zondag 15 maart 2015

Doodsheid in de 40d

We zijn al weer halverwege de veertigdagentijd. Weken van versobering en vernieuwing van je geloof.  Een tijd van extra focus op bidden en delen. Spannende weken: wat heeft God me te zeggen: in de lezingen, als ik bid, via vrienden ?
In de gebedsbrief die ik in deze weken gebruik, de 40-dagenretraite  wordt geschreven over een ervaring die elke christen wel herkent: Ik wil niet, heb geen zin,  mijn bidden lijkt tevergeefs: hoort God me wel ? 
In de gebedsbrief kwam ik een praktisch advies tegen,  dat me geholpen heeft om met zulke gevoelens om te gaan. Ik vind het de moeite waard om het in zijn geheel over te nemen.



Ieder die trouw probeert te bidden, zal niet alleen vertroosting ervaren, maar ook het tegendeel. Dorheid, duisternis, verwarring, onrust, zich aangetrokken voelen tot lage en minderwaardige dingen; of ook een innerlijke leegte, saaiheid, volledig gebrek aan concentratie. De eerste raad in deze situatie is heel moeilijk, nl. niet opgeven en zelfs niet de gebedstijd inkorten. Die raad gaat lijnrecht tegen mijn gevoelens in. Want wat ik ervaar is nu precies dat het allemaal geen zin heeft! En dan toch trouw blijven!! Dat is echt heel moeilijk. Maar ook heel wezenlijk.
  1. Ben ik misschien te moe? Dan moet ik voor het gebed eerst wat uitrusten, anders is het vechten tegen de bierkaai.
  2. Kan het zijn, dat ik God iets weiger, wat Hij duidelijk van mij verlangt? Daar hoef ik echt niet lang over na te denken, want ik weet heel goed dat ik een bepaald iets moet doen of juist niet moet doen. Dat is mij duidelijk bewust. Maar ik wil niet. Ik luister niet naar mijn geweten, ofschoon het duidelijk spreekt. Dan zegt God: als je niet wilt doen, wat ik wil, dan ga je gang, maar dan wel zonder Mij. En dat is dan dorheid, innerlijke leegte.
  3. Kan het zijn, dat ik in mijn bidden nonchalant en slordig geworden ben. Ik doe het nog wel, maar ik loop er wel de kantjes van af. Het is echt maar half werk. En dan zegt God, OK, als je zo wilt bidden, dan doe dat maar, maar dan wel zonder Mij. Daar laat IK me niet op in. En dat is dan weer de ervaring van grote leegte.
  4. Het kan ook zijn, dat God de rank aan de wijnstok die goede vrucht draagt bij-snoeit, opdat hij meer vrucht draagt. Dan is er met mij niets mis; integendeel, dan ben ik echt in Gods hand. Maar God wil de vruchtbaarheid nog verhogen, en mijn vereniging met Hem nog verdiepen en versterken. En daarvoor is snoeien nodig. Maar dat doet wel pijn. Toch is het goed. Mijn opgave is het: het uit te houden en trouw te blijven.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten