woensdag 9 november 2016

Najaarsretraite in Abdij Tongerlo

De eerste week van november ben ik in Abdij Tongerlo geweest. Ik rijd er graag op zondagavond naar toe. De rust van de zondag gaat mee tijdens de reis, en ontspannen kom ik dan aan. Deze keer ben ik wel benieuwd: Hoe zou het met gastenpater Ivo zijn, de vorige keer was het helemaal mis door zijn nieuwe heup ? Ik word ontvangen door pater Pablo, en die vertelt dat het nog niet goed beteren wil met pater Ivo, jammer.
Ik weet de weg, en loop door de lange en koude gangen naar mijn kamer. Donker is het ook: er moet op de kleintjes worden gelet, en de verlichting in de gangen staat merendeels uit.
Na mijn koffer te hebben uitgepakt loop ik naar de gastenkamer: het trefpunt voor de gasten voor de laatste uren van de dag. Ik beland in een geanimeerd gesprek met enkele jonge Vlamingen. We drinken "een paar pintjes" van het Tongerlose abdijbier, en voor ik het weet is het twaalf uur. Dat overkomt me hier wel vaker: In de gastenkamer ontstaan 's avonds de beste gesprekken, van hart tot hart. De meeste gasten komen toch welbewust naar de abdij, zoeken er rust, onthaasting, en gastvrijheid. En dan kan het ook maar zo gebeuren dat we al pratend bij God en geloven uitkomen. En of je dan Nederlander bent of Vlaming, katholiek of protestant, het maakt niet meer uit: dezelfde vragen en verlangens leven in ieders hart.

De abdijkerk met op de voorgrond de tiendschuur
Ah, een abdij, lekker tot rust komen zeker! zeggen de meeste mensen tegen me. Dat is zeker de bijvangst van deze dagen. Maar het wordt steeds duidelijker voor me wat ik hier zoek: beter leren bidden. En als ik dat zeg bedoel ik niet het me eigen maken van een bepaalde methode. Dat is veel te instrumenteel gedacht. Bidden is leren luisteren naar Gods stem, en daarop antwoorden. En dat luisteren naar Gods stem is een vaardigheid die verwant is met het luisteren naar de stem van je geliefde, wat die je te zeggen heeft. Stilte is van belang, rust van binnen, ontvankelijkheid. De malende gedachten moeten tot rust komen. Ik vind het allemaal heel moeilijk, maar ik ontdek wel dat het helpt om met vaste regelmaat een week in de koorbanken te zitten.
Het ochtendgebed duurt een uur. Halverwege, na de lezingen, is er een lange stilte. Dan zitten we daar in die kerk met ruim twintig mensen, in diep zwijgen. Ik overdenk de gelezen tekst, of bid mijn ochtendgebeden zachtjes van binnen.  We zingen de psalmenteksten, en soms is er een zin die raakt. We eindigen met het Benedictus, de Lofzang van Zacharias, en daarna staat het ontbijt voor ons klaar en beginnen de werkzame uren van de dag.

Het koor van de abdijkerk, het middenschip achter het altaar
Op dinsdag is het Allerheiligen, in België een gedenkdag, waarop iedereen vrij heeft. Er zijn veel mensen naar de eucharistieviering gekomen. De mis is extra feestelijk, met veel wierook. Ik geniet er van: het spel van de liturgie is in een mis veel rijker dan in de gemiddelde protestantse dienst. De geur van de wierook, de kleuren van de priestergewaden, en vooral wat er gesproken en gezongen wordt: ik vind het prachtig.
Sommige dingen kan ik niet goed meemaken. De notie van brood en wijn als gaven van de Kerk is me vreemd, en ik denk niet dat dat veranderen zal. Brood en wijn zijn tekenen van Gods liefde voor ons, ze verwijzen naar onze Heer Jezus die onze zonden verzoend heeft aan het kruis. Ook dat wordt wel genoemd in de mis, maar  het heeft toch niet die unieke plaats die het in een protestantse avondmaalsviering heeft.

