zaterdag 20 augustus 2016

Boek: Living on the Edge: Quantum Biology - McFadden & Al-Khalili

De trek van dieren boeide me al toen ik een basisschool leerling was: hoe is het mogelijk dat een rode zalm vanuit de binnenlanden van Alaska naar de oceaan zwemt, en later naar dezelfde rivierarm terugkeert om er kuit te schieten ?
Tijdens mijn afstudeeronderzoek werd ik begeleid door de briljante Amerikaanse fysicus William Bialek die zich gespecialiseerd had in quantumeffecten in de biologie: Allerlei biologische processen blijken pas goed te begrijpen wanneer die met behulp van de quantummechanica ontleed worden. Ook dit fascineerde me.

Migratiepaden van Duitse roodborstjes
In het boek Living on the Edge: the coming of age of quantum biology van Johnjoe McFadden en Jim Al-Khalili worden hier een aantal fraaie voorbeelden van gegeven.
Zo blijken  roodborstjes bij hun migratie van Scandinavië naar Marokko een bijzonder gevoelig quantumkompas te gebruiken.
Stap voor stap wordt verslag gedaan van de speurtocht naar de werking er van. Het begint in de jaren '60 van de vorige eeuw met gedragsexperimenten met roodborstjes. Ornithologen weten met veel geduld vast te stellen dat roodborstjes het aardmagnetisch veld op een of andere manier "zien", Het is echter niet duidelijk hoe dat in zijn werk gaat.

Roodborstjes blijken het aardmagnetisch veld met hun rechteroog waar te nemen
Een belangrijke vraag is hoe de chemische reacties die nodig zijn voor de waarneming worden opgestart. Een biofysicus oppert de mogelijkheid dat de aanjager quantumverstrengeling kan zijn: een voor alledaagse begrippen wonderlijk fenomeen dat zich diep in de subatomaire wereld afspeelt. Uit zijn berekeningen blijkt dat het aardmagnetisch veld van invloed is op deze quantumverstrengeling en het als een soort chemische schakelaar laat werken. Door verder onderzoek ontdekte men dat een eiwit in het oog van het roodborstje dit gedrag vertoont. Roodborstjes kunnen het aardmagnetisch veld dus "zien".
Het quantumkompas van het roodborstje levert verbluffende prestaties: in laboratoriumopstellingen moet gekoeld worden tot - 180 graden C om quantumverstrengeling gedurende enkele microseconden tot stand te brengen. Het roodborstje doet dat bij kamertemperatuur gedurende 10-20 milliseconden, duizenden keren zo lang....

Quantumverstrengeling meten in Delft
Op het eind van het boek wagen de schrijvers zich aan een lastig onderwerp: hoe werkt onze geest, speelt quantummechanica daar ook een rol ? Hier wordt de analyse speculatief, en de schrijvers zijn daar eerlijk over.

Ik krijg hier het meest last van de populaire opvatting, breed gedragen door veel wetenschappers en ook door de schrijvers van dit boek, dat er geen verschil is tussen geest en stof. In dit reductionistische  wereldbeeld (wiki) zijn alle verschijnselen herleidbaar tot fysische en chemische processen. Het wetenschapsfilosofische debat hier over is al heel oud: dualisten staan tegenover monisten, en het materiële reductionisme van veel wetenschappers is een expressie van het laatste.

Een vijftal jaren geleden laaide de discussie weer op naar aanleiding van het boek Wij zijn ons brein van neuroloog Dick Swaab, zie hier een  kritische reactie van het Filosofisch Magazine.
Ik heb me altijd tot de dualisten gerekend, en Life on the Edge brengt daar geen verandering in.
De afgelopen weken lees ik een bundel essays van Marilynne Robinson The Givennes of Things. In het essay Givennes analyseert ze religieuze ervaringen en emoties, en komt terecht bij de vraag naar de aard van ons bewustzijn. Ze geeft een aardig voorbeeld (p79), en ik heb er meerdere varianten van gezien, van de rariteit van het terugbrengen van bewustzijn, emoties, en betekenisgeving tot enkel hersenactiviteit:
"If you happenen to have a thousand-dollar bill, and I told you it was in fact a slip of paper with the image of Grover Cleveland printed on it, you would not accept this as true in any important sense, no matter how true it might be in the impossible absence of history, culture, and the rest" (cursief van mij). 




maandag 8 augustus 2016

Boek: The Power Broker - Robert Caro

Dit is de gezaghebbende biografie van Robert Moses, geschreven door Robert Caro en gepubliceerd in 1974. Eerlijk gezegd was Robert Moses me totaal onbekend. Maar na het lezen van dit boek heb je de man leren kennen. Het lezen van dit boek is zeer verslavend. Het is niet alleen maar een biografie, het is veel meer een meeslepend relaas over macht: hoe verkrijg je het, hoe behoud je het, en hoe word je er uiteindelijk door gecorrumpeerd.

Macchiavelli zal goedkeurend hebben toegekeken hoe Robert Moses stap voor stap een ongekende machtspositie opbouwt en gedurende ruim dertig jaren weet te handhaven: hij is de ongekroonde koning en de ongekozen planner en bestuurder van alle publieke werken in de stad New York van 1930 - 1960. Gouverneurs en burgermeesters moeten buigen voor zijn macht, en Robert Moses bouwt bruggen, autowegen, parken, energiecentrales, en vele andere bouwwerken zoals hij ze bouwen wil.
.
Robert Moses bij een maquette van de Battery Bridge
Robert Moses groeit op in een rijk seculier Joods gezin. Hij krijgt een uitstekende opleiding en studeert politieke wetenschappen aan Yale University. Hij is een idealist en sluit zich aan bij de reformbeweging in New York City die de corruptie in het ambtenarenapparaat wil bestrijden.
Hij wordt opgemerkt door Al Smith, de gouverneur van New York State en treedt in zijn dienst. Onder zijn bescherming begint Robert Moses aan het opbouwen van zijn machtspositie. Dat doet hij eerst als voorzitter van de Long Island State Park Commission: hij bouwt parken en wegen op Long Island. Tienduizenden New Yorkers moeten er van de natuur kunnen genieten. Al gauw na opening van de voorzieningen ontstaan er files op de nieuwe rondwegen en zijn de stranden op Long Island tjokvol. Dit zal zich nog vele malen herhalen: elke nieuwe snelweg en elke nieuwe brug lijkt alleen maar meer autoverkeer op te roepen.

Het voorzitterschap van de Triborough Bridge Authority wordt het belangrijkste machtsmiddel voor Robert Moses.
Dergelijke public authorities bestonden al langer. Ze werden in het leven geroepen door overheidsinstanties zoals een stadsbestuur.Het doel ervan is om publieke infrastructuur te realiseren en te onderhouden. Een public authority mag tol heffen, aandelen uitgeven, eigen personeel aannemen en eigen regelgeving voorschrijven.
Door onopvallende maar wel essentiële wijzigingen en toevoegingen in de statuten slaagde Moses erin voor onbepaalde tijd het voorzitterschap naar zich toe te trekken. Ook wist hij de normale procedure van het zo snel mogelijk afbetalen van de leningen door de tolgelden te omzeilen en de opbrengst ervan - vele tientallen miljoenen dollars per jaar - aan te  wenden voor de uitgifte van aandelen. Met de opbrengst daarvan - honderden miljoenen dollars- financierde hij zijn immense bouwprojecten: nieuwe bruggen en rondwegen die vervolgens weer nieuwe tolgelden opbrachten....

De Verrazano Narrows bridge uit 1964, de langste hangbrug in de VS
Een tweede belangrijke machtsmiddel was de pers. Robert Moses onderhield goede banden met de belangrijkste spelers in de wereld van kranten, radio, en de toen opkomende tv-kanalen. De journalisten en media tycoons waren hem over het algemeen goed gezind, en Robert Moses wist hoe hij hen te vriend moest houden. De tolgelden en de opbrengsten van de aandelenverkoop werden niet alleen besteed aan steen, staal, en asfalt, maar ook aan luxueuze diners, dure cadeaus, en andere vriendendiensten.
In conflictsituaties wist Robert Moses bestuurlijke zwaargewichten in het gareel te krijgen door hen te dreigen met negatieve berichtgeving in de media over hun tegenwerking van zijn plannen. Dat zou hen politiek kunnen beschadigen of hun carrière zelfs kunnen ruïneren. Vaak was een dreigend telefoontje al genoeg om de tegenstand te breken.
Zo nodig gebruikte Robert Moses laster en zelfs leugens om zijn tegenstanders in een kwaad daglicht te stellen.

Robert Caro beschrijft uitvoerig hoe Robert Moses zich ontwikkelt van een idealist in zijn jonge jaren, tot iemand die leert hoe je politieke en bestuurlijke macht gebruikt om doelen te bereiken - wegen en bruggen bij Robert Moses. Uiteindelijk werkt de macht verslavend en is het niet langer meer een middel, maar een doel. Elke tegenstander met meer macht, en zeker met minder macht, moet verslagen en vernietigd worden.
Robert Caro maakt duidelijk dat deze macchiavellistische trekken van Robert Moses niet alleen bepalend zijn geweest voor zijn succes. Robert Moses was ook iemand die decennia lang een stempel wist te drukken op de wijze van stadsvernieuwing. Zo was hij een sterk voorstander van een grootschalig systeem van autowegen, en geloofde hij totaal niet in het nut van openbaar vervoer.
Daarnaast was Robert Moses het prototype van getting things done: hij wist de meest ingewikkelde infrastructuurprojecten tot een een goed einde te brengen. Vrije tijd kende hij nauwelijks, en van zijn ondergeschikten - en dat werden er tienduizenden - eiste hij dezelfde prestatiedrang, ten koste van een privé leven.
Uit de gehele USA kwamen stadsbesturen en stedenbouwkundigen naar New York om het succes van Robert Moses te doorgronden.

Uiteindelijk brokkelde het imperium van Robert Moses af. Zijn planologische visie werd meer en meer als achterhaald beschouwd: er kwam meer aandacht voor kleinschaligheid, en andere ideeën over de ruimte voor de stadsbewoner en het belang van goed openbaar vervoer.
Daarnaast vertilde Moses zich aan een aantal politiek geladen projecten waardoor zijn vijanden machtiger werden en de pers hem de rug begon toe te keren.
De laatste jaren van zijn leven wijdde hij zich aan de hobby van zijn leven: zwemmen en de zwemsport. Op 92-jarige leeftijd overleed hij na een hartaanval.

vrijdag 25 maart 2016

Wel of niet stemmen op 6 april ?

Ik ben er uit: ik ga ja stemmen: ik ben vòòr het Associatieverdrag. De opportunistische keus om om acht uur 's avonds te kijken of de kiesdrempel van 30 % gehaald wordt, en dan zo nodig nog gauw  ja gaan stemmen.... nee, dat past me ook niet.
Of ik het verdrag ook gelezen heb ? Nou nee,  maar wat geeft dat ? Er is immers goed over nagedacht door mensen die ik mijn vertrouwen en mandaat heb gegeven  ? Veel nee stemmers zullen het ook niet gelezen hebben.
Ik spreek hiermee mijn vertrouwen uit in de vertegenwoordigende democratie, de tegenstanders uiten veelal hun afkeer van een politiek systeem dat het hunne niet meer is. NRC hoofdredacteur Hans Nijenhuis beschrijft een alleraardigste dialoog tussen een ja en een nee stemmer. Daar uit blijkt wel waar de echte discussie over gaat: vertrouwen we onze democratie en onze volksvertegenwoordigers nog ?

Laat ik eerlijk zijn: ondanks mijn afkeer van dit misbruik van het raadgevend referendum en mijn diepe minachting voor alles wat te maken heeft met GeenStijl : het levert wel een scherp debat op over de fundamentele problemen in onze samenleving. Veel mensen die je anders niet zult horen laten nu van zich weten. En daar gaat "democratie" natuurlijk wel over: one man, one vote, voor rijk en arm, volks of elite. Voor deze erkentelijkheid wil ik toch een zeer kleine veer op de hoed van Jan Roos steken.

Als vertrouwen, of scherper: gebrek aan vertrouwen het echte onderwerp is - en dat vind ik - dan moeten we het daar over hebben.
Ik heb als hoogopgeleide met een goede baan geen sores. Maar wat als je geen baan hebt, of alleen tijdelijke wurgcontracten krijg voorgeschoteld ? Wat als je geen huis kunt kopen omdat de bank je geen hypotheek wil geven ? Wat als je buurt multi-culti wordt, en je je niet meer op je gemak of zelfs niet meer veilig voelt ? Wat als je je een slag in de rondte werkt om geld te verdienen, je oude moeke te helpen die geen goede zorg meer krijgt, en je haast geen tijd meer hebt voor je kinderen ? Je wordt bozer en bozer, of je verzuurt, of je stopt gewoon te geloven in met elkaar kunnen we het beter maken.

En daar moeten we volgens mij nou juist gaan beginnen. Daar ga ik aan de slag: in mijn eigen buurt steek ik de handen uit de mouwen en stop een groot deel van mijn vrije tijd in met elkaar kunnen we het beter maken. Ik ga dingen doen waar ik talenten voor gekregen heb, en heb er tussen haakjes ook gewoon plezier in. Ik help mee met lokale besturen van goede doelen clubs, en probeer mensen te verbinden. Daar geloof ik in.

Het gaat om trust building, zo'n mooie Amerikaanse term waar we geen goede Nederlandse uitdrukking voor hebben. Vertrouwen in de samenleving ontstaat en groeit door in actie te komen. Met welke kwaliteiten staat hier in een handig "deugdenlijstje".

  1. integriteit
  2. vakkundigheid
  3. invoelingsvermogen
  4. betrouwbaarheid
  5. vriendelijkheid
En dan hoop ik maar dat er ook mensen zijn die visie hebben voor de macro verbanden: nationaal en Europees. Want met alleen lokale initiatieven komen we er natuurlijk ook niet. Mogelijkheden genoeg, en voor elk wat wils.

zaterdag 27 februari 2016

Moestuin - februari 2016

Het kan nog gaan winteren, maar meestal begin ik in februari wel met allerlei voorbereidingen voor het nieuwe jaar.
In oktober vorig jaar heb ik de groentebedden bedekt met een dikke laag van mest en compost. Die heb ik nu weggehaald. Op diverse plekken zitten er regenwormen onder. Heel goed, dat betekent dat mijn keus voor niet spitten vruchten begint af te werpen. Die methode ga ik nu voor het derde jaar toepassen.
In het vroege voorjaar haal ik de mulch-met-veel-mest weg en strooi dan eerst kalk. Deze keer goed getimed: de afgelopen dagen heeft het langdurig geregend zodat de kalk goed kan oplossen. Ik ben ook van plan om weer eens een pH- en mineralenmeting te laten doen, de vorige keer is al wel zo'n 10 jaar geleden. Toen was de grond erg verzuurd, maar of dat na jaren van trouw kalk strooien nog zo is....
Over enkele weken woel ik de grond een beetje los, en doe dan op de meeste bedden de zomermulch zonder mest. Dat is wel zo fris. Voor spinazie is een mulchlaag onhandig, dus laat ik altijd ergens een hoekje over zonder mulch.
En tot slot gaan in februari de tuinbonen nog de grond in: wie tuinbonen wil eten moet februari niet vergeten.
Kalkkorrels gestrooid op de groentebedden
Een andere februari activiteit is snoeien. Daar heb ik al met al toch wel 3 à 4 dagdelen voor nodig. De bramen en de frambozen heb ik begin januari al teruggesnoeid. Nu is het de beurt aan de fruitbomen en aan de bessenstruiken. Op de foto hier onder is goed zichtbaar hoe vorig jaar de appelboom alleen maar waterloten heeft gezet. Dat had waarschijnlijk te maken met de zeer forse snoei in het begin van 2015. Ik heb nu meer takken laten zitten en ben benieuwd welk resultaat dat heeft.

Appelboom voor het snoeien
En na het snoeien
Al enkele jaren is de opbrengst van de fruitbomen minimaal. Er vindt weinig vruchtvorming plaats, wat te maken kan hebben met niet goed functionerende bestuiving. We wonen in een open gebied en ik vraag me af of er genoeg insecten zijn voor de bestuiving. Bijen zijn in ieder geval niet in de buurt.
Misschien is dat wel een aardig experiment: tijdens de bloei een bijenvolk plaatsen.

De knoppen in de perenbomen botten al uit
Vandaag heb ik ook de bessenstruiken gesnoeid. Eén zwarte bessenstruik heb ik gerooid. Van een andere struik heb ik een scheut met een eigen wortelkluit genomen en die op de lege plek geplant, zie de foto hier onder. En nu maar kijken of die goed aanslaat !

Rechtsonder de nieuw geplante zwarte bessen scheut
Tot slot moet dan nog de kas worden klaargemaakt. Die ziet er na een aantal eenzame maanden niet blij uit. Er is een hoek uit een raam gebroken boven in de kas. Dat heeft voor lekkage gezorgd, zoals op de betonnen vloer te zien is.
De verdorde hoge planten zijn paprika's. Enkele dappere slaplanten zijn toch maar blijven doorgroeien zodat er nog een klein beetje groen is. De twee druivenplanten heb ik inmiddels al gesnoeid.
De kas na de winter
Ik zal wel een aantal uren nodig hebben om de kas helemaal leeg te halen en schoon te spuiten. Dan ververs ik ook de aarde in de bakken. Niet volledig: ik mix de helft van de oude aarde met nieuwe. En dan is het wachten op april: dan heeft de marktkoopman weer plantjes.

maandag 22 februari 2016

Boek: The Sense of an Ending - Julian Barnes

Als verjaardagscadeau kreeg ik deze novelle, geschreven door de mij onbekende Julian Barnes. Het boek heeft in 2011 de Man Booker Prize gewonnen, de meest prestigieuze onderscheiding in de UK. Het is niet zijn eerste prijs: al in in 1981 ontvangt hij de Somerset Maugham Award, en vele andere prijzen volgden in de loop der jaren.

Julian Barnes was gehuwd met Pat Kavanagh. Ze overleed in 2008 aan een hersentumor. In zijn boek Levels of Life uit 2013 staan deze ontroerende zinnen over zijn verdriet: You put together two people who have not been put together before.... Sometimes it works, and something new is made, and the world is changed.... I was thirty-two when we met, sixty-two when she died. The heart of my life, the life of my heart.


 The sense of an ending  is een boek om meerdere keren te lezen. De eerste keer omdat het gemakkelijk leest en het verhaal boeiend is. Maar voortdurend kom je diepere lagen tegen, waar je eigenlijk even zou moeten stoppen om een gedachte dieper tot je te laten doordringen. Daarom ga ik het zeker een tweede keer lezen, maar dan met meer tijd voor "mediterend lezen": In dit verhaal zit veel levenswijsheid verstopt in prachtige compacte zinnen.

De hoofdpersoon Tony Webster vertelt over zijn studentenjaren en zijn eerste liefdeservaringen. Hij heeft een vriendengroep. De meest bijzondere in dat gezelschap is Adrian Finn. Adrian is de onafhankelijke denker, het groepslid dat tegelijkertijd zijn eigen weg gaat, iemand tegen wie je opkijkt. Hij heeft een onafhankelijk oordeel en een scherpe geest.
Tony heeft een affaire met Veronica Ford. Nadat ze enige maanden bij elkaar zijn gaat hij een weekend mee naar het ouderlijk huis van Veronica. Het is een onaangename ervaring voor hem. Veronica houdt hem de eerste dag op afstand, alsof hij een vreemde is. Haar vader en broer lijken neer te kijken op hem. Alleen met de moeder is er toenadering. Ze waarschuwt hem voor Veronica: Geef haar niet te veel ruimte !
Een week later introduceert hij Veronica met veel bravoure in zijn vriendengroep. Ze gaan een jaar met elkaar om. De relatie ontwikkelt zich niet. Veronica wil geen sex en Tony weet geen uiting te geven aan zijn gevoelens. Als Veronica hem vraagt waar het naar toe moet met hun twee ontwijkt Tony haar rechtstreekse vragen. Hij beseft daarna dat hun relatie ten einde is. Vreemd genoeg gaan ze daarna nog een keer met elkaar naar bed. Tony weet dan zeker dat hij niet verder met haar wil. Veronica is woedend en zegt dat hij haar dus verkracht heeft.
Tony maakt zijn studie af. Halverwege dat jaar laat Adrian Finn hem weten dat hij een relatie heef met Veronica.
Tony trekt een aantal maanden door de Verenigde Staten en komt daar Annie tegen. Ze reizen samen, worden geliefden, en nemen zonder veel moeite weer afscheid. Tony is verbaasd dat een relatie zo goed en tegelijkertijd zo vrijblijvend kan zijn.
Als hij terugkomt hoort hij dat Adrian Finn zelfmoord gepleegd heeft. Hij heeft een filosofische afscheidsbrief geschreven waarin hij uiteenzet waarom hij zelfmoord pleegt.

In het tweede deel van het verhaal is Tony inmiddels gepensioneerd. Hij is gescheiden maar onderhoudt wel goede vriendschapsbanden met zijn ex Margaret. Er begint nu een prachtig deel van het verhaal waarin Tony terug moet blikken op zijn studentenjaren en zijn relatie met Adrian en met Veronica.

Dit is een boek over oud worden en over herinneringen. Wat weet je van vroeger, en kloppen die herinneringen ? Je baseert je zelfbeeld mede op wie je eerst was en hoe je je ontwikkeld hebt, maar als die herinneringen nu niet blijken te kloppen ? Wie ben je dan precies ? Wat gebeurde er toen hij met Veronica was, en waarom ging Margaret bij hem weg ? Wat was dan hun liefde ? Hij ging bij Veronica weg, en Margaret bij hem. Maar had het anders kunnen lopen? En steeds maar weer die prangende vraag: Hoe verliepen de gebeurtenissen toen ?  En welke rol speelde hij erin ? Schaamt hij zich, heeft hij spijt ?

Eén citaat nog, over dat Engelse woord remorse wat we zouden vertalen met wroeging:

And no, it wasn't shame I now felt,or guilt, but something rarer in my life and stronger than both: remorse. A feeling which is more complicated, curdled, and primeval. Whose chief characteristic is that nothing can be done about it: too much time has passed, too much damage has been done, for amends to be made.  





woensdag 10 februari 2016

Veertigdagentijd - de start

Vandaag begint de Veertigdagentijd: ruim zes weken om te onderzoeken waar je staat en om je koers zo nodig te verleggen. Hoe stevig zijn mijn diepste overtuigingen ? Zit ik op de goede weg, met mijn keus voor of juist tegen God ?
Daar gaat het ten diepste om in deze weken: Hoe is God aanwezig in mijn dagelijkse handel en wandel, en ben ik daar tevreden mee ? Of je nou gelovig, of onverschillig, of atheïst bent: dit zijn de weken om de belangrijke vragen aan je religieuze ik te stellen.

In de Veertigdagentijd richt je je op één persoon: Jezus. Je moet nu van Hem willen horen, anders kun je beter gewoon doorleven en dooreten en druk blijven doen.
Van Jezus horen, zijn verhaal vernemen: dat kan alleen door de getuigenverslagen van de evangelie schrijvers. En wil je die dan geloven ? Zo moet je er wel in gaan zitten: Geef het verhaal zijn eigen kans, net zoals je andere historische verslagen gelooft en vertrouwt. "Want om bij God te kunnen komen, moet je geloven dat God bestaat. En dat hij je zal belonen als je hem echt zoekt". .....

Dit zijn  mooie woorden, maar wat doe je dan in die veertigdagentijd ?

Dat moet ik zelf ook steeds weer ontdekken. Het gebeurt maar zo dat gewoonte en sleur toeslaan, het gaat niet vanzelf. Het helpt om plannen te maken voor de drie dagelijkse routines van de veertigdagentijd: bidden, eenvoudig leven, en hulp bieden.

Bidden doe ik vooral 's ochtends: dan heb ik mijn dagelijkse stille tijd, lees in de bijbel, en bid. Al enkele jaren doe ik mee met de gebedsretraite van de Jezuïeten. In de veertigdagentijd sturen ze elke dag een e-mail met lezingen en toelichtingen. Ook kun je als groep meedoen. Ik houd van hun manier van bijbellezen: heel persoonlijk, met een sterke focus op Jezus en het volgen van Hem.

Eenvoudig leven betekent voor mij zeker het "loslaten van een aantal pleziertjes". Maar dat zijn maar middelen voor iets belangrijkers, namelijk ontvankelijk worden voor de stem van God. Je "hoort" beter wanneer je je niet druk maakt over dagelijkse zaken en je er op vertrouwt dat je best zonder eten, zonder alcohol, of zonder social media kunt overleven.

Straatkrantverkoper Marc geeft de daklozenkrant aan de Paus
Invulling geven aan het hulp bieden vind ik het lastigst. Paus Franciscus zei in een toespraak in Amerika hier het volgende over:
Fasting should "exercise the heart" in order to recognize what is absolutely essential and teach one how to share with others. It is a sign of becoming aware of and taking responsibility for injustice and oppression, especially of the poor and the least.
Mooi gezegd, maar moet ik nu naar Amsterdam of Den Haag gaan en in een arme wijk de kanslozen gaan helpen ? Of is een AZC vol met vluchtelingen een betere plek ? Of kan ik deze weken juist het beste gebruiken om goed te luisteren en te overwegen of ik wel de goede dingen doe ?





woensdag 3 februari 2016

Boek: The spirit of Early Christian Thought - R.L.Wilken

Dit boek is een boeiende en goed leesbare inleiding op het christelijke denken in de eerste eeuwen van de Kerk. Wilken heeft ervoor gekozen om een beperkt aantal thema's uit te diepen door te vertellen over de intellectuele uitdagingen  waar de eerste christenen mee te maken kregen, en de antwoorden die ze gaven. Dat geeft zijn boek "grond onder de voeten".
Het wordt duidelijk dat de leer van de Kerk niet geschreven is door dorre studeerkamergeleerden, maar door hoog geschoolde denkers die gepassioneerd waren over God en over Jezus Christus. Ze gingen volop in debat met hun Griekse en Romeinse tijdgenoten en er werd nagedacht "op het scherpst van de snede".

Een belangrijke karakteristiek van het christelijke denken was de verwevenheid met de dagelijkse geloofspraxis: met de rituelen, de samenkomsten, de verkondiging en de sacramenten, de diakonia in de samenleving. Dat alles gaf gezamenlijke bezieling en passie. De Grieks-Romeinse filosofen kenden dat niet in die mate. Natuurlijk waren er ook onder hen personen met een voorbeeldig leven en kenden ze leerlingenscholen. Maar het bleef geïsoleerd, terwijl de essentie van het christendom juist de gezamenlijke navolging van Jezus was.
Een tweede verschil was de wijze van denken. het Grieks-Romeinse denken was logisch en gestoeld op bewijsvoering en demonstratie. Het christelijke denken was historisch, gebaseerd op de bijbel (toen nog het OT) en bekrachtigd door getuigenverslagen. Het uiteindelijke doel van de christelijke denkers was liefde, gericht op een persoon: Jezus, en niet inzicht of lotsaanvaarding, zoals bij de Griekse en Romeinse filosofen.

Wilken maakt korte metten met de theorie dat het christelijke denken terug te brengen is tot een variant van de Griekse filosofie. Daarvoor zijn de verschillen veel te groot, en is het christelijke denken in zijn eindresultaten te origineel. Natuurlijk gebruikten de christelijke denkers concepten en denkpatronen uit de Grieks-Romeinse denkwereld. Vaak hadden ze een klassieke opleiding genoten en was die denkwereld hun vertrouwd. Maar als resultaat van hun reflectie op het christelijke geloof ontstonden volledig nieuwe inzichten.

Wilken behandelt o.a. de volgende   thema's: Godskennis, de Triniteitsleer, het werk van Christus, de schepping, geloven en kennen, ethiek en deugden. Ik zal als illustratie wat zaken doorgeven die hij behandelt in hoofdstuk 7 The Reasonableness of Faith.

Al in de eerste eeuwen discussieerden Griekse en Romeinse filosofen en de christelijke denkers over de vraag hoe redelijk - acceptabel voor het verstand - het christelijk geloof is. Het gaat toch in de eerste plaats om geloven, en niet om redelijkheid ?  De Romeinse arts Galen klaagde: christenen geven nooit argumenten, maar antwoorden: Je moet het geloven.... Zeker zal dit ook toen al gezegd zijn, maar even waar is het dat gerespecteerde filosofen zich tot het christendom bekeerden, en hun denkkracht inzetten voor het begrijpen van het christelijk geloof. Eeuwenlang is er een felle intellectuele strijd gevoerd tussen de beste denkers van die tijd over het waarheidsgehalte van de nieuwe godsdienst.

Augustinus rijst torenhoog uit boven alle andere christelijke denkers. Van hem is de uitspraak: "Alles wat geloofd wordt, is voorafgegaan door denken. Niemand gelooft, zonder eerst te hebben nagedacht over de geloofwaardigheid ervan. Geloven en denken gaan samen."
In het christelijk geloof staat "geloof" centraal. Dat heeft alles te maken met het historische karakter ervan. Christenen geloven, met het Joodse volk, dat God zich in de wereldgeschiedenis laat kennen. Augustinus maakt een strikt onderscheid tussen mathematische kennis, die logisch  en demonstreerbaar is, en historische kennis, die gebaseerd is op betrouwbare getuigen die geloofd worden. Het christelijk geloof is geloofwaardig, omdat betrouwbare getuigen aan de basis ervan liggen. En dat is net zo redelijk als het vertrouwen dat we stellen in historische kennis.
Of om het nog dichter bij te brengen: Als we vertrouwen dat onze vader echt onze vader is, dan is dat op basis van vertrouwen in het getuigenis van onze ouders. Vandaag de dag zouden we dat geloof ook kunnen onderbouwen met "mathematische kennis" in de vorm ban een DNA-onderzoek, maar daar wordt slechts in exceptionele gevallen gebruik van gemaakt: onze basishouding is om in onze ouders te geloven, en dat vinden we allemaal redelijk.
Deze overwegingen brengen Augustinus tot de uitspraak: "Ik kan me niet voorstellen dat iemand elke vorm van geloven weigert".

Dit is een korte weergave van één van de tientallen interessante onderwerpen die Wilken uitdiept. Zijn helderheid van taal en zijn grote belezenheid maken het lezen van dit boek tot een feest.