grote Markt. Ik koop een combikaartje voor het museum en de belfort (stadsklokkentoren).
De Grote Markt van Ieper met de Menenpoort er achter
Het museum bevindt zich op de eerste verdieping. Het is er ruim, donker, en er klinkt er een zacht en klagend muziekfragment. Dat laatste blijft zo, en ik vind het heel passend. Die onrustig makende muziek brengt je in een bepaalde stijl van kijken en waarnemen.
De vitrines zijn ruim, er zijn veel multimedia schermen met aanvullende informatie en die activeer je met een polsbandje dat je meekrijgt. Handig. Je krijgt er ook toegang mee tot de toren. Natuurlijk beklim ik die en vanaf de omloop op zo'n 70m hoogte heb ik een prachtig uitzicht op Ieper en omgeving. Het ziet er allemaal mooi uit: de herbouwde stad, de omgeving met bomenpartijen en akkers en velden. Het is niet voor te stellen dat hier geen steen meer op de ander stond, en dat er geen boom meer was te zien.
Vanaf de belfort is ook de Menenpoort te zien. Op de wanden van de poort staan de namen van de 55.000 vermiste Britse soldagen vermeld die hier gevochten hebben. Elke avond wordt hier om acht uur een korte herdenking gehouden ter ere van de gevallenen, aan het eind wordt de Last Post geblazen. Elke avond, sinds 1928, al bijna 90 jaar, Dat vind ik een waardig herdenken, en graag wil ik het nog eens keer meemaken.

De Menenpoort, in de vorm van een Romeinse triomfboog
De donderdag besteed ik aan een bezoek aan het Käthe Kollwitz museum in Koekelare. Deze Duitse grafisch kunstenares en beeldhouwster was me geheel onbekend. Dat is nu gelukkig niet meer zo: ik vind haar werk heel bijzonder, misschien wel het meest indrukwekkende van wat ik deze week gezien heb.
Op de Duitse oorlogsbegraafplaats in Vladslo, nabij Koekelare, staat haar beeldengroep Treurend Ouderpaar. Het heeft 18 jaar geduurd voordat ze haar verdriet om het verlies van haar nabij Koekelare gesneuvelde zoon Peter wist vorm te geven in deze beeldengroep.
Ik heb er een tijdje bij staan kijken: de man kijkt in de verte, lijkt zich schrap te zetten in zijn verdriet. De vrouw kijkt naar de aarde, heeft een hand op haar hart, het is alsof ze er niet is. Een heel bijzonder kunstwerk, waar je echt even de tijd voor moet nemen om er contact mee te krijgen.
In het (kleine) museum in Koekelare bevinden zich een aantal van haar grafische kunstwerken, en er zijn grote panelen met biografische gegevens. Een sociaal bewogen kunstenares, verguisd door de oude aristocratie, maar ook door de Nazi's aan de kant gezet omdat haar kunst "entartet" was.

Treurend Ouderpaar van Käthe Kollwitz
Ik heb in een midweek een goede indruk gekregen van de streek rond Ieper en Diksmuide, en wat er allemaal te zien is aan herinneringen en overblijfselen. Sommige plekken vallen tegen, maar op andere plaatsen vond ik het gemakkelijker om me te verbinden met de gebeurtenissen van toen.
Wellicht ga ik er nog een keer naar toe: Ik heb Passendaal nog niet bezocht, waar de grote veldslag van 1917 uitgevochten werd. Ik wil graag de herdenking met de Last Post in Ieper een keertje bijwonen, en heb ook het museum in de IJzertoren nog op mijn program staan.


zaterdag 20 augustus 2016

Boek: Living on the Edge: Quantum Biology - McFadden & Al-Khalili

De trek van dieren boeide me al toen ik een basisschool leerling was: hoe is het mogelijk dat een rode zalm vanuit de binnenlanden van Alaska naar de oceaan zwemt, en later naar dezelfde rivierarm terugkeert om er kuit te schieten ?
Tijdens mijn afstudeeronderzoek werd ik begeleid door de briljante Amerikaanse fysicus William Bialek die zich gespecialiseerd had in quantumeffecten in de biologie: Allerlei biologische processen blijken pas goed te begrijpen wanneer die met behulp van de quantummechanica ontleed worden. Ook dit fascineerde me.