Ik ga hier dagelijks ter communie. Dat doe ik niet luchthartig in de trant van "dat moet toch kunnen ?". Katholieken hebben een andere opvatting over de aanwezigheid van de Heer in brood en wijn. Mijn ervaring is dat veel katholieken nauwelijks nadenken over de diepere betekenis van die aanwezigheid. En veel protestanten zijn er ook nauwelijks mee vertrouwd omdat onze traditie een sterk Zwingliaanse inslag heeft: het avondmaal als gedachtenismaaltijd. Orthodoxe protestanten voegen daar een sterke nadruk op heilszekerheid aan toe, maar hebben vaak ook weinig bevinding van de aanwezigheid van de Heer in de tekenen van brood en wijn.  Ik vind het een vertroostende notie: Hij is er, nu, in dit brood en deze wijn. Calvijn heeft er prachtige dingen over geschreven en zijn pneumatologische duiding van de aanwezigheid ligt veel dichter bij de katholieke interpretatie dan bij die van Zwingli of Luther. Christus is in de tekenen waarlijk aanwezig, niet in de zin van een transsubstantiatie, maar door de kracht van de Geest. In dit artikel staan er mooie dingen over, je moet er wel goed voor gaan zitten.

De ramen in het koor, gezien vanaf de orgelbank
Op donderdag rijd ik naar de Oude Abdij in Drongen, bij Gent. Ik heb een afspraak met Wauthier de Mahieu, jezuïet, en betrokken bij de stilteretraites rond de Geestelijke Oefeningen van Ignatius de Loyola die je in de Oude Abdij in  Drongen kunt volgen. Al enkele jaren komt de vraag bij me terug of het volgen van de Geestelijke Oefeningen niet een volgende stap is die ik moet gaan zetten. In september, toen ik in West Vlaanderen op vakantie was, ben ik op een informatieavond over de Geestelijke Oefeningen geweest en heb daar toen (te) kort met Wauthier de Mahieu gesproken. Beiden vonden we een nadere kennismaking nuttig.
Het is goed om de plek eens te zien. De abdij is groot, en in slechtere staat van onderhoud dan in Tongerlo. Er is geen abdijgemeenschap en dus zijn er ook geen getijden of vieringen. Overdag en 's avonds zijn er cursisten en Wauthier de Mahieu en nog een tweede jezuïet zijn verder de enige vaste bewoners van het complex.
Hij ontvang me hartelijk en in zijn enorme studeerkamer hebben we een gesprek van ruim een uur. Hij is een geconcentreerd luisteraar, en weet met een enkele korte vraag of opmerking bij belangrijke zaken te komen. Ik wil graag dat hij mijn begeleider wordt  - de Geestelijke Oefeningen doe je altijd onder begeleiding - en hij wil dat zeker doen. Maar of ik aan een achtdaagse stilteretraite moet gaan beginnen op deze plek weet ik nog niet goed, ik zie er tegenop.

De speeltafel van het 4-klaviers Klaisorgel
Op maandagmiddag help ik met het stemmen van de tongwerken. De organist zit tussen de pijpen om te stemmen, en ik sla de toetsen aan op de speeltafel. Een karwei dat de hele middag in beslag neemt. Het  is de moeite waard: het volle werk klinkt weer fantastisch, en de trompet en de bazuin in het pedaal geven een fundament aan de klank waar je koude rillingen van krijgt.
Ik speel graag op dit orgel, elke middag ben ik een paar uur aan het studeren. Of het nou een zacht register of het volle werk is, het klinkt  steeds weer zo mooi. Ik ken geen kerk waar orgel en ruimte zo harmonieus samengaan. De vele binnenlopende bezoekers horen dat ook: veel mensen gaan eventjes zitten om te luisteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten