dinsdag 22 november 2016

TV-serie: Manhattan (2014)

Dat onheilspellende melodietje in Manhattan, ik vind dat zo geniaal. Het maakt de film donkerder, het creëert een sfeer van noodlot.

Twee seizoenen zijn er uitgebracht, beiden met positieve waardering  op IMDB (7.8) en Rotten Tomatoes (91 %). Maar die hoge waardering gaat niet samen met een hoge kijkdichtheid. Vanwege het te lage aantal kijkers wordt er geen derde seizoen gemaakt.

Manhattan gaat over de ontwikkeling van de atoombom in de VS aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Een immense uitdaging: wetenschappelijk, economisch, industrieel en logistiek. Tienduizenden mensen werkten in het grootste geheim aan dit project. dat Manhattan heet. Twee atoombommen zijn er klaar in augustus 1945. Ze worden op Hiroshima en Nagasaki gegooid. Japan capituleert, en dat betekent het definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog. Maar de wapenwedloop tussen Oost en West is begonnen....


Liza en Frank Winter (l) en Charlie en Abby Isaacs (rechts)
De serie Manhattan geeft een getrouw beeld van de historische gebeurtenissen, zonder dat het een heel technische of een op oorlogsacties gerichte film is. We komen Oppenheimer tegen, en we horen van het implosiemodel voor de plutomiumbom.

Manhattan gaat allereerst over de mensen die er aan werkten. Over de Kafkaëske toestanden ten gevolge van de extreme geheimhouding. Over wat dat met de mannen en hun vrouwen deed. Over de machtsstrijd tussen onderzoeksgroepen en tussen leidinggevenden. Over de ethische dilemma's wanneer je een massavernietigingswapen aan het bouwen bent - en velen wisten dat.
Het is prachtige storytelling, en de verfilming is met veel oog voor details gedaan. Een genot om naar te kijken.

De meest boeiende rollen vind ik die van Frank en Liza Winter, en die van Charlie en Abby Isaacs.
Frank is de briljante fysicus die met een geweldige drive problemen oplost. Hij heeft maar één doel: de ontwikkeling van de plutonium bom. Door zijn niets en niemand ontziende werkwijze maakt hij veel vijanden binnen en buiten zijn onderzoeksgroep. Daardoor wordt hij ook met onorthodoxe middelen bestreden....
Zijn vrouw Liza, een getalenteerd botaniste, is met Frank meegekomen, maar mag haar onderzoek niet voortzetten. Ze is gedwongen tot nietsdoen, maar het ligt niet in haar aard om dat te accepteren.
Charlie Isaacs is eveneens een briljante fysicus, veel jonger dan Frank, die hem dan ook regelmatig  boy noemt. De wedijver tussen die twee is intens en leidt voortdurend tot botsingen. Charlie is echter ook een twijfelaar die zich steeds afvraagt of hij wel mee wil werken aan de ontwikkelingen van dit moordwapen
Abby, de vrouw van Charlie, komt uit een rijk Joods gezin. Ze heeft weinig ambities en neemt een baantje als telefoniste. Daar blijkt ze helemaal op haar plek: ze komt veel geheime informatie te weten, zowel over het project en the gadget als over allerlei privé verwikkelingen. Daarvan maakt ze gebruik om op haar manier de dingen te regelen, en ze blijkt  daar verdraaid effectief in te zijn.

Het is de kwaliteit van de storytelling waardoor al die verwikkelingen zo ongelooflijk boeiend zijn. Er is ook tijd voor nodig om al die verhaallijnen weer te geven. Misschien is dat de reden dat "het grote publiek" de serie niet omarmd heeft. Dit is geen actiefilm met een stevige portie geweld, bloed, en seks, zoals er zo veel zijn gemaakt. Dit is een subtiel verhaal, dat niet wil shockeren met goedkope uiterlijke effecten.









woensdag 9 november 2016

Najaarsretraite in Abdij Tongerlo

De eerste week van november ben ik in Abdij Tongerlo geweest. Ik rijd er graag op zondagavond naar toe. De rust van de zondag gaat mee tijdens de reis, en ontspannen kom ik dan aan. Deze keer ben ik wel benieuwd: Hoe zou het met gastenpater Ivo zijn, de vorige keer was het helemaal mis door zijn nieuwe heup ? Ik word ontvangen door pater Pablo, en die vertelt dat het nog niet goed beteren wil met pater Ivo, jammer.
Ik weet de weg, en loop door de lange en koude gangen naar mijn kamer. Donker is het ook: er moet op de kleintjes worden gelet, en de verlichting in de gangen staat merendeels uit.
Na mijn koffer te hebben uitgepakt loop ik naar de gastenkamer: het trefpunt voor de gasten voor de laatste uren van de dag. Ik beland in een geanimeerd gesprek met enkele jonge Vlamingen. We drinken "een paar pintjes" van het Tongerlose abdijbier, en voor ik het weet is het twaalf uur. Dat overkomt me hier wel vaker: In de gastenkamer ontstaan 's avonds de beste gesprekken, van hart tot hart. De meeste gasten komen toch welbewust naar de abdij, zoeken er rust, onthaasting, en gastvrijheid. En dan kan het ook maar zo gebeuren dat we al pratend bij God en geloven uitkomen. En of je dan Nederlander bent of Vlaming, katholiek of protestant, het maakt niet meer uit: dezelfde vragen en verlangens leven in ieders hart.

De abdijkerk met op de voorgrond de tiendschuur
Ah, een abdij, lekker tot rust komen zeker! zeggen de meeste mensen tegen me. Dat is zeker de bijvangst van deze dagen. Maar het wordt steeds duidelijker voor me wat ik hier zoek: beter leren bidden. En als ik dat zeg bedoel ik niet het me eigen maken van een bepaalde methode. Dat is veel te instrumenteel gedacht. Bidden is leren luisteren naar Gods stem, en daarop antwoorden. En dat luisteren naar Gods stem is een vaardigheid die verwant is met het luisteren naar de stem van je geliefde, wat die je te zeggen heeft. Stilte is van belang, rust van binnen, ontvankelijkheid. De malende gedachten moeten tot rust komen. Ik vind het allemaal heel moeilijk, maar ik ontdek wel dat het helpt om met vaste regelmaat een week in de koorbanken te zitten.
Het ochtendgebed duurt een uur. Halverwege, na de lezingen, is er een lange stilte. Dan zitten we daar in die kerk met ruim twintig mensen, in diep zwijgen. Ik overdenk de gelezen tekst, of bid mijn ochtendgebeden zachtjes van binnen.  We zingen de psalmenteksten, en soms is er een zin die raakt. We eindigen met het Benedictus, de Lofzang van Zacharias, en daarna staat het ontbijt voor ons klaar en beginnen de werkzame uren van de dag.

Het koor van de abdijkerk, het middenschip achter het altaar
Op dinsdag is het Allerheiligen, in België een gedenkdag, waarop iedereen vrij heeft. Er zijn veel mensen naar de eucharistieviering gekomen. De mis is extra feestelijk, met veel wierook. Ik geniet er van: het spel van de liturgie is in een mis veel rijker dan in de gemiddelde protestantse dienst. De geur van de wierook, de kleuren van de priestergewaden, en vooral wat er gesproken en gezongen wordt: ik vind het prachtig.
Sommige dingen kan ik niet goed meemaken. De notie van brood en wijn als gaven van de Kerk is me vreemd, en ik denk niet dat dat veranderen zal. Brood en wijn zijn tekenen van Gods liefde voor ons, ze verwijzen naar onze Heer Jezus die onze zonden verzoend heeft aan het kruis. Ook dat wordt wel genoemd in de mis, maar  het heeft toch niet die unieke plaats die het in een protestantse avondmaalsviering heeft.

Ik ga hier dagelijks ter communie. Dat doe ik niet luchthartig in de trant van "dat moet toch kunnen ?". Katholieken hebben een andere opvatting over de aanwezigheid van de Heer in brood en wijn. Mijn ervaring is dat veel katholieken nauwelijks nadenken over de diepere betekenis van die aanwezigheid. En veel protestanten zijn er ook nauwelijks mee vertrouwd omdat onze traditie een sterk Zwingliaanse inslag heeft: het avondmaal als gedachtenismaaltijd. Orthodoxe protestanten voegen daar een sterke nadruk op heilszekerheid aan toe, maar hebben vaak ook weinig bevinding van de aanwezigheid van de Heer in de tekenen van brood en wijn.  Ik vind het een vertroostende notie: Hij is er, nu, in dit brood en deze wijn. Calvijn heeft er prachtige dingen over geschreven en zijn pneumatologische duiding van de aanwezigheid ligt veel dichter bij de katholieke interpretatie dan bij die van Zwingli of Luther. Christus is in de tekenen waarlijk aanwezig, niet in de zin van een transsubstantiatie, maar door de kracht van de Geest. In dit artikel staan er mooie dingen over, je moet er wel goed voor gaan zitten.

De ramen in het koor, gezien vanaf de orgelbank
Op donderdag rijd ik naar de Oude Abdij in Drongen, bij Gent. Ik heb een afspraak met Wauthier de Mahieu, jezuïet, en betrokken bij de stilteretraites rond de Geestelijke Oefeningen van Ignatius de Loyola die je in de Oude Abdij in  Drongen kunt volgen. Al enkele jaren komt de vraag bij me terug of het volgen van de Geestelijke Oefeningen niet een volgende stap is die ik moet gaan zetten. In september, toen ik in West Vlaanderen op vakantie was, ben ik op een informatieavond over de Geestelijke Oefeningen geweest en heb daar toen (te) kort met Wauthier de Mahieu gesproken. Beiden vonden we een nadere kennismaking nuttig.
Het is goed om de plek eens te zien. De abdij is groot, en in slechtere staat van onderhoud dan in Tongerlo. Er is geen abdijgemeenschap en dus zijn er ook geen getijden of vieringen. Overdag en 's avonds zijn er cursisten en Wauthier de Mahieu en nog een tweede jezuïet zijn verder de enige vaste bewoners van het complex.
Hij ontvang me hartelijk en in zijn enorme studeerkamer hebben we een gesprek van ruim een uur. Hij is een geconcentreerd luisteraar, en weet met een enkele korte vraag of opmerking bij belangrijke zaken te komen. Ik wil graag dat hij mijn begeleider wordt  - de Geestelijke Oefeningen doe je altijd onder begeleiding - en hij wil dat zeker doen. Maar of ik aan een achtdaagse stilteretraite moet gaan beginnen op deze plek weet ik nog niet goed, ik zie er tegenop.

De speeltafel van het 4-klaviers Klaisorgel
Op maandagmiddag help ik met het stemmen van de tongwerken. De organist zit tussen de pijpen om te stemmen, en ik sla de toetsen aan op de speeltafel. Een karwei dat de hele middag in beslag neemt. Het  is de moeite waard: het volle werk klinkt weer fantastisch, en de trompet en de bazuin in het pedaal geven een fundament aan de klank waar je koude rillingen van krijgt.
Ik speel graag op dit orgel, elke middag ben ik een paar uur aan het studeren. Of het nou een zacht register of het volle werk is, het klinkt  steeds weer zo mooi. Ik ken geen kerk waar orgel en ruimte zo harmonieus samengaan. De vele binnenlopende bezoekers horen dat ook: veel mensen gaan eventjes zitten om te luisteren.