Migratiepaden van Duitse roodborstjes
In het boek Living on the Edge: the coming of age of quantum biology van Johnjoe McFadden en Jim Al-Khalili worden hier een aantal fraaie voorbeelden van gegeven.
Zo blijken  roodborstjes bij hun migratie van Scandinavië naar Marokko een bijzonder gevoelig quantumkompas te gebruiken.
Stap voor stap wordt verslag gedaan van de speurtocht naar de werking er van. Het begint in de jaren '60 van de vorige eeuw met gedragsexperimenten met roodborstjes. Ornithologen weten met veel geduld vast te stellen dat roodborstjes het aardmagnetisch veld op een of andere manier "zien", Het is echter niet duidelijk hoe dat in zijn werk gaat.

Roodborstjes blijken het aardmagnetisch veld met hun rechteroog waar te nemen
Een belangrijke vraag is hoe de chemische reacties die nodig zijn voor de waarneming worden opgestart. Een biofysicus oppert de mogelijkheid dat de aanjager quantumverstrengeling kan zijn: een voor alledaagse begrippen wonderlijk fenomeen dat zich diep in de subatomaire wereld afspeelt. Uit zijn berekeningen blijkt dat het aardmagnetisch veld van invloed is op deze quantumverstrengeling en het als een soort chemische schakelaar laat werken. Door verder onderzoek ontdekte men dat een eiwit in het oog van het roodborstje dit gedrag vertoont. Roodborstjes kunnen het aardmagnetisch veld dus "zien".
Het quantumkompas van het roodborstje levert verbluffende prestaties: in laboratoriumopstellingen moet gekoeld worden tot - 180 graden C om quantumverstrengeling gedurende enkele microseconden tot stand te brengen. Het roodborstje doet dat bij kamertemperatuur gedurende 10-20 milliseconden, duizenden keren zo lang....

Quantumverstrengeling meten in Delft
Op het eind van het boek wagen de schrijvers zich aan een lastig onderwerp: hoe werkt onze geest, speelt quantummechanica daar ook een rol ? Hier wordt de analyse speculatief, en de schrijvers zijn daar eerlijk over.

Ik krijg hier het meest last van de populaire opvatting, breed gedragen door veel wetenschappers en ook door de schrijvers van dit boek, dat er geen verschil is tussen geest en stof. In dit reductionistische  wereldbeeld (wiki) zijn alle verschijnselen herleidbaar tot fysische en chemische processen. Het wetenschapsfilosofische debat hier over is al heel oud: dualisten staan tegenover monisten, en het materiële reductionisme van veel wetenschappers is een expressie van het laatste.

Een vijftal jaren geleden laaide de discussie weer op naar aanleiding van het boek Wij zijn ons brein van neuroloog Dick Swaab, zie hier een  kritische reactie van het Filosofisch Magazine.
Ik heb me altijd tot de dualisten gerekend, en Life on the Edge brengt daar geen verandering in.
De afgelopen weken lees ik een bundel essays van Marilynne Robinson The Givennes of Things. In het essay Givennes analyseert ze religieuze ervaringen en emoties, en komt terecht bij de vraag naar de aard van ons bewustzijn. Ze geeft een aardig voorbeeld (p79), en ik heb er meerdere varianten van gezien, van de rariteit van het terugbrengen van bewustzijn, emoties, en betekenisgeving tot enkel hersenactiviteit:
"If you happenen to have a thousand-dollar bill, and I told you it was in fact a slip of paper with the image of Grover Cleveland printed on it, you would not accept this as true in any important sense, no matter how true it might be in the impossible absence of history, culture, and the rest" (cursief van mij). 




maandag 8 augustus 2016

Boek: The Power Broker - Robert Caro

Dit is de gezaghebbende biografie van Robert Moses, geschreven door Robert Caro en gepubliceerd in 1974. Eerlijk gezegd was Robert Moses me totaal onbekend. Maar na het lezen van dit boek heb je de man leren kennen. Het lezen van dit boek is zeer verslavend. Het is niet alleen maar een biografie, het is veel meer een meeslepend relaas over macht: hoe verkrijg je het, hoe behoud je het, en hoe word je er uiteindelijk door gecorrumpeerd.

