maandag 7 oktober 2013

EU-Veluwnaar en Geert Mak


Geert Mak heeft op zondagmiddag 22 september de 24e Abel Herzberg lezing gehouden, vanuit de Rode Hoed in Amsterdam. Ik heb zijn toespraak gelezen in Trouw, en was er meteen weg van. Wat kan die man al vertellend analyseren, en zijn visie en argumenten als een verhaal vertellen ! Hij verwoordde heel precies de redenen voor mijn aarzelingen bij Europa: Telt mijn buurt, en mijn dorp, en de mensen met wie ik er samenleef, mee in in dat verre en technocratische  Europese Parlement in Brussel ? Waarvoor zijn die pietluttige regeltjes die het ondernemen soms zo stroperig maken,  nodig ? Met mijn verstand en overtuiging ben ik pro-Europa, maar het hart stribbelt regelmatig tegen. Ik geef hierna een samenvatting van zijn lezing:

Geert Mak in de Rode Hoed
De lezing van Geert Mak heeft de titel Erken de behoefte van mensen aan thuis. Hij begint te vertellen over zijn vertrek uit Jorwerd, en wat dat met hem en zijn vrouw deed. De bekende wereld van alledag, waarin je de mensen en hun verhalen kent en een geschiedenis met elkaar deelt, is plotsklaps weg. Je moet opnieuw beginnen.
Dat brengt Geert Mak bij het centrale begrippenpaar van de lezing: plaats en ruimte. Hij omschrijft ze het als volgt: "plaats" is waar we ons thuis voelen, waar traditie en omgangsvormen voorspelbaarheid, orde en veiligheid bieden, waar oude en nieuwe verhalen samenbinden, waar een gezamenlijk doorleefde geschiedenis vertrouwen biedt voor een gezamenlijke toekomst."Ruimte" staat daarentegen voor dynamiek, voor mogelijkheden, voor lucht en vrijheid, maar ook voor de risico’s en de wanorde die onvermijdelijk is bij het bewandelen van nieuwe, ongebaande wegen.

Hiermee gaat Geert Mak het Europese eenwordingsproces analyseren. Daarin onderscheidt hij fasen. Allereerst was ruimte van belang: de EU groeide, het ene na het andere land werd toegelaten, de Euro werd ingevoerd, en een bestuurlijk kader werd ontwikkeld. Nu is er een omslagpunt bereikt. De goodwill van veel burgers is tanende. Er is behoefte aan kleinschaligheid, overzichtelijkheid, en veiligheid. Noord-Europeanen kijken argwanend naar Zuid-Europeanen. De bereidheid in het Noorden om steeds opnieuw grote hoeveelheden belastinggeld in de Griekse economie te pompen, is tanende. Geert Mak duidt dit negatief: het is vernietiging van de hoop en de verwachting om gezamenlijk de problemen op te lossen. Het ontneemt een complete generatie jonge mensen alle besef van trots en zelfrespect. Op allerlei gebieden trekken landen zich terug binnen hun eigen nationale grenzen. Het evenwicht tussen ruimte en plaats was zelden zo ver uit beeld.

De vraag is of het revitaliseren van de natiestaat een goede keus is. Geert Mak geeft een scherpe analyse van de onmogelijkheid van die keus. Of we willen of niet, de zaken die geregeld moeten worden zijn al jaren lang natie-overstijgend. We ontkomen er niet aan om met elkaar afspraken te maken op Europees niveau. Er is echter wel veel ergernis te voorkomen door de wet- en regelgeving niet in allerlei details te laten verzanden.
Hoe kan de balans tussen ruimte en plaats worden hersteld ? Het advies is om naar de Amerikaanse aanpak te kijken. Daar wordt ook veel meer aan de afzonderlijke staten overgelaten. Het is nodig om het geweld van Brussel in te tomen en meer erkenning te geven aan de menselijke behoefte aan plaats. Dat thema hoeft niet aan reactionair rechts te worden overgelaten. Een tweede maatregel is om meer gebruik te maken van de vele lokale initiatieven die er te vinden zijn. Nieuwe bedrijfsmodellen worden ontwikkeld om lokaal bedrijfsleven, overheid, en burgers te verbinden. Denk aan de vele duurzame energie coöperaties die momenteel als paddestoelen uit de grond schieten.
De slotopmerking van de lezing: geen gemeenschap zonder veiligheid, zelfbeschikking en solidariteit, en tegelijk geen gemeenschap zonder verbeelding. Geen Jorwerd zonder Brussel. Maar tegelijk: geen Brussel zonder Jorwerd.