Macchiavelli zal goedkeurend hebben toegekeken hoe Robert Moses stap voor stap een ongekende machtspositie opbouwt en gedurende ruim dertig jaren weet te handhaven: hij is de ongekroonde koning en de ongekozen planner en bestuurder van alle publieke werken in de stad New York van 1930 - 1960. Gouverneurs en burgermeesters moeten buigen voor zijn macht, en Robert Moses bouwt bruggen, autowegen, parken, energiecentrales, en vele andere bouwwerken zoals hij ze bouwen wil.
.
Robert Moses bij een maquette van de Battery Bridge
Robert Moses groeit op in een rijk seculier Joods gezin. Hij krijgt een uitstekende opleiding en studeert politieke wetenschappen aan Yale University. Hij is een idealist en sluit zich aan bij de reformbeweging in New York City die de corruptie in het ambtenarenapparaat wil bestrijden.
Hij wordt opgemerkt door Al Smith, de gouverneur van New York State en treedt in zijn dienst. Onder zijn bescherming begint Robert Moses aan het opbouwen van zijn machtspositie. Dat doet hij eerst als voorzitter van de Long Island State Park Commission: hij bouwt parken en wegen op Long Island. Tienduizenden New Yorkers moeten er van de natuur kunnen genieten. Al gauw na opening van de voorzieningen ontstaan er files op de nieuwe rondwegen en zijn de stranden op Long Island tjokvol. Dit zal zich nog vele malen herhalen: elke nieuwe snelweg en elke nieuwe brug lijkt alleen maar meer autoverkeer op te roepen.

Het voorzitterschap van de Triborough Bridge Authority wordt het belangrijkste machtsmiddel voor Robert Moses.
Dergelijke public authorities bestonden al langer. Ze werden in het leven geroepen door overheidsinstanties zoals een stadsbestuur.Het doel ervan is om publieke infrastructuur te realiseren en te onderhouden. Een public authority mag tol heffen, aandelen uitgeven, eigen personeel aannemen en eigen regelgeving voorschrijven.
Door onopvallende maar wel essentiële wijzigingen en toevoegingen in de statuten slaagde Moses erin voor onbepaalde tijd het voorzitterschap naar zich toe te trekken. Ook wist hij de normale procedure van het zo snel mogelijk afbetalen van de leningen door de tolgelden te omzeilen en de opbrengst ervan - vele tientallen miljoenen dollars per jaar - aan te  wenden voor de uitgifte van aandelen. Met de opbrengst daarvan - honderden miljoenen dollars- financierde hij zijn immense bouwprojecten: nieuwe bruggen en rondwegen die vervolgens weer nieuwe tolgelden opbrachten....

De Verrazano Narrows bridge uit 1964, de langste hangbrug in de VS
Een tweede belangrijke machtsmiddel was de pers. Robert Moses onderhield goede banden met de belangrijkste spelers in de wereld van kranten, radio, en de toen opkomende tv-kanalen. De journalisten en media tycoons waren hem over het algemeen goed gezind, en Robert Moses wist hoe hij hen te vriend moest houden. De tolgelden en de opbrengsten van de aandelenverkoop werden niet alleen besteed aan steen, staal, en asfalt, maar ook aan luxueuze diners, dure cadeaus, en andere vriendendiensten.
In conflictsituaties wist Robert Moses bestuurlijke zwaargewichten in het gareel te krijgen door hen te dreigen met negatieve berichtgeving in de media over hun tegenwerking van zijn plannen. Dat zou hen politiek kunnen beschadigen of hun carrière zelfs kunnen ruïneren. Vaak was een dreigend telefoontje al genoeg om de tegenstand te breken.
Zo nodig gebruikte Robert Moses laster en zelfs leugens om zijn tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen.

Robert Caro beschrijft uitvoerig hoe Robert Moses zich ontwikkelt van een idealist in zijn jonge jaren, tot iemand die leert hoe je politieke en bestuurlijke macht gebruikt om doelen te bereiken - wegen en bruggen bij Robert Moses. Uiteindelijk werkt de macht verslavend en is het niet langer meer een middel, maar een doel. Elke tegenstander met meer macht, en zeker met minder macht, moet verslagen en vernietigd worden.
Robert Caro maakt duidelijk dat deze macchiavellistische trekken van Robert Moses niet alleen bepalend zijn geweest voor zijn succes. Robert Moses was ook iemand die decennia lang een stempel wist te drukken op de wijze van stadsvernieuwing. Zo was hij een sterk voorstander van een grootschalig systeem van autowegen, en geloofde hij totaal niet in het nut van openbaar vervoer.
Daarnaast was Robert Moses het prototype van getting things done: hij wist de meest ingewikkelde infrastructuurprojecten tot een een goed einde te brengen. Vrije tijd kende hij nauwelijks, en van zijn ondergeschikten - en dat werden er tienduizenden - eiste hij dezelfde prestatiedrang, ten koste van een privé leven.
Uit de gehele USA kwamen stadsbesturen en stedenbouwkundigen naar New York om het succes van Robert Moses te doorgronden.

Uiteindelijk brokkelde het imperium van Robert Moses af. Zijn planologische visie werd meer en meer als achterhaald beschouwd: er kwam meer aandacht voor kleinschaligheid, en andere ideeën over de ruimte voor de stadsbewoner en het belang van goed openbaar vervoer.
Daarnaast vertilde Moses zich aan een aantal politiek geladen projecten waardoor zijn vijanden machtiger werden en de pers hem de rug begon toe te keren.
De laatste jaren van zijn leven wijdde hij zich aan de hobby van zijn leven: zwemmen en de zwemsport. Op 92-jarige leeftijd overleed hij na een hartaanval.

vrijdag 25 maart 2016

Wel of niet stemmen op 6 april ?

Ik ben er uit: ik ga ja stemmen: ik ben vòòr het Associatieverdrag. De opportunistische keus om om acht uur 's avonds te kijken of de kiesdrempel van 30 % gehaald wordt, en dan zo nodig nog gauw  ja gaan stemmen.... nee, dat past me ook niet.
Of ik het verdrag ook gelezen heb ? Nou nee,  maar wat geeft dat ? Er is immers goed over nagedacht door mensen die ik mijn vertrouwen en mandaat heb gegeven  ? Veel nee stemmers zullen het ook niet gelezen hebben.
Ik spreek hiermee mijn vertrouwen uit in de vertegenwoordigende democratie, de tegenstanders uiten veelal hun afkeer van een politiek systeem dat het hunne niet meer is. NRC hoofdredacteur Hans Nijenhuis beschrijft een alleraardigste dialoog tussen een ja en een nee stemmer. Daar uit blijkt wel waar de echte discussie over gaat: vertrouwen we onze democratie en onze volksvertegenwoordigers nog ?

Laat ik eerlijk zijn: ondanks mijn afkeer van dit misbruik van het raadgevend referendum en mijn diepe minachting voor alles wat te maken heeft met GeenStijl : het levert wel een scherp debat op over de fundamentele problemen in onze samenleving. Veel mensen die je anders niet zult horen laten nu van zich weten. En daar gaat "democratie" natuurlijk wel over: one man, one vote, voor rijk en arm, volks of elite. Voor deze erkentelijkheid wil ik toch een zeer kleine veer op de hoed van Jan Roos steken.

Als vertrouwen, of scherper: gebrek aan vertrouwen het echte onderwerp is - en dat vind ik - dan moeten we het daar over hebben.
Ik heb als hoogopgeleide met een goede baan geen sores. Maar wat als je geen baan hebt, of alleen tijdelijke wurgcontracten krijg voorgeschoteld ? Wat als je geen huis kunt kopen omdat de bank je geen hypotheek wil geven ? Wat als je buurt multi-culti wordt, en je je niet meer op je gemak of zelfs niet meer veilig voelt ? Wat als je je een slag in de rondte werkt om geld te verdienen, je oude moeke te helpen die geen goede zorg meer krijgt, en je haast geen tijd meer hebt voor je kinderen ? Je wordt bozer en bozer, of je verzuurt, of je stopt gewoon te geloven in met elkaar kunnen we het beter maken.

En daar moeten we volgens mij nou juist gaan beginnen. Daar ga ik aan de slag: in mijn eigen buurt steek ik de handen uit de mouwen en stop een groot deel van mijn vrije tijd in met elkaar kunnen we het beter maken. Ik ga dingen doen waar ik talenten voor gekregen heb, en heb er tussen haakjes ook gewoon plezier in. Ik help mee met lokale besturen van goede doelen clubs, en probeer mensen te verbinden. Daar geloof ik in.

Het gaat om trust building, zo'n mooie Amerikaanse term waar we geen goede Nederlandse uitdrukking voor hebben. Vertrouwen in de samenleving ontstaat en groeit door in actie te komen. Met welke kwaliteiten staat hier in een handig "deugdenlijstje".

  1. integriteit
  2. vakkundigheid
  3. invoelingsvermogen
  4. betrouwbaarheid
  5. vriendelijkheid
En dan hoop ik maar dat er ook mensen zijn die visie hebben voor de macro verbanden: nationaal en Europees. Want met alleen lokale initiatieven komen we er natuurlijk ook niet. Mogelijkheden genoeg, en voor elk wat wils.

zaterdag 27 februari 2016

Moestuin - februari 2016

Het kan nog gaan winteren, maar meestal begin ik in februari wel met allerlei voorbereidingen voor het nieuwe jaar.
In oktober vorig jaar heb ik de groentebedden bedekt met een dikke laag van mest en compost. Die heb ik nu weggehaald. Op diverse plekken zitten er regenwormen onder. Heel goed, dat betekent dat mijn keus voor niet spitten vruchten begint af te werpen. Die methode ga ik nu voor het derde jaar toepassen.
In het vroege voorjaar haal ik de mulch-met-veel-mest weg en strooi dan eerst kalk. Deze keer goed getimed: de afgelopen dagen heeft het langdurig geregend zodat de kalk goed kan oplossen. Ik ben ook van plan om weer eens een pH- en mineralenmeting te laten doen, de vorige keer is al wel zo'n 10 jaar geleden. Toen was de grond erg verzuurd, maar of dat na jaren van trouw kalk strooien nog zo is....
Over enkele weken woel ik de grond een beetje los, en doe dan op de meeste bedden de zomermulch zonder mest. Dat is wel zo fris. Voor spinazie is een mulchlaag onhandig, dus laat ik altijd ergens een hoekje over zonder mulch.
En tot slot gaan in februari de tuinbonen nog de grond in: wie tuinbonen wil eten moet februari niet vergeten.
Kalkkorrels gestrooid op de groentebedden
Een andere februari activiteit is snoeien. Daar heb ik al met al toch wel 3 à 4 dagdelen voor nodig. De bramen en de frambozen heb ik begin januari al teruggesnoeid. Nu is het de beurt aan de fruitbomen en aan de bessenstruiken. Op de foto hier onder is goed zichtbaar hoe vorig jaar de appelboom alleen maar waterloten heeft gezet. Dat had waarschijnlijk te maken met de zeer forse snoei in het begin van 2015. Ik heb nu meer takken laten zitten en ben benieuwd welk resultaat dat heeft.

Appelboom voor het snoeien
En na het snoeien
Al enkele jaren is de opbrengst van de fruitbomen minimaal. Er vindt weinig vruchtvorming plaats, wat te maken kan hebben met niet goed functionerende bestuiving. We wonen in een open gebied en ik vraag me af of er genoeg insecten zijn voor de bestuiving. Bijen zijn in ieder geval niet in de buurt.
Misschien is dat wel een aardig experiment: tijdens de bloei een bijenvolk plaatsen.

De knoppen in de perenbomen botten al uit
Vandaag heb ik ook de bessenstruiken gesnoeid. Eén zwarte bessenstruik heb ik gerooid. Van een andere struik heb ik een scheut met een eigen wortelkluit genomen en die op de lege plek geplant, zie de foto hier onder. En nu maar kijken of die goed aanslaat !

Rechtsonder de nieuw geplante zwarte bessen scheut
Tot slot moet dan nog de kas worden klaargemaakt. Die ziet er na een aantal eenzame maanden niet blij uit. Er is een hoek uit een raam gebroken boven in de kas. Dat heeft voor lekkage gezorgd, zoals op de betonnen vloer te zien is.
De verdorde hoge planten zijn paprika's. Enkele dappere slaplanten zijn toch maar blijven doorgroeien zodat er nog een klein beetje groen is. De twee druivenplanten heb ik inmiddels al gesnoeid.
De kas na de winter
Ik zal wel een aantal uren nodig hebben om de kas helemaal leeg te halen en schoon te spuiten. Dan ververs ik ook de aarde in de bakken. Niet volledig: ik mix de helft van de oude aarde met nieuwe. En dan is het wachten op april: dan heeft de marktkoopman weer plantjes.

maandag 22 februari 2016

Boek: The Sense of an Ending - Julian Barnes

Als verjaardagscadeau kreeg ik deze novelle, geschreven door de mij onbekende Julian Barnes. Het boek heeft in 2011 de Man Booker Prize gewonnen, de meest prestigieuze onderscheiding in de UK. Het is niet zijn eerste prijs: al in in 1981 ontvangt hij de Somerset Maugham Award, en vele andere prijzen volgden in de loop der jaren.

Julian Barnes was gehuwd met Pat Kavanagh. Ze overleed in 2008 aan een hersentumor. In zijn boek Levels of Life uit 2013 staan deze ontroerende zinnen over zijn verdriet: You put together two people who have not been put together before.... Sometimes it works, and something new is made, and the world is changed.... I was thirty-two when we met, sixty-two when she died. The heart of my life, the life of my heart.


 The sense of an ending  is een boek om meerdere keren te lezen. De eerste keer omdat het gemakkelijk leest en het verhaal boeiend is. Maar voortdurend kom je diepere lagen tegen, waar je eigenlijk even zou moeten stoppen om een gedachte dieper tot je te laten doordringen. Daarom ga ik het zeker een tweede keer lezen, maar dan met meer tijd voor "mediterend lezen": In dit verhaal zit veel levenswijsheid verstopt in prachtige compacte zinnen.

De hoofdpersoon Tony Webster vertelt over zijn studentenjaren en zijn eerste liefdeservaringen. Hij heeft een vriendengroep. De meest bijzondere in dat gezelschap is Adrian Finn. Adrian is de onafhankelijke denker, het groepslid dat tegelijkertijd zijn eigen weg gaat, iemand tegen wie je opkijkt. Hij heeft een onafhankelijk oordeel en een scherpe geest.
Tony heeft een affaire met Veronica Ford. Nadat ze enige maanden bij elkaar zijn gaat hij een weekend mee naar het ouderlijk huis van Veronica. Het is een onaangename ervaring voor hem. Veronica houdt hem de eerste dag op afstand, alsof hij een vreemde is. Haar vader en broer lijken neer te kijken op hem. Alleen met de moeder is er toenadering. Ze waarschuwt hem voor Veronica: Geef haar niet te veel ruimte !
Een week later introduceert hij Veronica met veel bravoure in zijn vriendengroep. Ze gaan een jaar met elkaar om. De relatie ontwikkelt zich niet. Veronica wil geen sex en Tony weet geen uiting te geven aan zijn gevoelens. Als Veronica hem vraagt waar het naar toe moet met hun twee ontwijkt Tony haar rechtstreekse vragen. Hij beseft daarna dat hun relatie ten einde is. Vreemd genoeg gaan ze daarna nog een keer met elkaar naar bed. Tony weet dan zeker dat hij niet verder met haar wil. Veronica is woedend en zegt dat hij haar dus verkracht heeft.
Tony maakt zijn studie af. Halverwege dat jaar laat Adrian Finn hem weten dat hij een relatie heef met Veronica.
Tony trekt een aantal maanden door de Verenigde Staten en komt daar Annie tegen. Ze reizen samen, worden geliefden, en nemen zonder veel moeite weer afscheid. Tony is verbaasd dat een relatie zo goed en tegelijkertijd zo vrijblijvend kan zijn.
Als hij terugkomt hoort hij dat Adrian Finn zelfmoord gepleegd heeft. Hij heeft een filosofische afscheidsbrief geschreven waarin hij uiteenzet waarom hij zelfmoord pleegt.

In het tweede deel van het verhaal is Tony inmiddels gepensioneerd. Hij is gescheiden maar onderhoudt wel goede vriendschapsbanden met zijn ex Margaret. Er begint nu een prachtig deel van het verhaal waarin Tony terug moet blikken op zijn studentenjaren en zijn relatie met Adrian en met Veronica.

Dit is een boek over oud worden en over herinneringen. Wat weet je van vroeger, en kloppen die herinneringen ? Je baseert je zelfbeeld mede op wie je eerst was en hoe je je ontwikkeld hebt, maar als die herinneringen nu niet blijken te kloppen ? Wie ben je dan precies ? Wat gebeurde er toen hij met Veronica was, en waarom ging Margaret bij hem weg ? Wat was dan hun liefde ? Hij ging bij Veronica weg, en Margaret bij hem. Maar had het anders kunnen lopen? En steeds maar weer die prangende vraag: Hoe verliepen de gebeurtenissen toen ?  En welke rol speelde hij erin ? Schaamt hij zich, heeft hij spijt ?

Eén citaat nog, over dat Engelse woord remorse wat we zouden vertalen met wroeging:

And no, it wasn't shame I now felt,or guilt, but something rarer in my life and stronger than both: remorse. A feeling which is more complicated, curdled, and primeval. Whose chief characteristic is that nothing can be done about it: too much time has passed, too much damage has been done, for amends to be made.  





woensdag 10 februari 2016

Veertigdagentijd - de start

Vandaag begint de Veertigdagentijd: ruim zes weken om te onderzoeken waar je staat en om je koers zo nodig te verleggen. Hoe stevig zijn mijn diepste overtuigingen ? Zit ik op de goede weg, met mijn keus voor of juist tegen God ?
Daar gaat het ten diepste om in deze weken: Hoe is God aanwezig in mijn dagelijkse handel en wandel, en ben ik daar tevreden mee ? Of je nou gelovig, of onverschillig, of atheïst bent: dit zijn de weken om de belangrijke vragen aan je religieuze ik te stellen.

In de Veertigdagentijd richt je je op één persoon: Jezus. Je moet nu van Hem willen horen, anders kun je beter gewoon doorleven en dooreten en druk blijven doen.
Van Jezus horen, zijn verhaal vernemen: dat kan alleen door de getuigenverslagen van de evangelie schrijvers. En wil je die dan geloven ? Zo moet je er wel in gaan zitten: Geef het verhaal zijn eigen kans, net zoals je andere historische verslagen gelooft en vertrouwt. "Want om bij God te kunnen komen, moet je geloven dat God bestaat. En dat hij je zal belonen als je hem echt zoekt". .....

Dit zijn  mooie woorden, maar wat doe je dan in die veertigdagentijd ?

Dat moet ik zelf ook steeds weer ontdekken. Het gebeurt maar zo dat gewoonte en sleur toeslaan, het gaat niet vanzelf. Het helpt om plannen te maken voor de drie dagelijkse routines van de veertigdagentijd: bidden, eenvoudig leven, en hulp bieden.

Bidden doe ik vooral 's ochtends: dan heb ik mijn dagelijkse stille tijd, lees in de bijbel, en bid. Al enkele jaren doe ik mee met de gebedsretraite van de Jezuïeten. In de veertigdagentijd sturen ze elke dag een e-mail met lezingen en toelichtingen. Ook kun je als groep meedoen. Ik houd van hun manier van bijbellezen: heel persoonlijk, met een sterke focus op Jezus en het volgen van Hem.

Eenvoudig leven betekent voor mij zeker het "loslaten van een aantal pleziertjes". Maar dat zijn maar middelen voor iets belangrijkers, namelijk ontvankelijk worden voor de stem van God. Je "hoort" beter wanneer je je niet druk maakt over dagelijkse zaken en je er op vertrouwt dat je best zonder eten, zonder alcohol, of zonder social media kunt overleven.

Straatkrantverkoper Marc geeft de daklozenkrant aan de Paus
Invulling geven aan het hulp bieden vind ik het lastigst. Paus Franciscus zei in een toespraak in Amerika hier het volgende over:
Fasting should "exercise the heart" in order to recognize what is absolutely essential and teach one how to share with others. It is a sign of becoming aware of and taking responsibility for injustice and oppression, especially of the poor and the least.
Mooi gezegd, maar moet ik nu naar Amsterdam of Den Haag gaan en in een arme wijk de kanslozen gaan helpen ? Of is een AZC vol met vluchtelingen een betere plek ? Of kan ik deze weken juist het beste gebruiken om goed te luisteren en te overwegen of ik wel de goede dingen doe ?