dinsdag 1 oktober 2013

Boek: De Big Data Revolutie

Heb je online je weekendhuisje opgezocht, vind je wekenlang nog allerlei vakantie-aanbiedingen in je Google scherm. Alsof je favoriete hulpje alles van je onthoudt.... En dat is ook zo. Google legt al je handelingen op het Web vast en bouwt zo een nauwkeurig profiel van je op. En Google doet dat niet alleen. Iedereen doet het.

Met elkaar produceren we enorme hoeveelheden gegevens: op het Web, bij telecombedrijven, op bewakingscamera's, als we boodschappen doen bij de AH, of bij onderzoeken in het ziekenhuis. En voor het eerst kunnen we al die gegevens benutten, want onze computers zijn sneller en kunnen meer gegevens onthouden dan ooit te voren. Welkom: Big Data !

Google rekencentrum
Victor Mayer Schönberger, hoogleraar aan het Oxford Internet Institute, en Kenneth Cukier, journalist van the Economist, schreven een goed leesbaar boek over Big Data, met als ondertitel: Hoe de data-explosie al onze vragen gaat beantwoorden. Als dat geen groot vertrouwen in technologie is...

Hun boek begint met het inmiddels bekende voorbeeld van de griep-voorspelling die Google in 2009 in de VS kon doen door slim gebruik te maken van de door hun vastgelegde gegevens. Google legt alle zoekopdrachten vast, dus ook de tientallen miljoenen zoektermen die door Amerikanen in die periode zijn ingetikt.
Bij de eerste poging probeerden de Google-wetenschappers verbanden te leggen tussen zoektermen als "medicijn", "hoest", of koorts", en de officiële historische gegevens over de verspreiding van griep in de VS in voorgaande jaren. Dit leverde magere resultaten op. Daarom gooiden ze het roer om en gingen op zoek naar alle mogelijke zoektermen met een hoge correlatie met de verspreiding van de griep. Ook testten ze vele miljoenen statistische modellen. Uiteindelijk vonden ze 45 zoektermen die, gecombineerd met een bepaald statistisch model, een zeer sterke correlatie bleken te hebben met de historische gegevens. Daarna kon het model worden gebruikt met actuele zoektermen en bleek het sneller en gedetailleerder dan de overheidsinstanties de verspreiding van de griep te voorspellen..

Big data analyse is anders dan de data-mining technieken die we tot voor kort gebruikten.
Allereerst is er de grote rekenkracht en opslagcapaciteit van de huidige generatie computers. Dit maakt het mogelijk om in plaats van met steekproeven met alle beschikbare gegevens te werken.
Een tweede belangrijke ontwikkeling is het gebruik van statistische correlaties tussen grootheden. Door naar correlaties te zoeken in alle beschikbare gegevens kunnen verbanden worden opgespoord die met de steekproef-methode niet boven water komen.

De mogelijkheid om enorme hoeveelheden gegevens op correlaties te doorzoeken, leidt er toe dat er meer en meer wordt vastgelegd. Niet alleen het surfgedrag of koopgedrag van mensen is interessant. Omdat sensoren steeds goedkoper worden, worden ze steeds vaker ingebouwd en gebruikt om het functioneren van techniek of het menselijk lichaam vast te leggen. Dit noemen de schrijvers dataficatie. Abstract geformuleerd: informatie over objecten en handelingen met en door objecten leggen we nu vast, want misschien kan er economische waarde uit gehaald worden.

Dit alles roept serieuze vragen op. De schrijvers behandelen er een aantal:
  • Privacy: Onze privacy wordt onder zware druk gezet door de Big Data revolutie. En nog ontmoedigender: het is niet eenvoudig om in de huidige samenleving daar aan te ontkomen. Het verzamelen van gegevens gebeurt op zoveel momenten en op zoveel manieren dat het heel moeilijk is om daar invloed op uit te oefenen. Wie stopt met het gebruik van internet, doet de smartphone uit, en vermijdt supermarkten, de winkelstraat, en het ziekenhuis
  • Kennisvergaring. We zijn in het dagelijks leven sterk ingericht op causaliteit, oorzaak en gevolg. Onze hersenen werken met "snelle" causaliteit wanneer ons onderbewuste op basis van zintuiglijke waarneming besluit dat er meteen gehandeld moet worden, denk aan pijnprikkels. Ook is er de "trage" causaliteit: al redenerend komen we tot oorzaak-en-gevolg redeneringen en conclusies. Bij Big Data speelt causaliteit geen rol meer. We zoeken naar correlaties en hoeven niet meer te begrijpen wat de dieperliggende oorzaken zijn. De vraag is welke gevolgen dit zal hebben voor de exacte wetenschap waar het experiment zo'n belangrijke rol speelt.
  • De toekomst. Big data zal grote gevolgen hebben voor de samenleving. Naast privacy en kennisvergaring zijn er andere belangrijke gebieden waar Big Data invloed zal gaan uitoefenen. Denk aan op Big Data gebaseerde beslissingsondersteunende systemen die worden toegepast in rechtspraak, of bij medische behandelingen. De kennis en de kunde om Big Data verder te ontwikkelen berust bij een kleine groep superexperts.

donderdag 26 september 2013

Groene fabels

Toen ik student was, discussieerden we over de melkfles. Wat is nu beter voor het milieu: een pak melk kopen en de verpakking weggooien, of melk in de fles nemen en die weer inleveren ? Bij het reinigen van de flessen wordt het milieu ook belast.... Ja, daar kwamen we natuurlijk nooit uit, en uiteindelijk gingen we de droge kelen maar smeren met een beugeltje Grolsch.


Dit akelige dilemma duikt steeds weer op. Het boek Green Illusions - the dirty secrets of clean energy and the future of environmentalism staat er vol mee.
Schrijver Ozzie Zehner is een Amerikaanse wetenschapper die in talrijke bladen publiceert over de sociale, economische, en politieke contexten van energiebeleid.
Hij heeft aan de Universiteit van Amsterdam een MSc-graad gehaald en doceert nu aan Berkeley Univeristy in Californië.

Green Illusions imponeert door zijn dwarse meningen. En die worden dan ook nog eens een keertje onderbouwd met een overweldigende hoeveelheid feitenmateriaal. Ozzie Zehner gaat niet over één nacht ijs....
Hij begint met een systematische behandeling van verschillende vormen van duurzame energiebronnen: zonne-energie, windenergie, energie uit biomassa, waterstof, "schone" steenkolen.
Van elke energiebron wordt aangegeven welke verwachtingen reëel zijn, en welke niet:
  • zonne-energie uit de Sahara of de Nevada-woestijn ? De investeringen om de stroom te transporteren zullen gigantisch zijn. De politieke stabiliteit in Afrika is twijfelachtig. De publieke opinie in de VS zal zich verzetten tegen gigantische zonneparken. Wanneer je de energie nodig voor de productie van de zonnepanelen meeneemt in de rendementsanalyse wordt het plaatje minder aantrekkelijk
  • windenergie dan ? Hier noemt Zehner de invloed van NIMBY-groeperingen (Not In My BackYard) die eindeloze procedures aanspannen tegen de aanleg van grootschalige windparken. Daarnaast weten de bestaande energieleveranciers handig te opereren door windenergie weliswaar "kleinschalig" te propageren, maar de ontstane goodwill bij de overheid te gebruiken om krachtiger stimuleringsbeleid te voorkomen. En kleine windmolentjes ? Daarvan is maar zeer de vraag of de CO2-balans tussen productie en gebruik positief uit valt.
  • Biobrandstof misschien ? Zehner laat zien welke desastreuze gevolgen de productie van biobrandstof uit mais heeft op de wereldvoedselhuishouding. En door ontbossing t.b.v. landbouwgronden voor biobrandstof in Indonesië wordt uiteindelijk meer CO2 geproduceerd.
Het verhaal van Zehner is in sterke mate toegeschreven op de Amerikaanse situatie. Dat neemt niet weg dat soortgelijke analyses ook in de Europese of de Nederlandse context gedaan kunnen worden. En dan zullen ook de Nederlandse groene fabels voor de dag komen....
De conclusie van Zehner is dat we niet radicaal genoeg zijn in onze aanpak van het energieprobleem. We blijven namelijk zoeken naar technologie-oplossingen die het ons mogelijk maken om steeds grotere hoeveelheden energie te verbruiken. Ons eigen gedrag blijft onbesproken.

In het tweede deel van Zehner's betoog komt hij met voorstellen hoe duurzaamheid beter kan landen in en geaccepteerd worden door de samenleving en het bedrijfsleven. Duurzaamheidsprojecten moeten realistisch en haalbaar zijn, ze moeten leiden tot verbeteringen van de levensstandaard, en ze moeten appelleren aan het "welbegrepen eigenbelang" van grote groepen mensen.
Hij geeft vervolgens vele voorbeelden, waarvan sommige me verrassen. Voorbeelden:
  • Vrouwenrechten. De ongebreidelde groei van de wereldbevolking moet tot staan worden gebracht. Een krachtig middel daarvoor is de wereldwijde educatie van vrouwen en het tegengaan van uitbuiting en uitsluiting van vrouwen in het democratische proces
  • Consumptie. De drang tot consumeren is enorm. Slimme marketing speelt hier handig op in, speciaal bij kinderen. Om dit te bestrijden moet de marketingmachine aan banden worden gelegd. Daarnaast moet het in de VS aantrekkelijk worden gemaakt om minder te gaan werken en meer vrijwilligerswerk te gaan doen. Daarnaast moet het verbruik van goederen (voedsel !) worden belast, in plaats van inkomsten en/of bezit te belasten.
  • Inrichting van de openbare ruimte. Amerikaanse suburbs kenmerken zich door een hoog ruimtebeslag en de noodzaak van een uitgebreid wegennet om woon-werkverkeer mogelijk te maken. Zehner pleit er voor om wonen en werken dichter bij elkaar te brengen, en het openbaar vervoer beter te ontwikkelen. Hij pleit voor "fietsbare" steden, wat zonder twijfel geïnspireerd zal zijn door zijn verblijf in Amsterdam. Dit lijkt op luchtfietserij, maar dat is ten dele waar. In Azië worden gloednieuwe megasteden ontwikkeld waar de nieuwste concepten voor duurzame inrichting een rol spelen.
Het is een genot om dit boek te lezen. Het analyseert scherp, ontmaskert, maar geeft ook richting en mogelijkheden. Het gaat over persoonlijke keuzes en gedrag, maar ook over politiek beleid over grenzen heen.
Dat dit op onverwachte plekken herkent wordt, blijkt uit de visie en de activiteiten van de World Business Council for Sustainable Development. Hierin werken CEO's van grote multinationals samen aan de ontwikkeling van een duurzame mondiale toekomstvisie. Peter Bakker, oud-topman van TNT, is er sinds 2012 President en CEO.





dinsdag 3 september 2013

Boek: Het kleine meisje van meneer Linh - Philippe Claudel

Wat is dit een prachtig verhaal ! Philippe Claudel heeft een ontroerende novelle geschreven, met een verrassend slot.
Meneer Linh arriveert in een land ver verwijderd van zijn geboortegrond. Hij heeft zijn kleindochter meegenomen. Hij is gevlucht voor het oorlogsgeweld, dat het leven heeft gekost aan zijn vrouw en kinderen. In de koude stad waar ze arriveren wordt hij ondergebracht in een opvangcentrum, samen met vele landgenoten. De traumatische gebeurtenissen van de afgelopen maanden en de weemoedige herinneringen aan het idyllische dagelijks leven in zijn dorp putten hem uit, de zorg voor zijn kleindochter houdt hem gaande.



Tijdens een wandeling ontmoet hij een oude man in een park, meneer Bark. Ze raken in gesprek. Het contact doet meneer Linh goed, en de volgende dag zoekt hij de oude man weer op in het park. Er ontwikkelt zich een vriendschapsband tussen beide mannen, die voor beiden van grote betekenis wordt.
Er komt echter een kink in de kabel wanneer meneer Linh wordt overgeplaatst naar een tehuis voor geestelijk gehandicapten. Dat grieft hem diep, en hij besluit om samen met zijn kleindochter te vluchten en zijn vriend op te zoeken. Die zal hem helpen ! De afloop hier van is dramatisch.....

Er gebeuren prachtige dingen in het verhaal:

De communicatie tussen meneer Bark en meneer Linh is moeizaam omdat ze elkanders taal niet spreken. Beiden proberen de signalen van de ander, de woorden en de gebaren, te begrijpen. Dat leidt tot komische misverstanden. Tegelijkertijd laat het op overtuigende wijze zien hoe vriendschap kan ontstaan zonder dat de woorden van de ander begrepen worden. Er is een steeds sterker wordende sympathie tussen de twee waardoor beiden hun eenzaamheid even kunnen vergeten.

Meneer Linh probeert de nieuwe wereld te begrijpen. Dat valt nog niet mee. De mensen zijn er onbeleefd, het is er koud en nat, en hij heeft niemand die hem met de dagelijkse zorgen voor zijn kleindochter helpt. Claudel weet de ontreddering van meneer Linh met fijne pen te beschrijven. Inderdaad, zo voelt het wanneer je plotseling in een andere wereld terechtkomt.

Een heerlijk boek dat je in enkele uren leest en dan met vertedering neer legt. Die meneer Linh toch.




dinsdag 27 augustus 2013

Boek: Energie door wisselwerking - Rien van Leeuwen

Rien van Leeuwen, trainer bij Ruysdael, heeft een beknopt boekje geschreven over veranderen, projectmanagement, en NLP. Het dient ter ondersteuning van de training Praktisch Projectmanagement met NLP. Mijn aandacht werd getrokken door de aankondiging: duurzaam veranderen, authentiek en geïnspireerd samenwerken, hulpbronnen optimaal benutten, ecologisch verantwoorde doelen nastreven. Als deelnemer in een denktankgroepje dat de mogelijkheden voor lokale en coöperatieve opwekking van schone energie onderzoekt, leek me dit een interessant boek.


Het blijkt van belang om de betekenis van de kernbegrippen helder voor ogen te hebben. Die worden goed gedefinieerd:
  • Het gaat over duurzaam veranderen: hulpbronnen worden optimaal benut voor het realiseren van blijvende resultaten, die passen in het grotere geheel. Daarvoor moet (menselijke) energie worden losgemaakt. Dat gebeurt door het samen te doen, vanuit een gedeelde passie.
  • Praktisch projectmanagement is een geschikte aanpak om duurzaam te veranderen. "Praktisch" is niet alleen nuttig en doelmatig. Het gaat ook over hoe we onze kennis hergebruiken en hoe we als team samenwerken en van elkaar leren. En "projectmanagement" is veel meer dan een gestructureerde werkwijze en een setje beheersmechanismen. Het is een gebeuren waarbij de projectleden gezamenlijk een verandering mee maken, zich aan het succes verbonden weten, en vanuit die inspiratie samen vorm geven aan de gewenste resultaten.
  • NLP, de afkorting van Neuro Linguïstisch Programmeren, is, kort door de bocht, een aanpak om individueel gedrag te ontwikkelen door patronen in het eigen denken of in dat van anderen te leren herkennen. Het helpt om beter te communiceren en je meer bewust te zijn van je eigen denken en voelen en dat van anderen. De wetenschappelijke basis van NLP is zwak, maar de praktische toepasbaarheid compenseert dat ruimschoots.
Om op deze wijze te kunnen veranderen, behandelt Rien van Leeuwen een referentiekader dat bestaat uit zeven thema's: Context organiseren, Fitter communiceren, Authentiek handelen, Samenwerken, Leren, Leiden, en Veranderen. Dit vormt de ruggengraat van het boek. Elk thema wordt in een afzonderlijk hoofdstuk uitgewerkt. Er worden veel praktische tips en hier en daar een oefening gegeven.
Ik wil een aantal zaken noemen die bij me opkwamen bij het lezen van dit boek.
  1. Dat we op anderen manieren samenwerken dan voorheen en dat dit dus gevolgen heeft voor de wijze waarop we projecten uitvoeren, lijkt me een goede invalshoek. Het verandertempo in het werk en in de samenleving is hoog, en de verbondenheid met de nagestreefde doelen lijkt soms omgekeerd evenredig daar mee. In dit boek wordt dit probleem aangepakt en ontleed en er worden praktische handelwijzen aangeboden hoe daar mee om te gaan. Dat is nuttig.
  2. De meest krachtige metafoor in het boek vond ik die van de bovenstroom (bewust, expliciet, beargumenteerbaar) en de onderstroom (onbewust, impliciet, intuïtief). "Klassiek" projectmanagement is sterk gericht op de bovenstroom. In dit boek wordt veel aandacht besteed aan de onderstroom. Dat is een zeer waardevolle en ook een noodzakelijke aanvulling. Was het vroeger al zo dat veel projecten mislukten doordat de betrokkenen niet mee veranderden, zeker nu is dat een groot risico in het licht van de verandermoeheid van veel mensen voor wie het allemaal veel te snel gaat. Door bewust in te gaan op "zachte" onderwerpen als bezieling, verbondenheid, en communicatie krijgt de onderstroom de behandeling die het toekomt.
  3. De toegevoegde waarde van NLP is me niet zo duidelijk geworden. Rien van Leeuwen vermeldt dat derde generatie NLP-technieken worden toegepast. Daarin is naast de individuele ontwikkeling ook aandacht voor de bredere verbanden: de sociale context, en het grotere systeem, het holistisch perspectief. Hier wordt het taalgebruik een tikkeltje abstract en pretentieus. Voor mij wint het boek aan kracht wanneer NLP veel meer "onder de motorkap" wordt meegenomen, in de gepresenteerde aanpakken. Nu roept het verwachtingen op die bij mij niet zo uit de verf komen.
  4. Dit boek is niet bepaald een page turner. Ik heb het van voor naar achteren doorgelezen en dat is een hele opgaaf, ondanks het beperkte aantal pagina's. Er zijn weinig voorbeelden en illustraties en veel "platte tekst". Het is daarom beter om het advies van Rien van Leeuwen op te volgen en er in te grasduinen. De hoofdstukken zijn goed afzonderlijk te lezen en je kunt dan je voordeel doen door datgene te lezen wat je boeit.
Ik kan dit boek van harte aanbevelen aan allen die veranderingen te weeg willen brengen, beroepsmatig of in andere verbanden, en zich afvragen waarom dat nou zo weerbarstig is. Het biedt bruikbare gereedschappen om aan de slag te gaan in de actualiteit van nu.

zaterdag 10 augustus 2013

New Wine zomerconferentie 2013

Al weer voor de achtste keer zijn we naar de New Wine zomerconferentie geweest. De week is voorbij gevlogen. Nooit eerder hadden we zulk prachtig zomerweer. En dat is goed voor de sfeer op de camping, want we zijn met elkaar natuurlijk één grote familie, daar op de Walibi evenemententerreinen bij Biddinghuizen.


In mijn vorige verslagen, van de zomerconferentie 2012, en die van 2011 heb ik al een impressie gegeven van de dingen die we daar aan het doen zijn. Het liefst noem ik het een summerschool voor christenen. Een week lang ben je met elkaar bezig met de passie die je met elkaar deelt: hulde brengen aan God en Hem beter leren kennen door te luisteren naar wat medechristenen over Hem te vertellen hebben. En dat laatste gebeurt in de keynotes in de grote samenkomsten, in de tientallen seminars 's middags, en ook tijdens de informele gesprekken die je voert.

Omdat de New Wine beweging begonnen is als vernieuwingsbeweging binnen de Anglicaanse Kerk in Engeland zijn er vaak Engelse sprekers en spreeksters op de conferentie.
Dit jaar was Mike Breen de hoofdspreker in de ochtendsamenkomsten. Hij hield een aantal toespraken over het thema  discipelschap. Een kort zinnetje van hem is voor mij de samenvatting van zijn boodschap: "discipelschap komt eerst, de kerk ontstaat dan vanzelf".


Mike Breen is in Londen begonnen met pionierswerk in de gemeentevernieuwing. In een kleine en vergrijsde parish stelde hij zich de vraag: Wat staat ons hier te doen, hoe zijn we hier present als christelijke gemeenschap die ernst maakt met de missionaire opdracht die Jezus aan zijn discipelen gaf ?
In Sheffield ontwikkelde hij de opgedane ervaringen verder, hier ontstonden de missional communities (MC's) die het hart vormen van zijn aanpak. Mike Breen doet verslag van die jaren in deze verhelderende blogpost.
Op de conferentie vertelde hij over de bedoeling en de aanpak van deze MC's. Hij heeft het uitgewerkt tot een zeer gedetailleerde methodiek met een eigen jargon. Hij heeft visualisaties in de vorm van eenvoudige meetkundige vormen ontwikkeld, zogenaamde life shapes, waarmee hij de principes rond discipelschap en leiding geven uitlegt. In deze post licht hij dat toe.

In Nederland is Rudolf Setz begonnen met pionierswerk op dit gebied. Vanuit Assen is hij Nederland Zoekt begonnen met als missie: Nederland Zoekt... gaat onderweg met plaatselijke initiatiefnemers om de boodschap van Jezus te leven en relevant te maken. In levensstijl, gemeenschappen, maatschappelijke betrokkenheid en met oog voor kwetsbare mensen.

Ik heb veel geleerd van Mike Breen, en ook bij mij is de uitdaging geland: Wat voor een discipel ben jij ? Hoe doen jullie dat in jullie lokale kerk ? Ben je bereid om een stap in het onbekende te zetten ?

Tot slot het beamerteam, mijn medewerkertaak gedurende ook al weer 7 jaren. Dit is mijn laatste jaar geweest als teamleider van het beamerteam. Gelukkig heb ik mijn taken binnen het team kunnen overdragen. En ook dit jaar hebben we weer top gedraaid. Eén van de mooiste ontwikkelingen vind ik het stijgend aandeel vrouwen in het beamerteam. Was het in de eerste jaren echt zo'n mannenkluppie, nu zijn die in de minderheid, jawel !



maandag 5 augustus 2013

Wandelvierdaagse

In maart heb ik het een en ander verteld over onze training voor de Apeldoornse Wandelvierdaagse (AW4D). Om een lang verhaal kort te maken: Eger heeft de AW4D uitgelopen, ik heb alleen op dag 4, de vrijdag, meegelopen.
Een belangrijke succesfactor is voldoende tijd voor de training. De organisatie van de AW4D heeft een goed trainingsschema op de website geplaatst. Het lukte ons in het begin goed om dat te volgen.

De eerste kink in de kabel was een lichte ontsteking van mijn rechter Achillespees, een bekende blessure bij lopers. Ik besloot er meteen een bezoek aan de fysiotherapeut aan te wagen. In het nieuwe sportcomplex De Koekoek in Vaassen, bij Fysio Fit Veenstade, kreeg ik een duidelijk advies: Helemaal niet erg, gaat vanzelf weer over, maar u moet enkele weken rust nemen, en dagelijks excentrische Achillespees oefeningen doen. Daarna kunt u uw training weer oppakken...  Die oefeningen doe je thuis op de trap: op één been staand doorzakken en je Achillespees en kuit flink belasten, omhoog komen, andere been bijhalen, en dan hetzelfde doen met het tweede been. Drie series van 15 keer voor elk been, en dat tweemaal daags. Dat heb ik nooit gehaald overigens.


Een maandje later heb ik de training weer opgepakt. Eger was bezig gebleven en liep inmiddels afstanden van 40 - 50 km. Ik ontdekte toen de tweede horde: om zulke afstanden te lopen heb je veel tijd nodig. En die kon ik niet vrijmaken. Ik heb eind mei de knoop doorgehakt en besloten om de AW4D uit mijn hoofd te zetten, maar wel te trainen voor een eendaagse van 50 km. En dat is gelukt. Eger heeft vele dagen in zijn eentje die afstand weggetippeld, en bouwde daarmee een prima wandelconditie op.

Op 9 juli was het zover. Ik heb Eger naar Sportpark Orden gebracht en 's middags weer opgehaald. De sfeer zal wel anders zijn dan in Nijmegen, waar tienmaal zoveel mensen meelopen. Dit jaar telde de AW4D zo'n 3300 deelnemers. Bij aankomst om kwart over 6 's ochtends zijn er een paar honderd wandelaars voor de 40 en de 50 km, en that's it. Kleinschalig, onder ons, knus.

Op vrijdag heb ik zelf meegewandeld. Dat is goed verlopen. we zijn geen van beiden blarenlopers, en prijzen onszelf gelukkig daarvoor. Om een uur of vier, negen en een half uur na vertrek, passeerden we de finish.
Ik heb ontzag gekregen voor de wandelaars die de 50 km AW4D uitlopen. Nogmaals proficiat Eger !


Ik heb ook een aantal dingen geleerd.
De routes gaan door prachtige natuurgebieden, merendeels over onverharde paden. Dat betekent dat je bijna steeds goed moet opletten waar je loopt. Elke stap is maatwerk, zal ik maar zeggen. En dat had ik nog niet eerder meegemaakt. Als je op asfalt loopt, kun je in een bepaalde cadans gaan lopen, zeg maar op de automatische piloot. Dat is er hier niet bij dus. Best vermoeiend.
Daarnaast wordt de 50 km in een hoog tempo gewandeld. Dat vraagt het nodige van je conditie, die dus echt op peil moet zijn.
Wat afleiding onder het wandelen kan geen kwaad. We hebben onderweg een uur lang samen op gelopen met een Vlaming die achter elkaar door vertelde over ik weet niet wat. Een heel onderhoudende man die niet terugdeinsde voor stevige stellingnames over Walen en Vlamingen. We waren maar zo een flink aantal kilometers verder.
Eten doen we met mate. Bij de tweede pleisterplaats, na 29 km,  heb ik een bak koffie gedronken. Bij de derde pleisterplaats , rond de middag, hebben we beiden een vorstelijke gehaktbal opgepeuzeld. Natuurlijk hadden we boterhammen bij ons, en vulden we regelmatig onze halveliter flesjes met water.


Ja, en dan tot slot natuurlijk het ludieke element: de gorillaman. Een wel heel bijzondere wandelaar: een gorilla met een grote rugzak waar een plastic hert aan hing, een nep jachtgeweer, een konijn, een sigaar in zijn mond, een roze biggenkop in zijn kruis, en een grote wandelstaf met een roze handtasje. Hij had een gezellige conversatie en een zeer hoog wandeltempo. Al van ver hoorde je hem aankomen, pratend met de wandelaars die hij met grote stappen passeerde. Een wel heel bijzondere prestatie, die hij een week later wilde gaan herhalen in Nijmegen.